KNIL-veteranen krijgen voor het eerst eigen plaats op Veteranendag

'Dit is de grootste overwinning voor de Molukse gemeenschap in 66 jaar'

Veteranen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) krijgen volgend jaar tijdens de jaarlijkse Veteranendag voor het eerst een eigen plaats op het Malieveld in Den Haag. Ook worden ze volgende maand officieel ontvangen op een landgoed in Hilversum, waar ze voor het eerst worden geëerd voor hun diensten.

Oud-militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) salueren in 2013 tijdens de herdenking van slachtoffers en gevallenen aan de Birma-spoorlijn. Beeld anp

Op die bijeenkomst zal het ministerie van Defensie inventariseren wie nog recht heeft op een onderscheiding of een officiële veteranenstatus.

Dat is de uitkomst van een overleg tussen vertegenwoordigers van de Molukse actiegroep Maluku4Maluku en de Inspecteur-Generaal der Krijgsmachten (IGK), Hans van Griensven.

'Dit is de grootste overwinning voor de Molukse gemeenschap in 66 jaar', zegt Leo Reawaruw, voorzitter van Maluku4Maluku. 'We worden nu als volwaardige Nederlandse veteranen gezien.'

De KNIL-veteranen hebben zich lange tijd miskend gevoeld. Tussen 1945 en 1949 vochten ze tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog tegen de troepen van Soekarno. Na de overwinning van Soekarno werden de 3.500 KNIL-militairen in Indonesië als collaborateurs gezien, en moesten ze het land verlaten. In 1951 werden ze met hun gezin naar Nederland gebracht, waar ze als militair werden ontslagen. De Nederlandse overheid plaatste de Molukkers in afgescheiden woonoorden en verbood ze de eerste jaren te werken.

KNIL-veteraan Benjamin Tahalele (87) werd overgebracht naar een arbeiderskamp in Steenwijk. Daar moest hij zien rond te komen van 3 gulden per week. Hij ontving noch een soldatenpensioen, noch een veteranenstatus. 'De Nederlandse overheid heeft ons allemaal in de steek gelaten', zegt hij telefonisch.

Waanzinnige behandeling

'Vluchtelingen zijn in Nederland beter behandeld dan de KNIL-veteranen', zegt Leo Reawaruw. 'Sommige veteranen zijn ondergebracht in de voormalige concentratiekampen van Westerbork en Vught.'

Volgens Reawaruw denken veel mensen bij Molukkers aan de Molukse acties in de jaren zeventig, waaronder de treinkaping bij De Punt in 1977. Reawaruw: 'Het is vreselijk dat daar veel mensen zijn omgekomen, en dat veel anderen met een trauma zitten. Maar één ding moet duidelijk zijn: alles is terug te voeren op het ontslag en de waanzinnige behandeling van de KNIL-militairen.'

Het irriteerde Reawaruw, wiens vader KNIL-veteraan was, dat er tijdens Veteranendag geen plaats was ingeruimd voor de nog ongeveer honderd levende KNIL-veteranen. 'Ze werden niet genoemd en ze hadden geen plek. Dat vond ik schandalig en dat heb ik duidelijk gemaakt.' Onder de hashtag #VergetenVeteranen deelde hij berichten op sociale media.

Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht Van Griensven, tevens Inspecteur der Veteranen, ging naar aanleiding van deze berichten het gesprek met Reawaruw aan. De plaats op Veteranendag, de officiële ontvangst en de inventarisatie van de veteranenstatus en de onderscheidingen van de veteranen vloeiden daaruit voort. Ook zal het Veteraneninstituut jaarlijks een reünie organiseren. Het is nog onduidelijk of de KNIL-veteranen tijdens Veteranendag een rol in het defilé krijgen, zegt een woordvoerder van het ministerie.

KNIL-veteraan Tahalele zal aanwezig zijn bij de ontvangst volgende maand. Hij is 'heel blij' met de stappen van Defensie, maar houdt er ook een verbitterd gevoel aan over. 'Er zijn hier in 1951 duizenden KNIL-militairen naartoe gekomen. Er leven er nog maar honderd, bijna niemand maakt dit nog mee.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.