Koel en schuimend laven we ons aan barre geschiedvervalsing

'De beste brouwers brouwen het.' 'Op een dag drink je geen bier meer, maar ...' 'Heerlijk, helder ...' Er is geen product waaraan zoveel traditie kleeft als bier....

PETER BRUSSE

HET IS ZOMER en de mensen drinken bier; in de zon om de dorst te lessen, bij regen om de moed er in te houden. Zo is het altijd geweest, zo zal het altijd blijven. Bier vervult een bijzondere plaats in de samenleving. Al eeuwen lang zingen dichters het loflied op het eerlijke, edele vocht. De maatschappij is van bier doordrenkt. 'Geen product dat zoveel verleden oproept als bier. Heerlijk, dat nostalgisch schuim, maar wat zit er onder?' zegt de historicus Gerard Rooijakkers die zich pijnigt met de academische vraag: 'Waarom hebben bierbrouwer en bierdrinker behoefte aan geschiedvervalsing? Waarom willen wij tradities die geen tradities zijn?'

Rooijakkers, de jonge hond met een fascinatie voor volkscultuur, heeft die vraag luid geroepen in het huiskamercafé 'De Viersprong', tegenover brouwerij 'De Roskam', in zijn geliefde Openluchtmuseum te Arnhem. Sponsor Heineken moest even wennen. Het museum voelde zich uitgedaagd. Ja, wat moet een museum voor volkscultuur zijn publiek tonen?

De werkelijkheid - de werkelijkheid van het verleden.

Maar, zo benadrukt, Rooijakkers, er zijn vele werkelijkheden. Het gaat om de beeldvorming. Die wordt in onze maatschappij steeds belangrijker. Een Heineken-manager vatte het samen in deze provocerende uitspraak: 'Je drinkt geen bier, je drinkt marketing.'

De grote brouwerijen stellen bier voor als een ambachtelijk product. Maar ambachtelijk betekent: op kleine schaal en met eenvoudige middelen bereid.

Van Heineken, een van de allergrootste en meest succesvolle brouwerijen ter wereld, kun je veel zeggen, maar niet dat hij ambachtelijk bier brouwt. Sterker nog: Heineken kon alleen overleven door te moderniseren en industrialiseren. Een volhardend ambachtelijke brouwer als 'De Roskam' in Ulvenhout ging aan zijn koppigheid ten onder en werd de grote verliezer. Toch staat brouwerij 'De Roskam' niet als een trofee van Heineken, de overwinnaar, in het museum; maar als een gekoesterd kleinood waar Heineken zich trots mee identificeert.

'Ik vind dat heel geweldig', zegt Rooijakkers met oprechte verwondering. 'Het klopt niet. Maar het is een prachtig imago. En dat kan alleen omdat er een maatschappelijk draagvlak is.'

Voor een waardeoordeel moet je bij Rooijakkers niet zijn. 'Het gaat mij als volkskundige niet om goed of kwaad, maar om het registreren van het verschijnsel, de beeldvorming. En vooral ook hoe zo'n imago ontstaat en groeit. IJzersterk en tegelijk heel kwetsbaar.'

'De Roskam' en 'De Viersprong' zijn met grote zorg en precisie in het Openluchtmuseum herbouwd en ingericht. Alle lof, zegt Rooijakers. Maar wekken de oude kroeg en brouwerij toch niet een valse illusie? Bevestigen zij toch niet een mythe?

Ad de Jong, conservator van het Openluchtmuseum en bezig aan een uitgebreide studie over volkscultuur en samenleving, zegt: 'Dit is het spanningsveld waar het museum in werken moet.'

De bezoekers komen inderdaad voor de illusie. Ze zoeken de traditie. 'Maar als je die illusie meteen doorprikt, jaag je de mensen weg. Dat is niet de bedoeling. Want de mensen hebben er ook behoefte aan. Vreemd, maar weet je dat nieuwe Nederlanders en asielzoekers juist op plaatsen als Marken iets herkennen van een eigen, vervlogen verleden? Het is goed de tradities in volle glorie te presenteren, maar ook om ze te relativeren. Het gaat om het juiste evenwicht. Rooijakkers wil eigenlijk vooral afbreken.'

'Nee', werpt Rooijakkers zijn vriend De Jong tegen, 'ik wil zeggen dat het veel ingewikkelder ligt. En dat je dat in een museum moet laten zien.'

Hij vertelt hoe folkloristen of etnologen in het verleden vooral geïnteresseerd waren in de voorwerpen van oude volkskunst: meubels, pannen, potten, uithangborden. 'Ze horen erbij als de relieken van een echt of vals verleden. Maar de tegenstrijdige verhalen erachter, de betekenissen en de symboliek van de vormentaal vinden wij veel belangrijker.'

In het Openluchtmuseum zijn de kroeg en het bier 'natuurlijk' te vinden in de 'Brabantse buurt', want Brabant, zo weet iedereen, is 'gemoedelijk, gastvrij en de nachten zijn er lang.'

'Nee, het café vind je niet bij een boerderij uit Staphorst', zegt Rooijakkers vrolijk. 'Iedereen zal het er over eens zijn dat dat niet kan. Het past niet in de beeldvorming. Maar waarom niet? Ook in Staphorst wordt heus wel bier gedronken.'

Het is een merkwaardig probleem. Rooijakkers, verbonden aan het P.J.Meertens-Instituut in Amsterdam, geniet ervan: 'Hoe ontstaat die beeldvorming? Welke maatschappelijke krachten spelen een rol?'

Conservator De Jong vertelt hoe er overal weer naarstig naar identiteit wordt gezocht. 'De tulpen, klompen en molentjes beleven een grootse come-back.' In een wereld waar alles en iedereen steeds meer op elkaar gaan lijken, zoeken de mensen een eigen hoekje. 'Dan worden nieuwe tradities uitgevonden, zoals nu bij de Elfstedentocht waar kersverse gewoontes als eeuwenoud worden voorgesteld.'

De nieuwe noodzaak tot het zoeken van identiteit is, zegt De Jong, te vergelijken met die van het eind van de vorige eeuw. Europa industrialiseerde en alle producten leken op elkaar. Om zich toch maar te onderscheiden, ontdekte het Nederlandse bedrijfsleven de knusse Hindelooper kamer met zijn 'eigenhandig beschilderde' meubelen. Die folkloristische kamer mocht niet ontbreken op de wereldtentoonstellingen waar Nederland zijn waar presenteerde. 'Onzin om te suggereren dat de Nederlandse huiskamer er zo uit zag, maar het zegt veel over de manier waarop Nederland zich wilde onderscheiden. Het bedrijfsleven heeft grote behoefte aan cliché's.'

Het melkmeisje werd uit nood geboren. Rond 1880 was er een landbouwcrisis vanwege het goedkope graan uit Amerika. De boeren werden gedwongen iets anders te zoeken en concentreerden zich op de moderne zuivelindustrie. Zo ontstond Nederland als het land van kaas en boter. 'De molen, de tulp, de klomp zijn beslist geen Hollandse uitvindingen, maar het zijn wel de Hollandse symbolen geworden', zegt Ad de Jong.

Zo wierp Brabant zich op het bier. 'Curieus', zegt Rooijakkers, 'want toen Brabant vorige eeuw zijn eigenheid bevocht op de protestantse Hollander, sloten regio en religie een sterk verbond. Bier, zou je denken, paste daar niet bij, want eeuwenlang had de kerk een moeizame strijd gevoerd tegen het drankmisbruik. Het heilig lof, de kerkdienst in de vooravond, werd ingesteld om de mensen uit de kroeg te houden.'

Om Brabants katholieke karakter te benadrukken kwamen de identiteitsontwikkelaars bij de ongerept christelijke middeleeuwen, de Brabantse bloeitijd onder de Bourgondische vorsten. Bij de Bourgondische levenslust hoorde bier. Dus had Hertog Jan I van Brabant in de dertiende eeuw het bier uitgevonden. Hij en niemand anders.

In de jaren tussen de twee wereldoorlogen deden de katholieke voormannen, vurig gesteund door het VVV, er een schepje bovenop. Zelfs de 'zedenloze' schuttersgilden werden van de ondergang gered. 'Geef een zieltogend instituut nieuw leven en nieuwe inhoud; en alles is voor elkaar. Het is een veel beproefd recept', zegt Rooijakkers.

In het museum staat de schuttersbaan prachtig opgesteld bij de kroeg. Zo hoort het ook. De schutters houden van bier. Toch zou 'de vrijblijvende buitenstaander', zoals Rooijakkers zichzelf noemt, meer willen zien van de wisselende status van de schutterij.

Hij wijst op de vele codes en rituelen rond bier. Het bier dat geschonken wordt bij doop en begrafenis. Hoe jonggehuwden werden gestraft die weigerden om de buurt op bier te tracteren. Dat gebeurde met een volksgericht: poppen van de gierige boosdoeners werden als vogelverschrikkers in de boom voor hun huis gehangen. 'Als je over de gemoedelijkheid van het Brabantse bierdrinken spreekt, moet je het ook hebben over de blauwe knoop en de legendarische pastoors die op de preekstoel ageerden tegen de dronkaards. Het is toch fascinerend te zien hoe de maatschappij steeds weer anders met alcohol omgaat. Een actie als 'Glaasje op, laat je rijden', spreekt boekdelen.'

Het is een teken des tijds dat het bedrijfsleven musea sponsort, zoals het Openluchtmuseum, 'de etalage van de folklore'. Het is het goed recht van de sponsor om zijn visie te geven, maar als de bedrijven alleen hun werkelijkheid bieden, krijg je, volgens Rooijakkers, een themapark. 'Disney World en de Efteling creëren hun eigen hermetisch gesloten wereld. Een illusie die niet mag worden verstoord. Ze doen dat bewonderenswaardig goed. Maar een museum moet aanzetten tot reflectie, tot bewogen bespiegeling. Volkskunde is geen onschuldige wetenschap.'

Conservator de Jong: 'Gelukkig niet. Er is weer leven in de brouwerij.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden