Knetterbek

We zitten op het terras van De Kleine Tunnel aan het Sint Jansvliet te Antwerpen. We, dat zijn ik en mijn krant....

Wat is er zien op dit kleine plein? Niet veel. Aan de overkant cafe ’t Chauffeurke, hotel Scheldezicht en restaurant Het Palinghuis. Links van ons Nachtroer, voor algemene voeding. Daar kunnen de gedachten wel een tijdje mee toe. Algemene voeding – wat zou dat zijn? Intussen passeert een ouder echtpaar met allebei een ijsje in de hand. Het kan aan mij liggen, of aan mijn gemoedstoestand, maar ik vind een ouder echtpaar met een ijsje bijzonder ontroerend. Hoe ouder het stel, hoe beter.

Klein genot.

Dan duiken er in de rechterooghoek twee meiden van de juiste leeftijd op, een jaar of 25. Ze dragen korte rokken en grote, trendy zonnebrillen. Ze hebben lange, nu al bruine benen, en lang donkerblond haar. Een van hen heeft op haar T-shirt een woord staan dat ik nooit eerder zag: ‘Knetterbek’. Met grote, zilveren letters dansen de letters op haar boezem. Het andere meisje doet het zonder tekst, maar ook zonder bh, waar zie je dat nog.

Knetterbek.

Het woord is zo verrassend dat ik even vergeet verder op te letten. Knetterbek. Ik zie alleen de letters, op die deinende borsten. ‘Hee juffrouw’, hoor ik mezelf roepen. Ik wil haar vragen wat een knetterbek is. Maar de dames zijn niet gek natuurlijk, en vervolgen stoïcijns hun weg. Klikkerdeklik, klikkerdeklik, doen hun kekke hakken op het plaveisel. Pas als ze de hoek om zijn geslagen, begin ik na te denken. Wat is in godsnaam een knetterbek? En hoe zag de mond van het meisje er eigenlijk uit? Had zij een knetterbek? Ik zou achter de dames aan moeten gaan om erachter te komen, maar dat gaat te ver.

Knetterbek.

De uitbaatster van De Kleine Tunnel komt naar buiten. Het is een reusachtige vrouw met rood haar en enorme tatoeages op haar dikke, witte armen.

‘Mag ik u iets vragen, mevrouw?’

‘Zeker’, zegt ze, niet onwelwillend.

‘Weet u wat een knetterbek is?’

Ze kijkt me aan. Ik heb zo’n gevoel dat ik een heel domme vraag heb gesteld. Maar ja, wat doe je eraan? Ik heb hem uit mijn mond laten rollen. Ik kan alleen nog maar hopen dat het goed afloopt.

‘Wat zegt ge?’

‘Een knetterbek’, herhaal ik, ‘weet u wat dat is?’

Wie eenmaal de verkeerde weg is ingeslagen, moet doorgaan tot hij aan het einde niet anders kan dan concluderen dat het doodlopende weg was. Zo’n type ben ik.

De vrouw haalt haar machtige schouders op. ‘Helaas’, zegt ze, en verdomd als het niet waar is, maar ze weet er ook nog een spijtig klankje aan te geven. Dit neemt me geweldig voor haar in. Ze verdwijnt weer naar binnen. De installatie speelt daar oude liedjes van Dido. De puzzelaar die aan de bar zit, neuriet af en toe mee. Of hij komt hier elke dag en ze draaien altijd Dido, of hij is een kenner.

Knetterbek.

We zouden nu eigenlijk de stad in moeten gaan, mijn krant en ik, om te onderzoeken of er nog meer knetterbekken rondlopen. Desnoods zouden we tot het uiterste moeten gaan om de knetterbek van daarnet op te sporen. Maar het is te heet, en dus blijven we zitten. Kijk, daar komt alweer een oud echtpaar met een ijsje aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden