'Klopjacht op illegale werksters schreeuwt om regels'

Er zijn steeds meer illegale werksters die schoonmaken voor particulieren. De huidige regels werkt deze vorm van zwart werken in de hand, betogen Rebeca Pabon en Mari Martens van FNV Bondgenoten.

Bus van connexxion. © ANP

Afgelopen week is er veel aandacht geweest voor een gecoördineerde actie van de Haarlemse politie en busmaatschappij Connexxion tegen ongedocumenteerde migranten die bij particulieren schoonmaken. In een gesprek met de Volkskrant rechtvaardigt Hans Konijn van de Haarlemse vreemdelingenpolitie deze actie met de stelling dat deze mensen 'werken volgens normen die niet de onze zijn'. Hierin vergist hij zich. Dat het in toenemende mate ongedocumenteerde migranten zijn die bij particulieren schoonmaken, heeft veel te maken met de manier waarop dit werk in Nederland wordt geregeld.

In Nederland geldt de regeling huishoudelijke dienstverlening. Volgens deze regeling, is wel sprake van een arbeidsovereenkomst als een particulier iemand inhuurt om werkzaamheden te verrichten in of om de woning. De werkgever moet dus minstens het minimum loon betalen. De gangbare tarieven in deze sector liggen nu tussen de 10 en de 15 euro. Daar komt men dus wel aan. Maar huurt de werkgever iemand in voor minder dan drie dagen per week, dan hoeft hij of zij geen premies te betalen voor ziektewet of werkloosheidsverzekering, en ook geen pensioenregeling te treffen. Hij of zij hoeft niets af te dragen aan de fiscus, en hoeft dus ook geen burgerservicenummer van de werknemer te kennen. De werknemers horen wel hun inkomsten op te geven bij de belastingdienst. Maar ook als zij Nederlands zijn of legaal in Nederland verblijven doen zij dit vaak niet. Zij zullen dan namelijk belasting moeten betalen, terwijl daar geen enkele vorm van sociale zekerheid tegenover staat. Zodoende werkt deze regeling zwart werk in de hand.

Vraag en aanbod
Als gevolg van deze regeling, is het aanbod aan Nederlandse en regulier verblijvende migranten beperkt tot mensen die het zich kunnen veroorloven onverzekerd werk te doen: studenten met een beurs, mensen die wat bijklussen naast een reguliere baan, of die een goed verdienende partner hebben. Terwijl het aanbod beperkt is, neemt de vraag toe. Steeds meer vrouwen gaan steeds meer uren werken, en hebben iemand nodig om de klussen aan thuis over te nemen. Met de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), is bovendien dat gedeelte van de thuiszorg dat voornamelijk uit huishoudelijk werk bestaat naar de gemeentes overgeheveld. Zij besteden het werk vervolgens uit aan marktpartijen, die gebruik maken van de regeling huishoudelijke dienstverlening om mensen op goedkope wijze in te kunnen zetten. Naar mate de vergrijzing toeneemt, zal de druk op deze sector alleen maar groter worden.

Binnen de gefinancierde thuiszorg wordt wit gewerkt - dat wil zeggen, de werknemers in deze sector geven hun verdiensten wel op aan de fiscus. Buiten deze gefinancierde sector wordt overwegend zwart gewerkt, om de redenen die hierboven zijn beschreven. Dit gegeven, in combinatie met de grote vraag, maakt dat de werk in deze sector voor een belangrijk deel nu gedaan wordt door mensen die graag willen werken maar geen burgerservicenummer hebben: migranten zonder verblijfstitel.

Angst
Behalve dat zij, net als hun Nederlandse en regulier verblijvende collega's, onverzekerd werk verrichten, leven zij onder precaire omstandigheden. Zij kunnen niet op eigen naam een bankrekening openen, een woning huren of een ziektekostenverzekering afsluiten. Door angst voor acties zoals die van Connexxion en de Haarlemse vreemdelingenpolitie zijn zij belemmerd in hun bewegingsvrijheid. Als wij willen dat mensen die onze woningen, kinderen en ouderen verzorgen onder betere voorwaarden leven en werken, zal er iets aan de regelgeving moeten veranderen.

Dat is geen makkelijke opgave. Mensen zijn niet graag bereid thuis een werkgeversadministratie te voeren voor de paar uur per week die zij iemand inhuren. Bovendien rendeert het niet iemand in te huren, als dit meer kost dan wat men verdient door buitenshuis te gaan werken. Toch blijken er wel mogelijkheden te zijn. In België wordt er bijvoorbeeld met succes met dienstencheques gewerkt. In Zweden geldt een fiscale regeling voor huishoudens die mensen inhuren via een bedrijf. Wanneer een dergelijk bedrijf aantoonbaar geen Zweedse of EU-burgers kan werven, mag het buitenlands personeel in dienst nemen.

Vertrouwen
Dat deze landen zijn geslaagd, waar Nederland eerder met haar 'witte werkster' regeling heeft gefaald, heeft te maken met het feit dat in die andere landen de getroffen regelingen voor alle werknemers gelden, en niet alleen voor mensen die langdurig werkloos zijn geweest, zoals in Nederland toen der tijd het geval was. Iemand die een werkster of oppas zoekt, wil een werknemer die doortastend is, sociaal vaardig, goed georganiseerd en voor honderd procent te vertrouwen. Dat iemand langdurig werkloos is geweest wordt doorgaans niet als een pre gezien - hoe onterecht dan ook.

De huishoudelijke dienstverlening is in deze landen met succes uit de irreguliere sfeer gehaald. De mensen die het werk doen hoeven zich niet als angstige schimmen door hun samenlevingen te bewegen. Zij doen goed en belangrijk werk die hen de nodige zekerheid biedt . Zij horen er bij. 'Decent work for domestic workers'. Dat is de strekking van een ILO verdrag dat afgelopen voorjaar is getekend - ook door Nederland. Andere lidstaten doen er wat aan. Nu wij nog.

Rebeca Pabon is organizer voor Domestic Workers van FNV Bondgenoten. Mari Martens is vakbondsbestuurder schoonmaak bij FNV Bondgenoten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden