Koeien weer de wei in. Maar hoe ging dat ook alweer?

Hoe krijg je een koe de wei in? Veehouders die na jarenlang gesloten stalbeleid nu weer omschakelen, merken dat dit ingewikkelder is dan menigeen denkt. Een 'weidecoach' helpt mee.

Koeien in Neerkant komen terug uit de wei om zich te melden bij de melkrobot. De boer is afgestapt van zijn geslotenstalbeleid. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Tegen negen uur 's ochtends wordt het druk voor de koeienstal van Ard van Calis. Dan stuurt de veehouder zijn laatste koeien, die eigenlijk liever op stal waren gebleven, naar buiten. Tegelijk komen de eersten alweer terug die genoeg hebben van het buitenleven, om zich te melden voor de melkrobot. Dan is het een file van gaande en komende beesten voor het toegangshek.

Bij koeien die 'de wei in mogen' bestaat het beeld van dartelende beesten die zich verdringen voor de staldeur. Maar zo werkt het niet, zegt Ard. In de huidige veehouderij, met op topproductie geselecteerde dieren in ruime, goed geventileerde stallen en een melkrobot, vinden koeien het buiten lang niet altijd fijner.

Zeker niet als het warmer is dan 20 graden, zoals begin deze week. Of wanneer het regent, zoals in de vele weken daarvóór. Zodra er veel dazen zijn, een soort steekvliegen, blijven ze ook liever binnen, weet hij. Net als wanneer ze het gras te lang, te kort of niet lekker genoeg vinden.

Hoe krijg je een koe de wei in? Die vraag klinkt bijna hilarisch in een sector die eeuwenlang niet anders gedaan heeft dan koeien van voor- tot najaar in de wei houden. Twintig jaar geleden was het permanent opstallen van melkkoeien nog een uitzondering, maar drie jaar geleden stond in Flevoland al 70 procent van de koeien het hele jaar op stal. Hoe groter het melkbedrijf, des te groter de kans op gesloten stallen. Brabant stond op dit lijstje op de tweede plaats met 45 procent. Noord-Holland onderaan, met 9 procent permanent op stal gehouden beesten.

Weidegangadvies

Veehouders als Van Calis, die na jaren van gesloten stalbeleid nu weer omschakelen, merken dat dit ingewikkelder is dan menigeen denkt. Om hen te helpen is de 'weidecoach' bedacht: een speciaal bijgeschoolde landbouwadviseur die boeren 'weidegangadvies' kan geven. In maart stelde het ministerie van Economische Zaken, boven op eerder verleende subsidie, één miljoen euro extra beschikbaar om veehouders op deze manier bij te scholen.

Dit jaar zijn al 69 weidecoaches actief. Zij organiseren onder meer studiebijeenkomsten voor veeboeren die hun staldeuren willen openen. Afgelopen dinsdag vond zo'n bijeenkomst plaats op het melkbedrijf van Ard van Calis in Neerkant, aan de rand van de Groote Peel in Deurne. In zijn kantoor, met een open koektrommel op tafel, start weidecoach Ton Derks zijn powerpoint presentatie en zitten nog drie veehouders aan tafel, veertigers en vijftigers uit Gemert, St. Anthonis en het Noord-Limburgse Siebengewald.

Koeien in de wei zijn goed voor het imago van de boer, leggen ze uit. Het grote publiek ziet de dieren graag buiten. Maar dat was niet de belangrijkste reden voor hun overstap. 'Ik kreeg in 2012 een inspecteur over de vloer', zegt Ard. 'Op mijn milieuvergunning staat dat we aan weidegang doen en tot 2007 hebben we dat ook gedaan. Toen belandden ik en mijn vader tijdelijk in de lappenmand en werd het te arbeidsintensief.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Optimale melkproductie versus mileu

Koeien op stal houden is namelijk minder werk. Bovendien weet de boer in dat systeem precies hoeveel voer van welke kwaliteit erdoorheen gaat, wat goed is voor een optimale melkproductie. Daar staat een milieukwestie tegenover: op stal produceren de dieren méér ammoniak dan buiten, doordat de verzamelde poep en urine dan een chemische verbinding aangaan. Wie belooft aan weidegang te doen, kan dus meer koeien houden. 'Voor mij betekende die inspectie ófwel 27 koeien inleveren, ofwel de koeien weer naar buiten doen. Geen moeilijke keuze.'

Bovendien levert het geld op, vult zijn collega Theo Schreurs aan. 'Tot voor kort was er geen verdienmodel. Nu levert weidegang in elk geval een toeslag op van 1 cent per liter.' Op een melkprijs van 25 cent per liter is dat 4 procent. Wie die premie bij de melkfabriek wil innen, moet de koeien minstens 120 dagen per jaar minstens zes uur per dag weiden. 'Jammer alleen dat de supermarkten die ene cent extra nog niet willen betalen. Nu betalen we het indirect, via de coöperatie, zelf.'

Toen Van Calis in 2013 zijn stalpoort voor het eerst in vijf jaar weer open wilde zetten, had hij een ploeg van vijftien collega's en vrienden geregeld om de koeien in toom te houden. 'Ik dacht dat ze als wilden tekeer zouden gaan en nauwelijks in de wei te houden zouden zijn. Maar ze kwamen niet in beweging. We hebben een deel met drie man per koe naar buiten moeten duwen.'

Tekst gaat verder onder grafiek.

Grazen verleerd

De koe was het natuurlijke grazen verleerd. Letterlijk: 'Ze wisten niet wat ze met dat gras moesten en gingen, net als in de stal, weer met zijn allen bij elkaar liggen.' Toch maakt de weide voor het welzijn van zijn dieren geen verschil, vindt collega Peter van Hoof. 'Weidegang is wat dat betreft een beetje en wassen neus. Voor de koe maakt het niets uit. Die voelt zich in een moderne stal evengoed op z'n gemak.'

De melkveehouders die hij begeleidt hebben 'twee tot twintig jaar' niet meer aan beweiding gedaan, schat weidecoach Ton Derks. 'De meesten hebben er dus wel ervaring mee, maar je hebt een paar jaar nodig om het weer in de vingers te krijgen. Temeer omdat in de tussentijd je veestapel kan zijn verdubbeld en de bedrijfsvoering veranderd. De koeien moeten ook allemaal weer leren om het gras te plukken met de tong.'

Toen de melkrobot zijn intrede deed, gingen veel adviseurs en boeren er vanuit dat de stallen voortaan wel altijd dicht zouden blijven. Zonder speciale maatregelen voelen de dieren de behoefte aan de wei vaak ook nauwelijks, zegt hij. 'Daarom moet je de koe leren verwennen, zowel in de stal als buiten in de wei.'

Dat kan onder meer met smakelijk vers gras en een optimaal beweidingsplan; waardoor ze op sommige bedrijven bij warm weer ook 's avonds of 's nachts buiten kunnen lopen. Dan is het koel en hebben ze weinig last van ongedierte. Misschien jammer voor het grote publiek dat overdag nog steeds een grotendeels lege weide aantreft. 'Maar de koe voelt zich er goed bij.'

Convenant over behoud koeien in de wei

Afgelopen maand stapte Milieudefensie uit het convenant dat milieuorganisaties, landbouwsector en overheid hebben afgesloten over het behoud van koeien in de wei. De organisaties beloofden in 2012 dat het aantal bedrijven met weidegang na een jarenlange daling weer zal stijgen, tot 81 procent in 2020.

'Dat convenant is een doekje voor het bloeden', vindt Maarten Ros van Milieudefensie. 'Men zegt dat het aantal bedrijven dat meedoet is gestegen. Maar het aantal koeien dat dit aangaat is juist gedaald, terwijl de veestapel ondertussen flink is gegroeid. De weidegang moet dus wettelijk worden geregeld.'

Andere betrokken organisaties, waaronder ook de Dierenbescherming, zien nog wel vooruitgang en blijven voorlopig samenwerken in het convenant. Alle deelnemers dringen aan op medewerking van de supermarkten, die bereid moet zijn extra geld te vragen voor 'melk met weidegang'. Milieudefensie is het daarmee eens: 'De boer moet beloond worden en volgens enquêtes is 90 procent van de consumenten bereid daar één cent per liter of meer voor te betalen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden