Knipoog naar de schelmenroman

In het derde deel van zijn vierluik 'Kerkhof der Vergeten Boeken' onderwerpt Carlos Ruiz Zafón zich niet langer aan zijn illustere literaire voorgangers.

Roman


Carlos Ruiz Zafón

De gevangene van de hemel

Uit het Spaans vertaald door Nelleke Geel.


Signatuur; 318 pagina's; € 19,95.


Voor Carlos Ruiz Zafón had de literatuur de 20ste eeuw mogen overslaan. De roman was in de vorige eeuw ver afgedreven van zijn ware wezen: een goed verhaal dat de lezer op het puntje van zijn stoel houdt. De onbevangen, belangeloze lezer was op de achtergrond geraakt. Een klein, incestueus groepje professionele lezers (critici, academici) was de dienst gaan uitmaken, zo mopperde de schrijver van De schaduw van de wind.


Met zijn gepeperde kritiek op alles wat naar avant-garde, modernisme en postmodernisme riekt, zette Zafón zichzelf stevig op de kaart. Maar hij schoot daarmee ook in zijn eigen voet. Neem het Kerkhof der Vergeten Boeken, de titel van de tetralogie die van Zafón Spanjes best verkopende schrijver maakte. Het idee voor deze magische bibliotheek in hartje Barcelona, waar boeken op hun lezers wachten, kreeg hij toen hij De bibliotheek van Babel las, een van Borges' bekendste verhalen. Borges, de verliteratuurde schrijver bij uitstek! Borges, de aartsvader van het postmodernisme!


Nog zoiets: de eerste zin van De schaduw van de wind is een herschrijving van de beroemde openingszin van Honderd jaar eenzaamheid. Oók een vertelboek, zeker, maar dan wel boordevol postmodern gejongleer met tijd, ruimte, geschiedenis en literatuur. Niks voor Zafón dus, zou je zeggen.


Zoveel is zeker: Zafóns werk heeft niet alleen wortels in de 19de eeuw, maar ook in de 20ste. Sterker nog: Borges, García Márquez, Eco en andere nieuwlichters lijken in De schaduw van de wind te fungeren als een literair geweten dat Zafón ervoor behoedde een platte bestseller te schrijven.


Het spel van de engel, de lang verbeide opvolger, was andere koek. De roman schreeuwde zijn schatplichtigheid aan Dickens' Great Expectations van de daken. Maar wie een 19de-eeuws verhaal voor bij de open haard verwachtte, kwam bedrogen uit.


Tegen wil en dank zorgden de over elkaar heen buitelende stijl- en genrewisselingen en de volledig ontsporende plot ervoor dat het tweede deel van de serie over het Kerkhof der Vergeten Boeken een postmodernistische karikatuur werd.


Er was dus weinig reden om uit te kijken naar deel drie van de serie. Maar zie: De gevangene van de hemel is een enorme meevaller. Het is Zafóns meest stijlvaste roman tot nu toe. In plaats van zich te onderwerpen aan zijn literaire voorbeelden of hen naar de kroon te willen steken, lijkt de bestsellerschrijver zich nu eindelijk op zijn gemak te voelen in hun gezelschap. Dickens (A Christmas Carol) en Dumas (De graaf van Monte-Cristo), ze worden prominent voor het voetlicht gebracht. Maar Zafón laat zich niet meer intimideren of van de wijs brengen. Weliswaar neigt hij, in de passages waarin hij het naoorlogse Barcelona beschrijft, soms nog naar mooischrijverij en ontbreekt het ook nu niet aan sentimentele clichés, maar wat overheerst is een afwisseling van bloedstollende spanning en hyperbolische humor die goed werkt.


De schrijver lijkt wat dit laatste betreft vooral te knipogen naar de schelmenroman, dat eeuwenoude, oneerbiedige Spaanse genre waar ook Eduardo Mendoza zo graag op teruggrijpt. Deze keuze is niet zo vreemd als je bedenkt dat de schijnwerpers in De gevangene van de hemel vooral zijn gericht op Fermín Romero de Tormes, de rechterhand van de hoofdpersoon van de serie, Daniel Sempere.


Het is Kerstmis 1957 en Fermín staat op het punt te gaan trouwen. Maar hij is er beroerd aan toe. Zijn verleden speelt hem parten. Daniel weet hem ertoe te verleiden zijn hart te luchten, waarop Fermín hem uitvoerig de gruwelen opbiecht die hem tijdens en na de Burgeroorlog zijn overkomen.


In 1939 wordt hij opgesloten in de beruchte gevangenis van Barcelona op de Montjuïc. Daar zit ook David Martín vast, de hoofdpersoon van Het spel van de engel. De directeur van de gevangenis, Mauricio Valls, is een schurk van het zuiverste water. Hij schuwt geen middel om te krijgen wat hij wil: een succesvolle carrière, de vrouwen waarnaar hij verlangt en grote faam als schrijver. Fermín weet op spectaculaire wijze te ontsnappen aan de klauwen van deze meedogenloze man die het later zelfs tot minister van Cultuur brengt. David Martín en Isabella, de moeder van Daniel, hebben minder geluk.


Zafón laat Mauricio Valls uitgroeien tot een personage waarin hij niet alleen zijn grimmige visie op de Franco-dictatuur kan ventileren, maar ook zijn taaie, naar rancune riekende kritiek op de smaakmakers en machthebbers in de (Spaanse) letteren.


In deel vier zullen we nog veel over dit sinistere personage horen, zo laat de schrijver ons aan het slot van De gevangene van de hemel weten. We zullen zien.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden