Knokploeg kijkt toe tijdens gebed in Jakarta

Groepjes radicale moslims slaan er ook tijdens de vastenmaand op in Indonesië. Vooral de ahmadi moeten het ontgelden.

Indonesische moslims liggen tijdens Ramadan op de grond van een moskee in Jakarta. Beeld epa

Soms rijdt een trein voorbij, maar verder gebeurt er in dit hoekje van Bukit Duri nooit wat. Het enige dat opvalt in het wijkje in ­Jakarta, is de moskeedichtheid. Geen gelovige hoeft meer dan 100 meter te lopen voor zijn vrijdaggebed. Behalve de ahmadi: de leden van de meest ­vervolgde religieuze minderheid van Indonesië hebben maar één moskeetje om naartoe te gaan. Als ze dapper genoeg zijn. Zij moeten tijdens de ­ramadan spitsroeden lopen tussen de vlijmende blikken van mannen die voor de naburige ­moskeeën op straat staan.

Agenten bewaken enkele kruispunten in de buurt en bij het moskeetje zelf wemelt het van de verklikkers van de politie. Zij maken met hun mobieltjes foto's van iedereen en sturen die naar het bureau. Wat vorige week is gebeurd, zal deze week niet meer gebeuren, is de boodschap. Toen werd er niet alleen venijnig gekeken, toen werd er ook geschreeuwd en ­geweld gebruikt. Boze moslims blokkeerden de toegang tot de kleine ­ahmadi-moskee.

De mannen van het Front van de Verdedigers van de Islam (FPI) zaten achter de aanval. Die FPI ramt in de vastenmaand eetkraampjes in elkaar, en houdt razzia's in bars en cafés. De rest van het jaar moeten minder­heden als sjiieten en ahmadi het ontgelden: zij zijn 'afvallige moslims' in de ogen van de radicalen.

Slechts een handvol ahmadi trotseerde de intimidatie van de FPI. Zij legden hun bidmatjes neer op het asfalt voor de moskee, en zeiden daar hun gebeden. Vrijdag zijn er zo'n honderd ahmadi voor het gebed gekomen, omdat het vastenmaand is, maar ook omdat honderd sterker zijn dan tien. Het moskeetje blijft dit keer open. Voor hoe lang?

Half miljoen volgelingen

Ahmadi worden al jaren bedreigd en aangevallen in Indonesië. Sinds de eerste ahmadi-missionarissen 85 jaar geleden naar Indonesië kwamen, is ahmadiyah uitgegroeid tot een beweging met zo'n half miljoen volgelingen.

Ze worden vanwege hun geloof fel vervolgd. Ahmadi bidden net als andere ­moslims vijf keer per dag, en zij lezen net als de rest uit de Koran. Daar ligt het niet aan. Het probleem is de profeet: de ahmadi geloven dat niet ­Mohammed de laatste profeet is geweest, maar Mirza Ghulam Ahmad, een Indiër uit Punjab die zichzelf de 'messias van de Islam' noemde.

Doodgeknuppeld

Op 6 februari 2011 viel een opgehitste meute een kleine ahmadi-gemeenschap in Cikeusik aan. Op YouTube zijn nog steeds de videobeelden te zien waarop ahmadi worden dood­geknuppeld terwijl een politieagent toekijkt. Op Lombok leeft een groep ahmadi al bijna tien jaar in een geïmproviseerd vluchtelingenkamp. In West-Java zijn ahmadi-dorpen ontruimd en moskeeën gesloten of in brand gestoken. De ahmadi in de wijk Bukit Duri hebben dus alle reden om bezorgd te zijn.

Dictator Suharto hield de radicale moslims stevig onder de duim. Zijn val in 1998 heeft de weg vrijgemaakt voor radicale moslims, die ineens on­gestraft konden demonstreren en intimideren. Vooral de knokploeg FPI maakte snel naam en is uitgegroeid tot een klein leger met vertakkingen in het hele land. Aanvallen op ahmadi en ­sjiieten namen toe.

De regering van president Susilo Bambang Yudhoyono gooide alleen maar olie op het vuur door de ahmadiyah bijna te verbieden: in een ministerieel decreet werd het de ahmadi officieel verboden hun godsdienst uit te dragen. De godsdienst zelf werd niet verboden, maar die nuance drong niet door tot de radicalen, die het decreet aangrepen als een aansporing tot meer en hardere aanvallen.

De ahmadi maken zich zo klein ­mogelijk. 'An Nur' heet hun moskeetje in Bukit Duri. Het is eigenlijk een woonhuis met twee extra grote kamers: een beneden en een boven. Alle kenmerken van andere moskeeën ontbreken. De naam staat niet op de gevel, er is geen koepel, en wat vooral opvalt: er zijn geen luidsprekers op het dak. Daardoor kun je zelfs binnen goed horen wat er in de moskee van de buren wordt gepreekt.

Uit vier grote luidsprekers schalt daar voortdurend één woord: 'Ahmadiyah!' Het klinkt als een vloek, en zo is het ook bedoeld. De imam donderpreekt dat de ahmadi moeten oprotten, dat hun leer onrein is, hun koran een vervalsing. Hij preekt wat er op een spandoek staat geschreven dat boven de weg is gespannen. 'Wij, de bewoners van deze wijk, willen hier geen ahmadiyah. Het mag er niet zijn, zijn leer niet, zijn activiteiten niet.'

Spandoek

Als de imam klaar is, slenteren ­mannen weer de straat op. Zij dralen wat, en kijken naar de stillen, de journalisten, en naar de mannen die uit de ahmadiyah-moskee komen. Voorbij 'An Nur' ligt nog een derde moskee. Ook daar verschijnen mannen voor de deur. Een van hen is Rizky Andreas. Hij draagt het witte hemd, het witte petje en het pluizige baardje van de Indonesische radicaal. Hij is het helemaal met het spandoek eens, zegt hij. 'Dit zijn geen moslims. Dit zijn valse moslims.
Zij horen hier niet. Ik wil dat ze weggaan. Waarheen? Dat kan mij niets schelen.'

Aan de andere kant staat Yendra ­Budiana. Hij is de woordvoerder van de ahmadi, en een stem van de rede. 'Wij zitten hier al sinds 1980, en hebben nooit problemen met de buurt gehad. De buurt heeft niets tegen ahmadiyah. Niet de buurt is tegen ons, het zijn maar een paar mensen. De meerderheid van Indonesië is tolerant.'

De geschiedenis leert echter dat een paar hitsige imams in Indonesië in staat zijn veel mensen op te jutten. ­Yendra weet dat natuurlijk. 'Dat kan voorkomen worden als de regering en de politie hard en duidelijk optreden.' In het verleden gebeurde dat niet, maar Yendra hoopt dat de nieuwe ­president, Joko Widodo, en de nieuwe, christelijke gouverneur van Jakarta, ­Basuki Tjahaja Purnama, beter zullen zijn dan hun voorgangers. Dat kunnen zij in Bukit Duri bewijzen.

De aanwezigheid van een paar agenten en de stillen houdt vandaag de ­radicalen op een afstand. Rizky en zijn vrienden laten het bij dreigend kijken alleen. De ahmadi sjokken in groepjes naar huis. Hun vrijdaggebed zit erop. Volgende week zien ze weer verder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden