Knorren

Bij Zuidelijk Toneel Hollandia zijn ze best wat gewend, maar ze hadden nog niet eerder 'met de laarzen in de stront' gestaan....

Niemens komt d'r mer achterom gereje. En nee, telefoon krede nooit mer.

Een boer die is uitgeboerd, weet de ex-boerin, heurt nie meer bij de boere, en ook niet bij de burregers. Want het boerenleven, dat is met geen pen te beschrijven. Da kende nie, hè, da leven?

Altijd dicht bij de beesten, de varkens. Altijd samen ook met 'mijn Karel' of 'mijn Fons', altijd elkaar iets te vertellen aan de keukentafel. Altijd buiten. Altijd bezorgd om de net geboren big. Altijd. . .

Niemand kent dat toch, dat leven?

'Met de laarzen in de stront staan', nee, dat hadden ze bij Zuidelijk Toneel Hollandia ook niet echt gedaan voor ze aan hun project Varkens/Boeren begonnen, 'twee toneelstukken op locatie in Brabant'. Maar toch: iets over boeren, over een instortende sector, over een uiteenvallende gemeenschap. Het zou het eerste grote 'locatieproject' worden sinds de fusie van Zuidelijk Toneel (Eindhoven) en Hollandia (Zaandam) begin dit jaar. Volgens de 'Hollandia-treatment': niet in een gewone zaal, maar in de leegstaande Verkadefabriek in Den Bosch, waar enkele jaren geleden nog lange vingers en Café Noirs werden gebakken en frou-frou in dozen gepakt. Plus negen avonden bij de boeren thuis. Besloten, omdat het klein is, tussen de schuifdeuren, en omdat anders de boeren er waarschijnlijk geen trek in hebben.

Het is een manier om Brabant 'te laten zien en voelen wie we zijn', zegt regisseur/directeur Johan Simons (55). Zelf geen boerenzoon, maar wel geboren in Heerjansdam, op het Zuid-Hollandse eiland IJsselmonde, 'een dorp met grote kleiboeren'. Moeder kwam uit een boerenfamilie, en de broers van zijn vader handelden in aardappelen.

Het boerendom is 'een van zijn vele fascinaties', al is het maar omdat op een boerderij leven en dood een andere plaats innemen. Laatst, zijn kat ging dood. Spuitje? Of zouden ze hem zelf in een hoek van de tuin laten doodgaan? 'Die overweging. Het doden van dieren, dat je daartoe in staat bent. Een halfdode vogel op straat. . . ik denk dat er weinig mensen zijn die het beestje met de kop tegen de muur zullen slaan om het uit zijn lijden te verlossen.'

MKZ

De grijp- en destructiewagens op tv, die tijdens de varkenspest in 1997 de varkens voor hun laatste rit oppikten, en dit jaar de MKZ-koeien, hebben bij Simons iets losgemaakt. 'Dit onderwerp moet theatraal ter sprake kunnen worden gebracht', bedacht hij. Het past ook mooi in de 'regionalisering' van de Eindhovens groep - een van de voorwaarden voor de 7,3 miljoen gulden subsidie per jaar.

De vraag natuurlijk: hoe? Want de boeren zien je aankomen. Da kende nie, hè, da leven?

'Iemand die al 150 jaar in Brabant woont' werd de schakel, voor één dag in de week: dramaturg Henk Havens uit Tilburg, docent en staflid op de toneelacademie in Maastricht. 'Het is handig om iemand zoals ik bij de hand te hebben', zegt Havens (47). 'Ik kan gemakkelijker in contact komen met Brabantse boeren dan iemand van boven de rivieren. Een vertrouwenwekkend geluidje door de telefoon, dat scheelt.'

Boerinnen interviewen, was het idee. Want zíj voeren het woord als de buitenwereld de keuken binnenstapt. De Zelfhulporganisatie Bedrijfsbeëindigers, waar ex-boerin Tonny Verrijt lotgenoten informeert en helpt, benaderde boerinnen en ex-boerinnen, en overtuigde ze van het belang mee te werken. Verhalen van vier boerengezinnen die het moeilijk hebben gehad of nog steeds hebben (geïnterviewd door journalist Lex Bohlmeijer, bewerkt door hemzelf en dramaturg Tom Blokdijk) vormen nu de basis van een toneeldialoog tussen boerin Truus (Chris Nietvelt) en boerin Connie (Elsie de Brauw).

Met een hond zou je zegge

- Hij mag zo lang blijven as 't enigszins kan

Maar 'n hond die hejje as gezelschapsdier

- Terwijl een varke toch een productiedier is

Daar hebbe wij 'n productiedier van gemaakt

- 'n Koe is ok om melk te produceren, he?

Die is d'r ook nie om alleen in de wei te lope

'Die eindletters zeggen ze vaak niet, da's wennen', zegt Chris Nietvelt (39), Vlaamse, geboren in Turnhout. Net als Elsie de Brauw kreeg ze les in het Brabants voor deze rol. Nu ja, les. . . een Brabantse heeft de tekst ingesproken op een bandje, en daar hebben ze erg goed naar geluisterd. Geleerd: de laatste letter valt vaak weg, heel veel wordt heul veul, hier wordt de a een è, daar wordt het juist een á, en gelukkig, soms is het gewoon makkelijker om woorden over te slaan.

'Een Brabander zal altijd kunnen zeggen: het is wel Brabants, maar het is niet van hier', is een geruststelling voor Nietvelt. 'Als ze het maar niet opvatten als een parodie, dat gevaar bestaat natuurlijk.'

Diepvries

Het toneelstuk Truus en Connie is voor haar geen missie. Een beetje, misschien. Nietvelt, die bij haar opa in Kasterlee nog meehielp met het hooien en aardappels rooien en elk jaar een varken in de diepvries had, zou wel 'het blazoen van de varkensboeren willen helpen zuiveren'. Want, zo simpel is het: 'Als mijn grootouders geen zoon hadden gehad die hen kon opvolgen, hadden ze een nutteloos leven geleid. Ik zou het prettig vinden als ze wat respect krijgen.'

Respect. Geen lullige typetjes met een raar accent. Geen Jiskefet-gedoe.

'Wat voor toneelstuk hoopt u dat wij maken?', vraagt acteur Bert Luppes - pratend varken in Nageslacht, het 'meer poëtische' stuk van het tweeluik - aan Harrie en Anneke Verkampen, (scharrel)varkensboer en -boerin te Gemert, en ex-boerin Tonny. Ze zijn te gast bij de repetities in de Verkadefabriek, omdat de acteurs en regisseurs meer willen weten over de werkelijkheid, de pijn beter willen voelen.

'Begrip, dat is waar wij op rekenen.'

'We zullen ons best doen.'

Gekoeioneerd door de overheid zijn ze ('tuig, tuig, tuig') - uren in de rij voor een stempel, en dan gaat met lunchtijd het loket gewoon dicht. 'Judias' van Aartsen, die tijdens de varkenspest doodleuk artsen en inspecteurs het erf opstuurde die de pest juist verspreidden. En de voorlichters, die voorspelden dat de consument wel meer zou willen betalen voor goed scharrelvarkensvlees. Niet dus.

Een gesprek.

De boer: 'Mensen die biologische producten willen, zijn idealistisch. Die zijn al lang vegetariër.'

De boerin: 'In de supermarkt is scharrelvlees toch twee gulden duurder. Ligt het naast het gewone vlees, dan kies je toch 't goeiekoopste.'

Acteur 1, tijdelijk varken: 'Is het net iets als met een goeie wijn in Frankrijk kopen in plaats van die goedkope Albert Heijn-wijn? Dat je kiest voor iets duurders om de smaak?'

De boer: 'Dat verschil proef je niet. Van het gewone vlees gaat de beste 10 procent direct naar de consument. De rest wordt verwerkt.'

De dramaturg: 'Stel, heel Nederland ziet dat kwaliteitsvarkens meer kosten, en daarvoor meer wil betalen. . .'

De boer: 'Over vijf jaar hebben we het hier niet meer over. Dan gaat het over veiligheid. Scharrelvlees is minder veilig. Wat valt er aan een stal te ontsmetten als de dieren gewoon in de wei lopen, en de vogels naar binnen kunnen vliegen?'

Acteur 1: 'Goh, daar schrik ik toch wel van. Ik koop een scharrelkip omdat ik denk dat die beter is.'

De actrice, ook varken: 'Dat geloof ik nog steeds.'

De boer: 'Bij kippen proef je het. Bij varkensvlees minder. De structuur is wel anders.'

De boerin: 'Als je het bakt in de pan, krimpt het minder.'

Acteur 1: 'Worden ze op dezelfde manier geslacht?'

De boerin: 'Ja. Wel in een aparte slachterij.'

Acteur 2: 'Ik speel ook een varken. Hoe worden ze geslacht? Dat weet ik eigenlijk niet.'

Aaien

'Dit zijn de mensen over wie je het hebt', zegt Nietvelt. 'Ik heb meer inzicht gekregen in hoe een leven wordt gebroken. Het drama. Het onbegrip. Varkensboeren worden sowieso als een beetje vies gezien. Met koeien is dat anders. Die kun je aaien. Een biggetje is binnen een week niet meer schattig.'

'Het is heel erg dat al die boeren weggaan', vindt Floor Huygen, regisseur van Nageslacht, een dialoog tussen een boerin die haar boerderij verliest en haar laatste (lievelings)varken. 'Het is zo'n edel beroep. Het is onze geschiedenis.'

Huygen (45) vindt het 'interessant dingen uit haar omgeving, de meest dagelijkse dingen op het toneel te zetten', zoals ze al eerder deed met het verhaal van de laatste arbeider van een meelfabriek (Kingcorn, 1997), en de laatste arbeider van een zeepfabriek (Biotex, 1998). 'Ik wil dingen tonen waar je anders overheen kijkt. Opdat ze meer waarde krijgen. Kleine dingen raken uiteindelijk iets groots.'

Dood en liefde. Dood en dierenliefde. De slacht als ultieme liefdesdaad: 'Gij moet niet van mij houden. En ge moet niet weten dat ik van u heb gehouden. Laat mij u dan ontvangen. Laat mij uw keel betasten.'

Het varken mag in de tekst van Josse de Pauw en Kamiel Vanhole antwoorden. Want: 'Ik geloof wel dat dieren kunnen denken. Ze hebben gevoelens, net als wij. Ze hebben een visie, net als wij. Zelf zijn we zó beperkt.'

Huygens varken (Bert Luppes met vervormde neus, in onderbroek, colbertje, en met een plek in zijn zij die de pest doet vermoeden) is 'optimistisch, totdat de slacht wel heel dichtbij komt'.

Hoe zou de winter zijn?

Wit heeft men mij verteld.

Moeilijke kleur voor een varken.

Alles wit. Zo wit dat je niet meer kan kijken.

Alles hetzelfde, de wereld wordt een waas.

Wit waas. . .

Kijk ginder, dat ben ik. Daar aan de horizon.

Een roze stip in al dat wit.

De wereld is verdwenen. . . alleen ik nog.

Ik ben er nog.

Ik.

'Wel 'n bietje eigenaardig hoor, een pratend varken', zegt Kees Ketelaars, boer in Biest-Houtakker, een dorpje van achthonderd zielen onder Tilburg. 'Een varken dat een idee heeft. Daar geloof ik niet in. Voor mij is een varken een productiemiddel.'

Zijn vrouw Miriam, van oorsprong 'een stadse', en nog steeds parttime-juffrouw op een basisschool in Tilburg: 'Je moet wel zorgen dat de beesten het goed naar de zin hebben. . .'

Kees: 'Want dan presteren ze beter. Dat is goed voor mijn portemonnee.'

Kees (38) en Miriam (37) stellen, net als acht andere boerenbedrijven, hun erf open voor ZT Hollandia, dat eind november Truus en Connie of Nageslachtkomt spelen. De gastheer en -vrouw mogen zelf het publiek uitnodigen. 'We doen eerst de zakelijke relaties', zegt Miriam. 'Boeren uit de omgeving, de boekhouder, de leveranciers, de man van de bank, de veearts, de buurman die toch altijd al komt buurten. En daarna gaan we kijken wie we nog voor de grap kunnen uitnodigen.'

Tractors

Eerst wilden ze het in de huiskamer doen, maar al tellend blijkt dat niet meer te kunnen. De schuur, waar nu de plastic tractors staan van Tom (6) en Yara (5), wordt ontruimd. Dan moeten er toch wel veertig, vijftig in kunnen.

Ze zijn 'graag bereid te helpen', want zo komen de boeren misschien een keer in een góed daglicht te staan. 'Altijd dat negatieve beeld. De varkenspest. Bah, varkens stinken. En die vieze sproeiers van de mestkarren.'

Zelf zijn ze in de jaren na 1984, toen Kees het bedrijf van zijn vader overnam, nooit zo in de problemen gekomen als de boerinnen in de twee toneelstukken. De varkenspest bleef weg, over een opkoopregeling hebben ze niet echt serieus hoeven na te denken omdat ze nog jong zijn, en zelfs de mestboekhouding vindt Kees nog wel leuk, want hij 'houdt van computeren'. Het is te doen: 150 zeugen, drieduizend vleesvarkens per jaar naar de slacht, zes hectare grond.

'Ge moet het hier wel een keer hebben gezien, wilde iets op het toneel zetten', vindt Kees. 'Toen die actrices hier kwamen om foto's te maken, hadden ze nog nooit een echt varkensbedrijf gezien. Ze vonden alles spannend.'

Gebrúld van het lachen hebben ze die middag. Biggetje op schoot bij Elsie de Brauw, en ja hoor, 'het beest begint gewoon te zeiken'. Kees: 'En ze bleven zitten, alsof er niets aan de hand was. Dan kun je toch wel zien dat het actrices zijn hoor. Echte profs.'

Nooit echt naar het toneel geweest, nee, althans niet naar 'zo'n zwaar stuk als Hamlet'. Kees: 'Het zit er ook niet in. Niet meegekregen van thuis.' Miriam: 'Maar we gaan er ook niet helemaal aan voorbij. Die theatergroepjes op de Efteling, dat soort dingen zíe je wel.'

'Mijn stuk is niet speciaal bedoeld voor boeren', zegt regisseur Floor Huygen. 'Maar ik heb toch altijd in mijn hoofd dat theater van een grote eenvoud moet zijn. Begrijpelijke teksten, herkenbare emoties.'

Chris Nietvelt, boerin Truus: 'Normaal speel je voor een echt theaterpubliek. Het waarheidsgehalte is dan niet te controleren. Bij de boeren kan dat wel, het zijn hún woorden. Je hoopt dat wat je doet, dat het waar is. Het zijn hún woorden.'

Regisseur Johan Simons: 'Ik doe het voor een deel voor mezelf. Betekent het nou echt iets wat ik heb gemaakt? Ik zit te veel in een theaterfamilie, soms te veel ons-kent-ons. Ik wil even niks meer te maken hebben met een geconditioneerd theaterpubliek, mensen die me misschien al honderd keer hebben gezien. Op een boerderij komt het stuk op een heel andere manier aan.'

Koffie bij binnenkomst, stelt Miriam zich zo voor. Misschien een bak bier, oppert Kees.

Af en toe vist er al iemand naar een uitnodiging: 'Wat doen al die auto's steeds voor jullie deur?' O, Omroep Brabant, zeggen ze dan. En de krant, actrices, een regisseur, een fotograaf.

'Leuk hoor, al die nieuwe mensen', zegt Miriam. 'We hebben nog nooit contact gehad met echte professionals.' Maar, zegt Kees: 'Je kunt ze wel van alles wijs maken. Een varken heeft 26 knorren, staat er in de tekst. De actrices geloofden het echt. Maar da's dus helemaal nie woar.'

Varkens/Boeren van ZT Hollandia gaat zaterdag 27 oktober in première in de Verkadefabriek aan de Tramkade in Den Bosch. Donderdag tot en met zondag, tot en met 16 december. Op donderdag en vrijdag worden beide stukken, Truus en Connie en Nageslacht, gelijktijdig gespeeld. In het weekeinde na elkaar. De voorstellingen op negen boerderijen in Brabant zijn besloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden