Klunzigste der klunzen

Mister Bean, Seinfelds Cosmo Kramer, de figuren van Alex van Warmerdam, allemaal zijn ze schatplichtig aan Meneer Hulot. Deze sullige creatie van Jacques Tati trekt - gerestaureerd en wel - vanaf vandaag langs de Nederlandse filmhuizen.

Het is maar goed dat Meneer Hulot het digitale tijdperk niet meer hoeft mee te maken. Hem te zien hannessen met een smartphone of een vastgelopen laptop, dat zou wat al te pijnlijk worden. Aan de andere kant: zo had hij de digibeten onder ons weer hoop kunnen geven, en heimelijk zijn wij dat natuurlijk allemaal. Je dag kan nog zo klunzig zijn verlopen, die van Meneer Hulot verloopt altijd klunziger. Juist daarom houden we van hem.


Het is niet eens zo dat hij met zijn beduimelde regenjas, frappante hoedje en onderzoekende blik (met pijp) mordicus tegen de vooruitgang is. Welnee, maar blijkbaar mist hij het benodigde gen om zich naar de nieuwe tijd te schikken. Dus vallen de technische noviteiten om hem heen spontaan uit elkaar. Vernuftige keukenblokken, uitgekiende autosnufjes, architectonische subtiliteiten, niets is aan hem besteed.


Meneer Hulot is een pre-modernist, een telg uit een ander tijdsgewricht. En dat al in de jaren vijftig, zestig, toen hij met de films Les Vacances de Monsieur Hulot (1953), Mon Oncle (1958) en Playtime (1957) de status van tijdloos typetje bereikte. Mister Bean, Cosmo Kramer uit Seinfeld, de figuren van Alex van Warmerdam, allemaal zijn ze schatplichtig aan Meneer Hulot. De creatie van Jacques Tati (1907-1982) heeft zijn bedenker overleefd, het grootste compliment denkbaar. Met zes speelfilms is het oeuvre slechts klein, uniek mag je het ook noemen.


En nu gaan die zes films vanaf 1 augustus op tournee langs de Nederlandse filmhuizen. Geheel gerestaureerd, digitaal nog wel, waarmee Tati zijns ondanks en samen met Meneer Hulot alsnog de nieuwe tijd bereikt.


Milde slapstick, meest zwijgend, niet uit op de gulle lach. Wie wil weten waar het alledaagse absurdisme van Jacques Tati zijn wortels vindt, zou eigenlijk naar film zes moeten gaan: Parade (1973). De overige vijf zijn beter, en er horen mooiere verhalen bij. Zoals over Trafic (1971), de samenwerking tussen Jacques Tati en Bert Haanstra. Dat werd bijna het einde van de grootste vriendschap aller tijden. Cameraman Eddy van der Enden draaide mee aan de reis van Meneer Hulot richting de Amsterdamse AutoRAI, en hij haalde voor de Vara Gids eens op: 'Tot ergernis van ons lag het gemiddelde van Tati op één shot per dag. Als hij een kat over twee spiegeleieren wilde laten lopen en we probeerden hem uit te leggen dat zoiets niet lukte, sprak Tati: 'Then... we must train the cat!' Dan hielden de opnamen gewoon op.' Meer over deze verwikkelingen vind je bij Hans Schoots' biografie Bert Haanstra, Filmer van Holland (2009). Alleen al de beelden van Amsterdam uit het begin van de jaren zeventig maken een bezoek aan Trafic de moeite waard. Maar de crux over Tati, die ligt verscholen in Parade.


Weliswaar slechts een tv-film, in opdracht van de Zweedse omroep. Een kans die de perfectionist Tati - financieel gesloopt door de opgelopen kosten van zijn toen nog onbegrepen meesterwerk Playtime - aangreep voor een, nou ja, hommage aan zichzelf. De setting is een circusarena. Er is muziek, er zijn acrobaten, het hippieachtig publiek participeert, en die wilde race met muilezels zou vandaag vast geen genade meer vinden bij de Partij voor de Dieren. Details. Waar het maar om gaat is dat Tati in wonderlijke, kleine, mimische sketches nog een keer laat zien waar hij als geboren Frans-Russische komiek vandaan komt: het variété van Parijs, het amusementscircuit dat Britten musichall noemen. Voor de Tweede Wereldoorlog maakte hij daarbinnen furore met zijn Impressions sportives. Fijnbesnaarde imitaties van een bokser, een voetbaldoelman, een tennisser, een sportvisser, een ruiter tijdens een concours hippique. Zónder attributen, maar des te raker.


Acts al eens gevangen in korte filmpjes, die goeddeels verloren zijn gegaan. Laat ik het toch maar even vastleggen, gewoon voor de zekerheid, moet Tati hebben gedacht. En dus zien we die uiterst geciviliseerde, wat slungelige man, hier toch al 67 jaar oud, in Parade nog eenmaal op de toppen van zijn kunnen. In briljante vorm, de cirkel weer rond.


Extra: Tati Tour

Alle films van Jacques Tati (1907-1982) zijn digitaal gerestaureerd en gaan op tournee langs 35 filmhuizen in onder meer Alkmaar, Amsterdam, Utrecht, Zwolle, Hoorn, Breda, Gouda en Groningen. Kijk voor het complete overzicht op eyefilm.nl/tati-tour.


Tati maakte in zijn hele leven slechts zes films. Hij vervulde de hoofdrollen, schreef de scenario's en regisseerde en produceerde ze. Links meneer Hulot in de film Parade (1974).

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden