Kloonverbod duldt geen uitstel

Van het klonen van mensen en dieren heeft de maatschappij weinig goeds te verwachten. De schadelijke gevolgen daarentegen kunnen enorm zijn, niet alleen bij misbruik....

IN FORUM van 6 januari stelt Paul Zwart het traditionalistisch moralisme van Hoksbergen (Forum, 30 december) en anderen aan de kaak, dat zich automatisch tegen elke nieuwe mogelijkheid keert die technieken ons bieden.

De kritiek op het klonen van mensen rekent Zwart tot dit moralisme, aangezien maatschappij noch individu schade lijkt te ondervinden van de kloontechniek. Tegenstanders van het klonen worden afgeschilderd als conservatieve moraalridders die zich in vaagheden hullen waarmee ze inspelen op onderbuikgevoelens bij het publiek.

In morele vraagstukken over nieuwe technieken heeft het geen zin een antwoord te zoeken door enkel naar het verleden te kijken. Onze moraal, zo meent ook Zwart, is mensenwerk en heeft af en toe een onderhoudsbeurt nodig. Daarbij moeten we dus naar de toekomst kijken: willen we wel of niet verder op deze weg?

Het is kortzichtig om alleen bonafide gebruik van de kloontechniek in zo'n kwestie te betrekken. Mogelijke gevolgen van misbruik dienen net zo goed onderzocht te worden. Wetenschap is helaas niet waardevrij. Einstein, die Roosevelt wees op de mogelijkheid een atoombom te bouwen, had zich moeten bedenken dat hij niet het laatste woord zou krijgen over het gebruik van zijn geesteskind. En het is al te gemakkelijk je achteraf te verweren met 'zo had ik het niet bedoeld' of 'ik dacht dat het zo'n vaart niet zou lopen.'

De kloontechniek verschilt radicaal van andere biotechnologie, in het feit dat het weinig tot niets aan het toeval overlaat. De kloon verschilt genetisch in niets van de gekloonde, tenzij een enkel gen voor verbetering vatbaar werd geacht. Van dit laatste vormt het schaap Polly, de opvolger van Dolly die een menselijke bloedstollingsfactor moet leveren, het bewijs. Rassenveredeling, zowel bij mensen als bij dieren, ligt binnen handbereik.

Zaken als fysieke bouw en geestelijke vermogens zijn in hoge mate erfelijk en hoewel de persoonlijkheid van een mens sterk afhankelijk is van omgevingsfactoren, zijn ook deze te beïnvloeden. Kloontechniek maakt het bijvoorbeeld voor een totalitair regime mogelijk om groepen mensen te creëren met een hoge mate van uniformiteit.

De behoefte hieraan lijkt me duidelijk: welk land is niet gebaat bij een leger van uitsluitend sterke, pientere en gehoorzame soldaten, die bovendien allemaal dezelfde maat uniform dragen?

Het lijkt allemaal erg op Aldous Huxley's Brave new world, met het belangrijke verschil dat het niet over een verre toekomst gaat, maar over een nabije: een toekomst die in onze directe invloedssfeer ligt en waarover we nu moeten beslissen.

Minder kwaadwillend en zeer realistisch is het gebruik van kloontechniek voor de veredeling van dierenrassen. Het wordt mogelijk alle koeien te bezwangeren met opgekweekt uierschraapsel van één enkele prijskoe. Dit zou de melk- en vleesproductie spectaculair verhogen, maar maakt de veestapel enorm kwetsbaar voor ziektes of onvoorziene afwijkingen. Het is het ultieme geval van een monocultuur, met alle gevolgen van dien.

Als je biodiversiteit niet louter ziet als soortenrijkdom - het aantal hokken op de Ark van Noach -, maar als de mate van variatie in één grote genenpoel, worden de risico's van grootschalige kloontechniek pas goed duidelijk. En wie beweert dat een maatschappij zo stom niet kan zijn, mag uitleggen waarom we wel stom genoeg zijn om stelselmatig antibiotica aan veevoer toe te voegen, blind voor de kwalijke gevolgen van resistente bacteriëstammen. Of om alle koeien te voeden met de slachtoffers van een mysterieuze koeienziekte.

Grootschalige toepassing van kloontechniek lijkt me daarom, zowel bij mensen als bij dieren, gevaarlijk en dwaas. Los van alle ethiek is het wel degelijk schadelijk voor de maatschappij.

Van de bezwaren die aan kleinschalig klonen van mensen kleven, heeft Hoksbergen er diverse genoemd. Zo bestaat er het gevaar van het ongewenst klonen van high potentials. Verder noemt hij de vertwijfeling over de eigen identiteit, die in gevallen van adoptie en kunstmatige inseminatie voor grote problemen kan zorgen, en die bij kloonkinderen naar alle waarschijnlijkheid nog groter zal zijn.

Bovendien worden maar al te vaak op kinderen de kansen geprojecteerd, die ouders gemist hebben. Bij een kind dat genetisch identiek is aan een van de ouders zal deze druk alleen maar groter worden: 'Ik weet wat je voelt, maar geloof me, later zul je me gelijk geven'.

Tegen het op kleine schaal klonen van dieren, zoals in het geval van Dolly, is moreel weinig in te brengen. Het schaap is gezond en zich van geen kwaad bewust. Maar afgezien van een technisch hoogstandje is Dolly dan ook een doodordinair schaap.

Transgene dieren zoals Polly en nakomelingen van de stier Herman, die medicinale eiwitten produceren, zijn wél interessant. Dankzij hen kunnen, schijnbaar zonder dierenleed, bepaalde ziektes beter worden bestreden. Alleen is er behalve efficiëntie geen steekhoudende reden om hiervoor klonen te gebruiken.

Al met al heeft kloontechniek de maatschappij weinig goeds te bieden. De schadelijke gevolgen daarentegen kunnen enorm zijn, niet alleen bij misbruik. Het is daarom de hoogste tijd om te werken aan een internationaal verbod op de ontwikkeling van kloontechniek.

Het heeft niets met conservatisme te maken daarmee niet te willen wachten tot het fout gaat.

Joost Poort is wetenschapsfilosoof en natuurkundige.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden