Knoop

Op straat trof ik een keurige heer die naar de grond stond te staren. Dit was rond het middaguur, hartje Amsterdam....

Martin Bril

De keurige heer droeg een donkerblauw pak, bruine schoenen, een lange, antracietkleurige overjas, een grijze sjaal en bruine handschoenen. De jas hing open. Na een tijdje ging het staren over in rondzoekend kijken.

Ik keek zelf ook eens goed naar de grond. Toen ik er een tijdje mee bezig was, vroeg ik me af wanneer ik dat nou voor het laatst had gedaan. Er schoot me geen moment te binnen. De grond waarop je loopt, neem je kennelijk voor lief. Toch was er genoeg te zien.

Een barst in het asfalt.

Een put.

Een broodkorst in de goot.

Een scheefliggende tegel, een elastiekje, een pluk onkruid waar alweer wat leven in zat, een bolletje kauwgum, hard en droog, een wit kiezelsteentje, een sigarettenpeuk, het cellofaan van een tampon, de dop van een tube lijm, ooit rood, maar inmiddels verschoten en door heel veel voetstappen geplet.

Ik keek eens op om te zien of mijn buurman er nog stond. Hij was er nog. Maar hij keek niet naar de grond, maar naar zijn jas, en daarna naar mij.

'Er is een knoop af', zei hij. Het klonk alsof hij het nauwelijks kon geloven. Hij keek nogmaals naar de jas, de knoop ontbrak echt.

'Ik zie hem nergens', zei ik.

'Het gebeurde toch echt hier', zei de man korzelig, 'ik hoorde hem vallen'. Hij keek kwaad naar de grond.

We bevonden ons in een smalle straat waar alleen fietsers en voetgangers doorheen komen. We stonden allebei half op de stoep, half op de straat. De man steunde met een hand op een amsterdammertje, waarschijnlijk om te voorkomen dat hij al zoekend te ver af zou dwalen van de plek waar de knoop van zijn jas was gesprongen. Ik zag zijn blik de grond systematisch aftasten. Hij begon bij de stoeprand aan de overkant en kwam, scherend van links naar rechts en terug, langzaam dichterbij.

Maar hij vond de knoop niet.

'Hoe kan dat nou?', vroeg de man zich hardop af en hij hurkte om de grond nog beter te kunnen zien. De panden van zijn jas kwamen daarbij als vleugels op de stoep te liggen. Even aarzelde hij, maar de knoop was hem veel waard en hij bleef op zijn hurken zitten. 'Een knoop kan toch niet zomaar weg zijn', bromde hij, 'verdomme'.

Achter de man was de gevel van een winkel. Op stoephoogte zat een rooster, met kippengaas tussen de spijlen.

Op het gaas lagen wat kleinigheden, papiertjes, de dop van een bierfles. Het zou een mooie plek voor de knoop zijn geweest, maar hij lag er niet bij. Ook elders zag ik hem nergens liggen, wat de zaak tot een hopeloze maakte.

De man kwam overeind. Hij veegde zijn handen af en sloeg zijn jas dicht. Hij keek naar de plek waar de knoop had moeten zitten, tilde de jas even op en pulkte het kleine knoopje aan de achterkant los waarmee de verloren knoop vast had gezeten. Hij keek even om zich heen, en naar mij, en liet toen het kleine knoopje op de grond vallen. Op hetzelfde moment liep hij weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden