Kloof tussen westerse- en migrantenkinderen bij eindtoets iets afgenomen

Kinderen met een niet-westerse achtergrond scoren nog altijd slechter op de basisschool dan kinderen met een Nederlandse of een andere westerse achtergrond. De kloof is de afgelopen jaren geslonken, al gaat dat langzaam.

Leerlingen van de Prinses Marijkeschool buigen zich over de opgaven van de Cito-toets. Beeld anp
Leerlingen van de Prinses Marijkeschool buigen zich over de opgaven van de Cito-toets.Beeld anp

Dit blijkt uit het Jaarrapport Integratie 2016, dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag heeft gepubliceerd.

Dat migrantenkinderen slechter scoren, komt volgens het CBS eerder door de sociaal-economische situatie waarin ze verkeren dan door hun culturele achtergrond. 'Een deel van de verschillen verdwijnt als we corrigeren voor inkomen', zegt een woordvoerder. Zij verwacht dat de kloof tussen migranten en autochtonen nog kleiner wordt als ook gecorrigeerd wordt voor opleidingsniveau. Daarvoor heeft het CBS echter onvoldoende gegevens.

Het CBS analyseerde de recentste scores van de centrale eindtoets, die de meeste kinderen in groep 8 van de basisschool maken. Nederlandse leerlingen en leerlingen met een andere westerse achtergrond scoorden daarop gemiddeld beter dan kinderen met een niet-westerse achtergrond.

Hoe meer generaties een niet-westerse familie al in Nederland woont, hoe beter de kinderen de eindtoets maken. Eerstegeneratiekinderen scoren gemiddeld slechter dan tweedegeneratiekinderen, die weer slechter scoren dan derdegeneratiekinderen.

Kinderen uit die laatste groep (van wie de grootouders ooit naar Nederland kwamen) worden formeel niet meer gezien als migrantenkinderen, omdat beide ouders in Nederland geboren zijn. Toch scoort deze groep gemiddeld lager op de eindtoets dan westerse kinderen.

Kloof neemt licht af

Er is een lichtpuntje. De kloof tussen westerse kinderen en migrantenkinderen op de eindtoets neemt namelijk licht af. De resultaten van kinderen van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst vertonen vrijwel allemaal een stijgende lijn, zowel bij taal als bij rekenen/wiskunde.

Het ministerie van Onderwijs noemt de kloof tussen migrantenkinderen en westerse kinderen 'een bekend en hardnekkig probleem'. Volgens een woordvoerder is het belangrijk dat kinderen met een achterstand, ongeacht hun afkomst, extra aandacht krijgen. Dat gebeurt al via voor- en vroegschoolse educatie en met het extra geld dat basisscholen krijgen om deze groep kinderen te helpen.

Integratie

Maar de woordvoerder wijst ook op de verantwoordelijkheid van de ouders. 'Het kabinet zet in op betere integratie en inburgering, zodat verschillen op basis van herkomst zo snel mogelijk kunnen worden teruggedrongen. Het beheersen van de Nederlandse taal speelt hier een belangrijke rol in.'

Hoogleraar sociologie Maurice Crul van de Vrije Universiteit vindt dat de overheid meer aandacht mag besteden aan het bestrijden van taalachterstanden. 'Veel migrantenkinderen komen met een grote achterstand op de basisschool binnen. Op dat vlak is de laatste jaren heel weinig verandert.'

Volgens Crul zou het goed zijn als jonge migrantenkinderen meer tijd met Nederlandse kinderen doorbrengen, om zo de taal te leren. 'Probleem is dat de segregatie in Nederland vroeg begint. Migrantenkinderen gaan een paar dagdelen met elkaar naar de voorschoolse opvang, de kinderen van de westerse middenklasse gaan samen naar het kinderdagverblijf. We moeten die twee integreren. Daar is nog een hele slag te maken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden