Knaloranje jodenster

Begin mei 1942 schrijft de 19-jarige Fanny Philips uit Vught aan haar vriendin Ans Scheurs in een brief over de drukte thuis....

De brieven die Fanny Philips, die in september 1943 in Auschwitz werd vergast, schreef van april 1942 tot juni 1943, werden bewaard door Ans Schreurs. Ze kwamen de historicus Jeroen van den Eijnde onder ogen; deze verzorgde met René Kok en Kees van Oord een mooie uitgave, Brieven van Fanny Philips 1942-1943 (Stichting Nationaal Monument Kamp Vught; fl 19,95). De foto's uit het boek zijn afkomstig uit een pakketje bezittingen dat Fanny voor haar vertrek naar Westerbork aan haar vriendin Tiny van Benthem had gegeven, 'tot zij het weer zou komen ophalen'. Pas in 1999 opende de vriendin het pakje.

Brieven, foto's en inleiding vertellen een aangrijpend verhaal, vooral door de grenzeloze naïveteit van het meisje en haar familie. Hun dood was waarschijnlijk te voorkomen geweest. Net zoals het Dagboek van Anne Frank ontleent het verhaal in de brieven de dramatische spanning aan het feit dat wij de gruwelijke afloop kennen, en de briefschrijfster niet. Maar de 13-jarige, intelligente Anne was zich, tussen alle bakvispraat door, scherp bewust van het gevaar, en van de krankzinnige onrechtvaardigheid van hun situatie. De veel oudere Fanny niet. Bij haar ontbreekt iedere reflectie.

Fanny blijft tegen de klippen op haar meisjesleven leuk en gezellig vinden, al verveelt ze zich als ze niet meer naar school, het katholieke St. Maria Lyceum, mag. Van de vier joodse meisjes op die school overleefde alleen Mary Bendiks, de vriendin die met haar familie een tijd bij de familie Philips inwoonde, de oorlog. Als Fanny een oud-leraar van de school tegenkomt en deze afgemeten groet en niet eens vraagt hoe het met haar gaat, vindt ze dat niet aardig. Verder gaat haar kritiek niet. In het notulenboek van het Maria-lyceum is op 27 maart 1945 te lezen dat er één leerlinge te betreuren viel. Geen woord over de joodse meisjes. Ze bestonden na hun afscheid op school gewoon niet meer.

Vader Benjamin Philips, directeur van een sigarenfabriek in Den Bosch, bekend notabele en kundig bestuurder, bleef tot het eind geloven dat het voor zijn gezin niet zo'n vaart zou lopen. Hij vertrouwde op een bridgevriend, NSB'er, die hen veilig naar een opvangkamp in Barneveld zou loodsen. Mary Bendiks beschrijft in haar dagboek dat haar familie op het punt staat te vluchten naar België. Die vlucht slaagde, en de familie Philips kon mee, maar de vader durfde het niet aan.

Eén lid van de familie was minder naïef, broer Hans. Mary Bendiks citeert hem in haar dagboek: 'Voor mij zit er niets anders op dan me af te laten maken in Polen. Wij gaan naar Westerbork. Pa vertrouwt op die rot NSB'er. Nee, dat wordt voor alle vijf de gaskamer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden