Knokken voor respect en de lieve vrede

Vechten om niet te hoeven vechten, is het motto van oud-bokser Arnold Vanderlyde. Hij geeft les aan scholieren in een achterstandswijk én bij de politie....

Darryl Pinas houdt van wapens. Dat laat hij zien. Als hij lacht, blinkt een gouden revolver in zijn mondhoek, op een tand. Een onschuldig sieraad? Niet voor hem. Het is een verklaring. Hij kan aan schiettuig komen, heb respect. Pinas zit op school en bokst.

Alcindo Silva is trots op zijn lichaam. Zijn voorkomen is zijn wapen. Brede schouders, biceps met kronkelende tatoeages, onbevreesde oogopslag. Een kerel zonder aarzeling, overtuigd van zijn gezag. Silva is politieman en bokst.

In de ring zullen Pinas en Silva elkaar niet gauw treffen. Verschillende gewichtsklassen, te groot niveauverschil. Mocht het tot een confrontatie komen, dan is dat op straat in Delfshaven. Scholier tegen surveillant. Vuistgevecht zonder handschoenen. Géén ongewoon schouwspel in hun Rotterdamse wijk, weten ze.

Pinas (17): 'De politie is bij ons in de buurt de grootste vijand.' Silva (26): 'Toen ik bij de politie ging, zeiden kennissen van de straat: hoe durf je, klootzak.'

Niet dat één van beiden uit is op een knokpartij, met elkaar of met een ander. Juist niet. Silva vermijdt de confrontatie uit overtuiging én uit hoofde van zijn functie - een diender hoort niet slaags te raken. Pinas probeert zich bij moeilijkheden afzijdig te houden sinds hij heeft ingezien dat vechten vaak weinig oplost.

Kennis van het boksen helpt daarbij, zeggen ze. Ze leggen de wetten van de straat dankzij de sport gemakkelijker naast zich neer.

Boksen om ruzie te voorkomen?

Het klinkt misschien ongeloofwaardig, zegt voormalig zwaargewicht Arnold Vanderlyde, tussen 1984 en 1992 drie maal winnaar van olympisch brons. Maar hij denkt dat het werkt. Sterker nog: het is de filosofie die ten grondslag ligt aan de bokslessen die hij geeft op scholen in achterstandswijken en bij de politie. Aan Pinas bijvoorbeeld. En Silva. Vechten om de lieve vrede te bewaren.

Eenvoudig te verkopen is die filosofie niet.

Op de school van Pinas, de G.K. van Hogendorpschool in Delfshaven, waren de bokslessen aanleiding tot verhitte discussie. Sportleraar Ivo Emic herinnert zich de scherpe commentaren op zijn voorstel. De buurt heeft geen goede naam. De jeugdcriminaliteit tiert er welig. Het kost leerlingen moeite om op het rechte pad te blijven. 'Jij wilt potentiële crimineeltjes leren boksen', kreeg hij naar zijn hoofd geslingerd. 'Straks zijn we nog verder van huis.'

Ook de deelgemeente was niet enthousiast. Marianne Potuyt, bij de deelgemeente Delfshaven verantwoordelijk voor Sport & Recreatie, betwijfelde of ze bokslessen moest subsidiëren. Ze kreeg associaties met kooigevechten, met onbeheerst slaan en schoppen. Pas nadat Potuyt een proefles van Vanderlyde had bijgewoond, draaide ze bij. 'Het gaat er heel gedisciplineerd aan toe. Toen ik de didactiek zag, besefte ik dat het geen gore sport was. Het is geen kooigevecht. Het is een olympische sport.'

Voor de politie is boksen minder vreemd dan voor de school - vechtsporten zijn deel van de opleiding. Toch was ook de sportvereniging van de politie Haaglanden zich bewust van de risico's. Slechts de onberispelijke reputatie van Vanderlyde maakte de cursus mogelijk. Regilio Tuur, onlangs veroordeeld tot celstraf wegens mishandeling van zijn ex-vriendin, zou niet welkom zijn geweest. 'Geweldsreductie staat voorop in ons vak', zegt Remon Leers van het Korps Landelijke Politie Diensten. 'Ik zie de krantenkoppen al als Tuur hier les zou geven.'

Vanderlyde begrijpt de afwegingen van de school, de gemeente en de politie. Hij weet dat boksen een dubieuze reputatie geniet. Hij betreurt dat. Naar zijn smaak vertekent een kleine groep profs met misdragingen buiten de ring het beeld van de sport die hij zelf steevast the noble art noemt: de edele kunst der zelfverdediging.

The noble art is wat hij onderwijst. Lichtvoetig bewegen, scherp observeren, zuiver stoten. Niet impulsief handelen, maar gecontroleerd. Niet vanuit angst opereren, maar met zelfbeheersing.

Vanderlyde mag nog graag het goede voorbeeld geven, al is hij elf jaar geleden gestopt. Hij is veertig en strammer dan de meeste van zijn pupillen. Toch is hij een imposante verschijning, zowel in het verouderde Rotterdamse schoolgebouw als in de moderne gymzaal van de politie. Hij torent met zijn 1.98 meter boven iedereen uit.

De scholieren zijn te jong om zich iets te herinneren van Vanderlyde's loopbaan, maar luisteren aandachtig. Hij spoort aan, motiveert, geeft technische aanwijzingen bij het schaduwboksen. 'Je moet je voelen als een kat, als een tijger. Denk aan de positie van de benen: je rechterteen naast je linkerhak. Nu stoten, pang, vergeet niet je been te strekken.'

Bij het sparren hanteert hij strikte regels. Slaan op lijf en hoofd is verboden. Rake klappen moeten smoren in handschoenen. De een houdt zijn handen hoog, de palmen naar voren gekeerd. De ander maakt een combinatie. 'Links, links, rechts, hoek!' Het mag stevig van Vanderlyde, dat wel. 'Lekker agressief. Pang. Hoppa mi boy, dat is goed.'

De tieners blijven voorzichtig. Ze houden in, vertrouwen hun eigen vuisten niet. Als Darryl Pinas per ongeluk het lichaam van Tasha raakt, een van zes meiden die meedoen aan de bokslessen, kijkt hij bezorgd. De sessie valt stil. Hij maakt verlegen excuses.

Hard gaat het er pas aan toe als Vanderlyde de leerlingen uitnodigt zijn handschoenen als mikpunt te gebruiken. Iedereen komt aan de beurt. De oud-bokser daagt uit als er naar zijn zin niet krachtig genoeg wordt gestoten. Zachtjes raakt hij met zijn handschoen een voorhoofd, meer een aai dan een tik. Dat werkt. Steeds feller gaat het, tot genoegen van de leraar.

Vanderlyde, stralend, na de training. 'Zag je die ene jongen waar niets in zat. Die kwam tot leven bij het sparren. Hij durfde, hij lachte, hij was blij met zichzelf. Dat is goed.'

Een dag later, bij de politie, laat de voormalig zwaargewicht zijn handschoenen opnieuw als boksbal gebruiken. Maar aan het einde van de training daagt hij sommigen uit voor een sparringsessie, waarin de remmen los mogen. Dat is leerzaam voor de agenten, zegt hij, al geniet hij zelf ook van de kortstondige flirt met het gevaar.

Even waant hij zich weer bokser. De zintuigen staan op scherp, de adrenaline stroomt, met de oogleden wordt niet geknipperd. Zo link als zijn vroegere Cubaanse aartsrivaal Felix Savon, de drievoudig olympisch kampioen, is geen politieman. Maar een voltreffer kan kwaad. Bovendien, welke diender wil Vanderlyde niet tegen het canvas slaan?

De Limburger herinnert zich levendig het afsluitende examen van een cursus die hij gaf aan een arrestatieteam. Elk lid van de eenheid moest de ring in tegen een topamateur. Zelfs tegen de relatief onbekende boksers wilden sommigen koste wat kost winnen. 'Eén man vergat alles was ik hem had geleerd. Maaien, maaien, dat deed hij. Hij werd neergeslagen. Hij had een wond onder zijn oog, maar stond op. En weer maaien, maaien. Liep hij tegen een rechtse hoek op. Toen heb ik het gevecht stilgelegd.'

Een perfect leermoment, noemt Vanderlyde die sessie. Het toont het nut van bokstraining aan. Hij probeert zijn pupillen zelfbeheersing bij te brengen, wil dat ze de consequenties van geweld overdenken. 'Als een lid van een arrestatieteam flipt tijdens zijn werk, brengt hij zichzelf en zijn collega's in gevaar.'

Bij de politie Haaglanden vindt zijn boodschap alom weerklank. Voor de vervolgcursussen van Vanderlyde is een wachtlijst van enkele tientallen agenten. En ook bij Defensie is interesse.

Surveillant Jerrel Rapprecht (38) is er van overtuigd dat hij met meer zelfvertrouwen over straat gaat dankzij de bokslessen. Dat straalt hij uit, meent hij, waardoor hij beter om zal gaan met de 'moeilijke jongens'. 'Ze zoeken de confrontatie. Altijd. En ze zoeken altijd de zwakte schakel. Als je kwaad wordt, is dat vaak uit onzekerheid. Als je bokst, hoef je niet zo nodig. Je bent meer ontspannen, ook omdat je weet hoe je moet omgaan met klappen. De eerste keer dat ik op de training ging sparren was ik zo bang, dat wil je niet weten.'

Alcindo Silva herinnert zich een situatie waaruit hij zich heeft gered dankzij de bokslessen. Een 'beresterke' arrestant had twee van zijn collega's neergehaald. Hij overwoog te slaan. In plaats van impulsief te reageren dacht hij na over de gevolgen: het mogelijke letstel bij de man en de kans dat hij aansprakelijk zou worden gesteld. 'Ik heb pepperspray gebruikt.'

Ook de leerlingen in Delfshaven hebben de woorden van Vanderlyde ter harte genomen. Ze prediken de vrede. Mustafa, een beweeglijke jongen in Braziliaans voetbalshirt, is weg van boksen. Maar agressief? 'Ik ben een van de rustigsten van de klas.' Darryl Pinas heeft zich leren beheersen, zegt hij: 'Ik denk niet dat boksen slecht is voor jongeren. Laat iedereen het maar uitvechten in de ring. Dan wordt het veiliger op straat.'

De gemeente is overtuigd. Potuyt van Sport & Recreatie zou graag zien dat in Delfshaven meer scholen bokslessen aanbieden, ook in het basisonderwijs. Ze wil het project slijten aan 32 instellingen. 'Ik zie met hoeveel respect die leerlingen met elkaar omgaan. Je zou eigenlijk voetballers een bokscursus moeten geven. En sommige voetbaltrainers.'

Toch is er niet louter optimisme. Want is het beoefenen van een sport waarin het haast onvermijdelijk is om letsel toe te brengen altijd heilzaam?

Bij de politie worden kanttekeningen geplaatst bij de filosofie van Vanderlyde, als blijkt dat hij ook scholieren in Delfshaven bokslessen geeft. Zonder die specifieke groep leerlingen in een kwaad daglicht te willen stellen, schetsen ze de risico's.

'Het is te hopen dat het werkt', zegt Silva. 'Ik heb respect voor het doel van Arnold. Maar het valt niet mee met de jeugd van tegenwoordig. Het is ieder voor zich. Je hoeft maar net een verkeerde te treffen die de lessen op straat gaat gebruiken.'

Remon Leers: 'Met een cursus tafeltennissen bereik je die jongens niet. Op zich is het een goed initiatief. De politie gaat ook met moeilijke Marokkanen op kamp in de Ardennen. Om te vechten heb je discipline nodig. Maar ja, een op de zoveel jongeren slaat de plank mis.'

Ook Darryl Pinas ziet een keerzijde. Hij geeft schoorvoetend toe dat hij zich aanvankelijk voor de schoollessen van Vanderlyde meldde om op straat beter voor de dag te kunnen komen. Weliswaar beseft hij nu 'dat geweld niet altijd de eerste oplossing is', maar in Delfshaven is de verstandigste zelden de baas. 'In onze buurt verdien je respect door te vechten. Als je wegloopt ben je laag. Je bent niets waard. In dat geval kom je in nog grotere problemen te zitten.'

Vanderlyde herkent de reacties van de politiemannen en de scholier. Ze brengen hem niet van zijn geloof. Van zijn cursisten pikt '99,9 procent' op wat hij ze meegeeft, denkt hij. Met nadruk stelt hij dat hij er niet op uit is om tieners en agenten op te leiden tot professionele boksers. Hij wil het letsel tot een minimum beperken. Hij is zelf niet voor niets altijd amateur gebleven.

Zijn streven is simpel. Hij hoopt dat zijn cursisten, of ze nu op school zitten of bij de politie werken, beseffen dat een gezonde geest huist in een gezond lichaam. Daar is hij achter gekomen dankzij boksen. Als tiener was hij een agressief baasje met een minderwaardigheidscomplex. Op de boksschool heeft hij zijn drift onder controle gekregen.

En al die klappen?

Een kapot neusschot is een kleine prijs voor waardevolle levenslessen, meent hij. 'Boksen heeft mij een basis gegeven. Die boodschap wil ik delen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden