Klungelige bokkenrijders inspireren tot beeldend Singspiel

Er zijn muzikanten en een zangeres, een tekst, een spreker, en een decor. Maar Cabra y Cabrones mag géén theater worden, benadrukt beeldend kunstenaar Toon Verhoef....

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

AMSTERDAM

Als het geen opera en geen theater is, wat is Cabra y Cabrones, dat morgen in Alkmaar in première gaat, dan wel? In de repititieruimte van de IJsbreker in Amsterdam staan de muzikanten op een netwerk van kettingen, waaraan tal van messen zijn bevestigd. Op de achtergrond domineert een enorme, blauwe vlag, waarop een ruitvormig, geel en puntig motief, in de vorm van een eg. Milco Onrust declameert een tekst. Flarden van zinnen worden afgewisseld of begeleid door drumsessies en solo's van zangeres Beatrice van der Poel of de muzikanten. Net als het decor, heeft de uitvoering iets dreigends. Een roffelende suspense, een hoge, stokkende paniekstem, harde klappen en contrasten.

De Verenigde Noordhollandse Jazz Podia vroegen componist, uitvoerend musicus en graficus Martin van Duynhoven een muziekstuk te maken, waarin jazz of geïmproviseerde muziek verbonden zouden worden met andere muziekstromingen of kunstuitingen. Van Duynhoven dacht direct aan vriend en beeldend kunstenaar Toon Verhoef, met wie hij al jaren plannen had voor een 'opera'. De improvisatie-muziekgroep Loos, onder leiding van Peter van Bergen, complementeert het gelegenheidsgezelschap.

Om toch een naam aan hun home made-genre te geven ('muziektheater klinkt ook niet'), koos Van Duynhoven voor het Singspiel; een achttiende-eeuwse, Duitse operavorm, waarin een tekst wordt uitgesproken op muziek. Uitgangspunt van het stuk is een bokkenrijderslied, dat Verhoefs zoon voor zijn studie uit een archief in Maastricht opdiepte. 'Een heldere, oerhollandse en niet-literaire tekst, waarin volop geknokt wordt, dat was net wat ik zocht. Ik had bij dit stuk steeds het beeld van een bouwkeet in mijn hoofd, waarin gevochten werd.'

De bokkenrijders, geheime roversbenden die in de achttiende eeuw zuidelijk Limburg onveilig maakten, hebben tal van strijdliederen nagelaten. Zij trokken plunderend en moordend door het land, waarbij zij hun agressie vooral op de boerenstand en de kerk richtten: 'Nu men allen gebonden heeft/ en ze de meid ook vaststrikken/ de pastoor in dit geval/ slaat men met harde tikken/ toen riepen wij snode raden/ ''haal olie om hem te braden''/ maar iemand die de olie om stiet / die riep al terug ''ik vind hem niet ''.'

'Het ging er bij de bokkenrijders allemaal ontzettend klungelig aan toe', zegt Van Duynhoven. 'Ze zopen zich eerst lam, en vroegen zich vervolgens af of ze wel voor de goede boerderij stonden.' Juist dat 'oenige' sprak hem aan. 'Als ik noten schrijf, zie ik altijd beelden voor me, zo van: het is nacht, ze lopen elkaar in de weg, vallen tegen een boom. Er ging veel mis, en daarom blijft ook de muziek vaak op een vraagteken hangen. Bij het componeren had ik steeds een fanfare-achtige sfeer in gedachten, maar het is geen feest, er zit iets tegendraads in, het wringt. De strakste arrangementen worden afgewisseld door de tederste solo's. Er is ruimte voor improvisatie, voor verrassingen. Het moet een beetje roekeloos zijn.'

De 'bokkige', 'hoekige' sfeer van tekst en muziek is volgens Verhoef 'precies wat het het moet zijn'. Van meet af aan was duidelijk dat zij een 'onthecht' stuk wilden maken, over geweld, over strijd, zonder daar nu direct een boodschap of betekenis aan te verbinden.

De dreiging is onderhuids, niet concreet, abstract als het beeldende werk van Verhoef zelf. 'Het hoeft allemaal niet te kloppen', zegt Verhoef. 'Of je de tekst begrijpt of niet doet er niet toe, het gaat om het geheel, de sfeer.'

Het valt Verhoef op dat in hedendaags muziektheater een tendens bestaat oude stukken naar de actualiteit te vertalen. 'Vondels Gijsbrecht als Sarajevo, daar heb ik twijfels bij. Het is allemaal zo inhoudelijk, zo overduidelijk, alsof er verantwoording moet worden afgelegd. Ik vind dat de relevantie ook in de muziek, of in een abstract beeld gelegen kan zijn. Daar heb je geen mitrailleur voor nodig.'

Cabra y Cabrones (letterlijk: bok en geiten) is nadrukkelijk een gezamelijk project. Verhoef heeft een decor willen ontwerpen waarin de instrumenten 'beeldend aanwezig' zijn, en niet, zoals gewoon is in het muziektheater, zijn 'weggemoffeld' in de orkestbak. Zangeres Beatrice van der Poel kreeg alle vrijheid ter improvisatie een waslijstje met wapens te zingen. En wie stond op een solo, heeft die nu. 'Het publiek moet het ervaren als een unieke performance. Geen twee voorstellingen zullen hetzelfde zijn.'

Hoe experimenteel het stuk misschien ook is, Verhoef en van Duynhoven hebben geen moment getwijfeld aan het slagen van de onderneming. 'We kennen elkaar allemaal erg goed, dat is wel een voorwaarde.' Muziek en beeld zijn 'zonder maandenlang bij een kop koffie te discussiëren' met elkaar verbonden. Van Duynhoven verbaast dat niets: 'Toen ik twintig jaar geleden een schilderij van Toon zag, dacht ik al: zo zou ik willen drummen.'

Cabra y Cabrones. Muziek en Beeld bij een Bokkenrijderslied. Provadja, Alkmaar, 2 maart. Tournee tot en met 19 maart, onder anderen in Schouwburg Haarlem (10 maart), Museum Boymans-van Beuningen (16 maart), Bimhuis Amsterdam (18 maart) en De Utrechtse School (19 maart).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.