Koele berekening en vleugje geestdrift

Zoals wel vaker, tekent The Economist voor de raakste typering van de belangrijkste internationale gebeurtenis van de week. Britain’s accidental revolution, luidt de kop op het omslag van de jongste editie, met daaronder David Cameron en Nick Clegg zwaaiend op de stoep van 10 Downing Street....

Paul Brill

Het aantreden van de eerste Britse coalitieregering in 65 jaar, onder leiding van de jongste premier (44 jaar) in bijna 200 jaar en een even oude vicepremier, is inderdaad in hoge mate een toevallige revolutie, geïnspireerd door de omstandigheden. Maar de omstandigheden vereisen meestal toch ook personen die op het juiste moment een juiste inschatting maken en daarnaar handelen.

Dat is bij de formatie van deze coalitieregering ontegenzeglijk gebeurd. Tory-leider Cameron had kunnen koersen naar een – slechts op hoofdpunten door de Liberaal Democraten gesteunde – minderheidsregering, zoals waarschijnlijk een meerderheid van zijn eigen fractiegenoten het liefst had gezien. Op zijn beurt had LibDem-leider Clegg kunnen kiezen voor een gedoogrol, waardoor zijn partij geen directe verantwoordelijkheid zou hoeven dragen voor de impopulaire bezuinigingsmaatregelen die de nieuwe regering moet nemen. Maar Cameron en Clegg zijn allebei niet bezweken voor de verleiding om de weg van de minste weerstand te nemen.

Niet dat hier sprake is van een plotselinge eruptie van idealistische onzelfzuchtigheid. ‘Het pact is het resultaat van koelbloedige politieke berekening aan beide kanten. Des te beter, want om er een succes van te maken is een realistisch fundament geboden’, commentarieerde de Financial Times op flegmatische toon.

Beide mannen hebben het nodige te winnen bij deze coalitie. Steunend op twee partijen die samen bijna 60 procent van het Britse electoraat vertegenwoordigen, heeft de regering-Cameron veel meer slagkracht dan wanneer de Tory-premier keer op keer een parlementaire meerderheid voor zijn beleid bijeen had moeten sprokkelen. Dankzij de toezegging van een referendum over het kiesstelsel krijgen Cleggs LibDems eindelijk een kans een einde te maken aan hun permanente ondervertegenwoordiging in het parlement.

Maar met het begrip welbegrepen eigenbelang is toch niet alles gezegd over de sfeer waarin de regeringswisseling in Londen zich afspeelt. Er is onmiskenbaar sprake van meer geestdrift en optimisme dan de Britse politiek sinds lange tijd heeft vertoond. Een sfeer die enigszins doet denken aan de stemming in Nederland toen in 1994 de eerste paarse coalitie aan de macht kwam: een breed gedragen gevoel dat er een deur is geopend, waardoor in een bedompte kamer eindelijk frisse lucht binnenstroomt; een gevoel dat er ineens veel meer mogelijk is in een politiek bestel dat decennialang een dichtgetimmerde indruk maakte.

Toen Cameron en Clegg ontspannen en met kennelijk plezier hun gezamenlijke persconferentie gaven, moest ik ook denken aan twee enigszins vergelijkbare situaties in de Amerikaanse politiek. In de eerste plaats het optreden van Bill Clinton en Al Gore in de campagne van 1992 – eveneens twee energiek ogende veertigers, die met passie politiek bedreven en de overtuiging uitstraalden dat de bakens konden worden verzet. En verder natuurlijk de opwinding die zich van Amerika meester maakte bij de verkiezingsoverwinning van Barack Obama in 2008, een opwinding die zich ook uitstrekte tot geheide Republikeinen, die zich bewust waren van de historische doorbraak.

De ervaring leert dat de kans klein is dat die optimistische stemming beklijft. Het succesrijke Paars I is uitgelopen op het kwakkelende Paars II (en de Fortuyn-revolte). Clinton zag zich na twee jaar in het Witte Huis geconfronteerd met een Republikeinse machtsovername in het Congres. De euforie rond Obama heeft plaatsgemaakt voor de Tea Partybeweging en onbehagen bij de kiezers in het centrum.

De kunst is de onvermijdelijke terugslag zo lang mogelijk te verijdelen. In het geval van Cameron en Clegg zal het erop aankomen of ze ieder voldoende begrip zullen opbrengen voor de tegendruk waaraan de ander in zijn eigen partij bloot staat. Want Cameron vaart nu onverholen een liberalere koers dan de mainstream van de Conservatieve partij lief is, terwijl Clegg zijn overwegend naar links overhellende Liberaal Democraten duidelijk op een conservatiever spoor heeft gezet. Ze zullen allebei met gemor te maken krijgen.

Zijn ze daartegen bestand? Cameron heeft in elk geval het voordeel dat hij een bijna klassieke Engelsman en op en top een Tory is. Zoals alleen een De Gaulle weg kon trekken uit Algerije en alleen een Thatcher het probleem-Rhodesië kon oplossen, zo kan alleen iemand als Cameron de Tories bij de tijd brengen, aldus een goede kennis van hem. Laten we hopen dat hij hen tevens Europa laat (her)ontdekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden