Kloon mij

Waarin de verslaggever, geheel in de sfeer van het wondere kerstkind, pogingen onderneemt langs hedendaagse wegen aan identiek nageslacht te komen....

MARIA ECHTER sprak tot de engel: 'Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?' Hierop gaf de engel haar ten antwoord. 'De heilige geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen (..)'.

Een kind krijgen zónder versmelting van ei- en spermacel is van oudsher voorbehouden aan opperwezens. Zeus maakte Athene door zijn eigen hoofd te klieven; God boetseerde Eva uit de rib van Adam, en dan was er natuurlijk de conceptie van Jezus.

2000 Jaar later is het goddelijke primaat op de ongeslachtelijke voortplanting echter tanende. Mannen in witte jassen, vrijwel altijd mannen, hebben zo veel mysteries van de menselijke cel ontrafeld dat ze met hun moderne magie de natuur naar hun hand kunnen zetten. En van die moderne witte jassen-mannen zijn er beduidend meer dan van die ene, aloude god.

Dat biedt ons gewone stervelingen misschien ook de mogelijkheid te hopen op identiek nageslacht. Eigenlijk voel ik daar wel wat voor. Ik heb al wel twee kinderen, maar het jongetje, de jongste, lijkt eigenlijk vreselijk op mijn vrouw.

Uitbreiding van het gezin langs natuurlijke weg zit er niet meer in. Dus als ik nog een zoontje wil dat wat meer van mij heeft, zou een kloon - hoewel dat natuurlijk jammer is voor mijn echtgenote - misschien wel een redelijk alternatief zijn. Niet om mijn eigen ik te verdubbelen, niet om een soort eeuwig leven voor mijzelf te concipiëren, maar gewoon: voor nóg een leuk kind.

Dat de moderne celtovenaars daadwerkelijk in staat zijn een mens te reproduceren, te klonen, te stekken als een geranium, staat volgens veel wetenschappers buiten kijf. En dan niet door een natuurlijk proces te imiteren, zoals de klieving van een slechts enkele cellen groot embryo, maar door werkelijk een bestaande persoon 'naar zijn beeld' na te maken.

Tot nu toe hebben deze magiërs zich nog uitsluitend beperkt tot dieren, met als meest fameuze succes het schaap Dolly uit 1996, een remake geproduceerd door het DNA uit een uiercel van een volwassen ooi in te brengen in een lege eicel. Die techniek is, op zijn zachtst gezegd, weinig sophisticated, en sindsdien nog maar weinig verbeterd.

Zo waren er om Dolly te maken honderden eicellen, een tiental draagmoeders en vele miskramen 'nodig'. Ondanks die onbeholpenheid en verspilling zijn er inmiddels ook kloonrunderen, -geiten, -varkens en -muizen op vergelijkbare wijze op de wereld gezet. Ook wij zouden prima in dat rijtje passen, denken veel onderzoekers. Als we maar willen.

En met zo'n uitdaging in het verschiet, zo leert de geschiedenis, zijn er altijd wetenschappelijke grensverkenners of vrije jongens die weinig aansporing nodig hebben om zich in een doldriest avontuur te storten. De eerste reageerbuisbaby kwam eigenlijk ook uit de lucht vallen. En ook die doorbraak was geplaveid met opgeofferde eicellen en teloor gegane embryo's.

1978 Was een opmerkelijk jaar voor de menselijke voortplanting. Louise Brown, de eerste reageerbuisbaby, zag in Groot-Brittannië het levenslicht. En wetenschapsjournalist David Rorvik publiceerde in de Verenigde Staten het inmiddels vrijwel vergeten boek: In His Image: the Cloning of a Man, waarin de auteur verhaalt over een kinderloze miljonair die zichzelf laat klonen.

De reacties waren voorspelbaar. Louise Brown kreeg een warm welkom, zij het dat er naderhand nog een flink robbertje ethisch werd geknokt over de toelaatbaarheid van de gemanipuleerde menselijke voortplanting. Dat was echter bedaard toen in 1983 het Dijkzigt-ziekenhuis in Rotterdam de eerste Nederlandse ivf-baby ter wereld bracht. 'Reageerbuis niet omstreden', kopte de Volkskrant in ieder geval de volgende dag.

Inmiddels is IVF een geaccepteerd onderdeel van de gynaecologische zorg, hoewel we nog altijd niets weten over potentiële gevolgen voor bijvoorbeeld de kinderen van reageerbuisbaby's en hun kansen op nageslacht.

Nog overhaaster verliep de introductie van ICSI, een techniek waarbij een enkele spermacel uit de teelbal wordt gehaald en ingebracht in een eicel. Dat was al gangbare praktijk in veel IVF-centra voordat het eerste kind eigenlijk goed en wel van de geboorte was bekomen.

Erkenning is auteur David Rorvik nimmer meer ten deel gevallen. In zijn boek borduurde hij voort op de wetenschappelijke kennis die ook toen al bestond over klonen, zij het dan bij lagere diersoorten. Toch werd hij vrijwel unaniem weggehoond door het wetenschappelijke establishment.

Hoewel er wel wat gaten in het verhaal werden geschoten, (de uitgever, moe van alle juridische implicaties, verkondigde uiteindelijk dat het om een fake-verhaal ging) bleef Rorvik volhouden dat er ergens een miljonair woont die bij elke ontkenning door een 'deskundige' gnuivend in zijn stoel zit, met zoon Billy op zijn knie.

Toen in 1996 Dolly ter wereld kwam - een volslagen verrassing omdat niemand op dat moment geloofde in de mogelijkheid volgroeide zoogdieren te klonen - bleek wat onderzoeker Ian Wilmut in Nature beschreef nauwelijks afwijkend van de methodiek die de miljonair aan een nakomeling hielp.

Lee Silver, hoogleraar aan de Universiteit van Princeton in de Verenigde Staten is ervan overtuigd dat een menselijke kloon onvermijdelijk is. In zijn onthutsende boek Remaking Eden. Cloning and beyond in a Brave New World (vertaald als Sleutelen aan de Schepping, Ten Have) uit 1997, en in tal van interviews, herhaalt hij uitentreure zijn stelling dat we kunnen verbieden en regelen wat we willen, dat we kunnen jeremiëren, maar dat er binnen een jaar of tien een kloonbaby op aarde rondkruipt.

De lokkende kracht van het geld in de vrije markteconomie van de VS (waar slechts in enkele staten klonen verboden is), of anders wel in Azië of Zuid-Amerika, is zo groot en de emotionele druk van echtparen die op geen enkele wijze een eigen kind kunnen krijgen, is zo intens, dat er volgens Silver geen twijfel aan is dat wanhopige koppels zich zullen willen en ook kunnen laten klonen. Ook al kost een dergelijke conceptie een waanzinnig bedrag, ook al worden enkele entrepeneurs er steenrijk van, en ook al is de hele weldenkende wereld tegen.

En waarom ook niet, vraagt Silver zich af. Klonen hebben een slecht imago, mensen horen slechts de negatieve connotatie, de associatie met de computerkloon, een werkend maar inferieur product zonder eigen ziel. En de populaire cultuur bevestigt dat negatieve beeld door de nadruk te leggen op allerhande horror-scenario's. Ooit legde Silver tijdens een lezing de manier uit waarop schaap Dolly op de wereld was gezet. Tweederde van de toehoorders had geen idee dat de geschetste techniek dat vermaledijde klonen betrof, die verwerpelijke diepzwarte magie.

Klonen is een dankbaar onderwerp voor romanciers. Aldous Huxley zette met Brave New World de - sombere - toon waarmee het onderwerp doorgaans wordt behandeld. Maar The Boys from Brazil, waarin Ira Levin op ingenieuze wijze het klonen van Hitler beschrijft, is waarschijnlijk het meest aangehaalde boek in de kloon-hype.

In het post-Dolly-tijdperk hebben talloze thriller-auteurs het thema verder uitgemolken: van het terugklonen van Jezus uit oude relieken tot geheime experimenten waarbij onverwacht van een goedwillende jongeman een moorddadige dubbelganger blijkt te bestaan.

Kloondiscussies worden echter niet uitsluitend gevoed door de verbeelding. Er zijn al wel degelijk experimenten met mensen uitgevoerd, zij het dat - zover bekend - die klonen nimmer verder zijn gekomen dan prille embryo's en hun leven eindigden in de afvalbak. Inderdaad, voor zover bekend. Gezien de ophef die doorgaands volgt, is het denkbaar dat andere experimenten zijn doodgezwegen.

Zo publiceerde Landrun Shettles al in 1979 een artikel waarin hij beweerde drie klonen te hebben gemaakt uit eicellen en voorstadia van spermacellen. In 1993 was de boot pas echt aan toen Jeremy Hall en Robert Stillman van de George Washington-universiteit bekend maakten dat zij in het laboratorium van heel prille embryo's de cellen uit elkaar hadden gepeuterd om die vervolgens enkele dagen op te kweken tot in totaal 48 nieuwe embryo's.

Hoewel zij feitelijk slechts het natuurlijke proces nabootsten waardoor identieke twee- en drielingen worden geboren, was de wereld gealarmeerd. Naar aanleiding van dit incident nam het Europees Parlement een motie aan waarin klonen wordt afgeschilderd als een schending van de mensenrechten en getuigend van een gebrek aan respect voor de individuele mens.

Dat aanvankelijke afgrijzen is inmiddels wat verstild. Zo laten veel overheden inmiddels het zogeheten therapeutisch klonen mondjesmaat toe. Daarbij proberen onderzoekers weefsels, en misschien ooit organen te vormen, vanuit losse cellen. Het gebruik van de kloontechniek is slechts een hulpmiddel om voor de patiënt pasklare weefsels te maken die niet worden afgestoten.

Maar ook dat gaat traditioneel religieuze kringen te ver. Onder het goedkeurend oog van het Vaticaan maakte de Katholieke Universiteit in Rome deze maand bekend een instituut te financieren dat zal zoeken naar alternatieven voor dit salonfähige broertje van het voortplantingsklonen.

Kerkleiders, filosofen, ethici en de overgrote rest van de intellectuele voorhoede verwees vrijwel bij de eerste aanblik van Dolly de kloontechniek naar het verdomhoekje. De goddelijke almacht zou in het geding zijn, er zou worden gesold met leven, de menselijke integriteit en waardigheid stonden op het spel, eugenetica lag op de loer.

Maar daar tegenover staan aarzelaars - aan de enkele aperte voorstanders zit vaak gewoon een steekje los - die tot de conclusie komen dat klonen misschien niet in alle gevallen wenselijk is, maar dat het ook niet op voorhand de menselijke beschaving te gronde richt.

Het oer-argument, bijvoorbeeld, dat klonen de deur openzet voor zieke geesten die dictators of supersoldaten willen kopiëren, lijkt hun wat vergezocht. Individuen zijn namelijk niet na te maken, in het erfelijk materiaal, het DNA, liggen potenties vastgelegd, geen individuele lotsbestemming.

De kloon van Saddam Hoessein, zo is al eens geconstateerd, is waarschijnlijk veruit te verkiezen boven diens natuurlijke zoon, die als uiterst wreed bekend staat. Maar misschien wordt het Saddam-kloontje ook wel gewoon een zachtaardig knulletje. Hij groeit immers op in een andere baarmoeder, in een andere tijd en met een andere opvoeding.

Ethica Inez de Beaufort van de Erasmus Universiteit wijst er in het boekje Allemaal Klonen (Uitgeverij Boom, 1998) - waarin ze sowieso de ethische argumenten tegen klonen op de pijnbank legt - op dat dit nurture-aspect zowel een argument tégen als vóór klonen biedt. Fans van Elvis die hun held uit een teennagel en een wrat nieuw leven willen inblazen, schrijft ze, krijgen daarmee hun idool van zijn levensdagen niet terug, anderzijds is er dán ook weinig tegen om de techniek toe te passen. Er zal, althans op deze manier, ook geen nieuwe Hitler opstaan.

Al te bevreesd hoef ik dus niet te zijn dat mijn kloon - ik neig er al met al nu toch echt toe - al mijn slechte eigenschappen overneemt. Zelf kijk ik bijvoorbeeld wat te vaak televisie, maar dat is ongetwijfeld een gevolg van onthouding in mijn jeugd. Mijn kloon - laten we hem Coen noemen, want die stond nummer twee op onze voorgaande namenlijstjes - zal daarin niets te kort komen.

En me druk maken of een gedeelde identiteit niet tot een geestelijke scheuring van de psyche leidt, lijkt overbodig. Onderzoek van de Vrije Universiteit heeft uitgewezen dat althans eeneiïge tweelingen niet vaker lijden aan depressies of angststoornissen dan eenlingen of tweeëiïge tweelingen.

De vraag die dan rest is: zou ik me ook werkelijk kunnen laten klonen? Waar dan? En is daar al een wachtlijst voor?

Niet in Nederland, zo blijkt. Ronald Plasterk, directeur van het Hubrecht-laboratorium in Utrecht, geeft me weinig kans. Hij schrijft: 'Er is hier sprake van een Biotechnologische Handeling, en die valt voor gewervelde dieren zoals u onder het 'nee-tenzij'-beleid in Nederland. Ik zou u dus aanraden eerst een vergunning te vragen bij de minister van Landbouw (..)' Die krijg ik volgens Plasterk alleen als ik 'een groot nut voor de mensheid' aannemelijk kan maken, en er mag geen alternatieve manier voorhanden zijn om 'het maatschappelijk probleem op te lossen dat kennelijk het gevolg is van het ontbreken van een genetische tweeling van uzelf'. Dat wordt niks.

Dus moet ik mijn heil zoeken in het buitenland. Daar hebben de afgelopen jaren verschillende personen en instanties aangekondigd het klonen van mensen ter hand te willen nemen. Richard Seed, kernfysicus maar met ervaring in de ivf-branche, was er een aantal jaren geleden als eerste bij om aan te kondigen dat hij een kloonkliniek wilde beginnen. Van zijn plannen is sindsdien weinig meer vernomen.

Ook Severino Antinori, de ivf-dokter uit Rome die beroemd werd door bij oudere vrouwen foetussen in te planten, kondigde in 1998 aan te willen gaan klonen. E-mail aan hem en zijn privé-voortplantingsinstituut in Rome, met een verzoek om kloonhulp, wordt niet beantwoord.

Voorlopig lijkt de firma Clonaid (met dochterbedrijf Valiant Venture, officieel gevestigd op de Bahama's maar vooral actief in de VS en Canada), de beste papieren te hebben. Met enige regelmaat treedt Clonaid naar buiten met een update van zijn kloonplannen.

Het laatste nieuws is dat in januari de dierproeven - mogelijk in een geheime kliniek in de woestijn van Nevada - worden afgesloten en er dan een begin wordt gemaakt met het klonen van een baby die tien maanden oud overleed door een medische fout. Tientallen koppels, waaronder ook veel homoseksuelen, zouden bij Clonaid op de wachtlijst staan.

Wat me tegenstaat aan Clonaid zijn de initiatiefnemers. Die behoren tot een sekte met een merkwaardig gedachtengoed dat regelrecht ontleend lijkt aan Erich von Däniken. Een buitenaardse beschaving zou de mens op aarde hebben geparachuteerd. Dat klinkt op voorhand niet heel betrouwbaar, anderzijds is er een wetenschappelijke staf die wel in staat lijkt het kloonkunststukje te volbrengen.

Bovendien is een sekte misschien ook wel de enige groepering die aan de noodzakelijke randvoorwaarden kan voldoen. Om een gewoon kind te produceren, is één willige vrouw voldoende, maar voor klonering zijn er vanwege het geringe slagingspercentage tientallen nodig, die via superovulatie honderden eicellen doneren en die daarna als draagmoeders kunnen fungeren, ook in die fase is er immers nog een flink uitvalpercentage.

Dat het dan ook allemaal niet op een koopje kan, is duidelijk, maar toch hik ik een beetje aan tegen het financiële plaatje voor de productie van Coen. Misschien is het wel alleen geldklopperij en kan ik fluiten naar mijn kloon.

Voor haar eerste experiment vraagt Clonaid een half miljoen dollar, later, zo heeft het bedrijf aangekondigd, zal de prijs zakken naar tweehonderdduizend dollar. Ik heb wel iets achter de hand, maar dit is toch wat te begrotelijk. Misschien is het dan toch zaak thuis nog maar eens te overleggen. En bovendien wil de hoofdredacteur ook vast wel wat bijdragen als er een goed verhaal in het verschiet ligt. Moeder Brown verkocht haar reageerbuis-conceptie voor anderhalf miljoen gulden aan een krant. Met zulke verdiensten kan er natuurlijk best een kloon af.

Lag Dolly, net als Jezus, nog in het stro, het eerste niet door krachten van bovenaf ingeblazen menselijke kloonleven zal zijn opwachting maken in een zacht ziekenhuisbed. Ook bij mijn Coen zal dat het geval zijn. Journalisten zullen massaal toestromen om mijn boodschap te horen, wijzen uit alle windstreken zullen hun licht over Coen laten schijnen. Het is alleen nog afwachten of ze mijn kind zullen aanbidden, dan wel verketteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden