Kloof gaapt tussen volk en gestudeerde Kamerleden

Negen van de tien leden van de nieuwe Kamer heeft een hbo- of wo-diploma. Kunnen de afgevaardigden zich wel inleven in de zorgen van gewone mensen?...

Parlementariër. In theorie kan iedereen het worden. Volksvertegenwoordiger is immers één van de zeldzame beroepen waarvoor geen diploma is vereist. Toch is dat niet terug te zien in het nieuwe parlement dat een maand geleden is geïnstalleerd.

Integendeel: de 150 Tweede Kamerleden zijn hoger opgeleid dan ooit. Bijna 90 procent heeft de hogeschool of universiteit afgerond. Vier jaar geleden scoorde de Kamer nog 85 procent, toen al een historisch record. In de jaren zestig was nog maar vier op de tien Kamerleden hoogopgeleid. Daarmee wordt het parlement in dat opzicht steeds minder representatief voor de rest van de bevolking. Volgens het Jaarboek Onderwijs 2009 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is namelijk slechts een kwart van de Nederlandse beroepsbevolking (tussen de 15 en 65 jaar) hoger opgeleid.

Minstens de helft van alle Kamerleden is al eens actief geweest bij de overheid en een dikke 12 procent werkte in de communicatiebranche als journalist, campagneleider of lobbyist. Niet bepaald beroepen die veel voorkomen in de Nederlandse samenleving. Al is er wel een lichte stijging te zien in het aantal politieagenten en militairen dat de blauwe stoeltjes bezet.

‘Natuurlijk’, zegt hoogleraar bestuurskunde Mark Bovens van de Universiteit Utrecht, ‘de Kamer kan nooit helemaal representatief zijn.’ Maar een parlement dat nauwelijks een afspiegeling van de samenleving is, vraagt om problemen. ‘Hoogopgeleiden hebben andere zorgen en wensen dan laagopgeleiden’, zegt Bovens. ‘Het gevaar bestaat dat hun geluid niet meer gehoord wordt in de Kamer.’ Grote delen van de bevolking herkennen zich dan niet meer in hun volksvertegenwoordigers. ‘Het zijn niet onze mensen, kunnen ze gaan denken.’

Neem alleen al het soort studie dat de parlementariërs volgden. Recht en politicologie zijn veruit het populairst, maar ook de wat meer onbestemde richtingen zijn in zwang. Dion Graus van de PVV deed Phytotherapie (plantenheelkunde), Sjoera Dikkers van de PvdA studeerde Tropische Marktkunde en een handvol Kamerleden volgden Sociale Geografie.

‘Weinig parlementariërs lijken zich ervan bewust te zijn dat ze bij de elite behoren’, signaleert de Belgische schrijver en antropoloog David Van Reybrouck.

Hij schreef in 2008 het pamflet Pleidooi voor Populisme, over de kloof tussen hoog en laag opgeleiden in Vlaanderen en Nederland. ‘Ik denk niet dat we beseffen hoe weinig democratisch we nog zijn. We leven eerder in een post-democratie.’

Klitten in de Randstad
In Nederland zijn er nauwelijks volksvertegenwoordigers, stelt hij. ‘Dat pretenderen ze wel, maar ze vormen een demografische minderheid met tegelijkertijd een overweldigende meerderheid in het parlement. Het zijn mensen die niet hun kleren bij de Zeeman kopen, die niet hun boodschappen doen bij de Lidl, die niet hun vakantie doorbrengen in Marbella, die niet obesitas hebben.’

Al die parlementariërs klitten ook nog eens samen rond het bestuurlijke centrum van Nederland. In de Randstadprovincies huist tweederde van het hele parlement. In werkelijkheid woont nog niet eens de helft van de bevolking in deze gebieden.

Zuid-Holland (vooral de stad Den Haag) is voor een parlementariër de favoriete plaats om te wonen. Daar woonden ze vaak al voordat ze de politiek ingingen. Vooral Noord-Brabant en Gelderland komen er bekaaid af: in verhouding met het aantal inwoners zitten er bar weinig Brabanders en Gelderlanders in de Kamer.

De reden dat de meeste Kamerleden resideren in de Randstad ligt voor de hand: hier zijn de meeste bestuurlijke banen. Het parlement bestaat immers voor een groot deel uit beroepspolitici. Ze werkten eerst op jonge leeftijd bij een ministerie, kregen daarna even een aanstelling bij een partij en werden vervolgens volksvertegenwoordiger.

Schoenmakers of slagers zijn überhaupt niet te vinden in de Tweede Kamer. Wel een of twee veehouders en een handvol verpleegsters. De PVV heeft veruit de meeste variatie in beroepen: agenten, leraren, juristen, maar ook veel ambtenaren. De partij heeft ook een zanger in Leon de Jong, die ooit doorbrak in de talentenjacht Popstars van SBS6.

‘De PVV heeft verhoudingsgewijs de laagst opgeleide fractie’, zegt hoogleraar Bovens. ‘Als je een beetje empathie hebt, snap je waarom veel laagopgeleiden bij Wilders uitkomen’, zegt schrijver Van Reybrouck. ‘Het gaat vaak om mensen met een even prille als broze welvaart. Zij weten dat als de crisis doorzet, hun buurman die VVD stemt gewoon zijn auto zal kunnen behouden, maar zij zullen hem kwijtraken.’

Toch is ook de PVV aanmerkelijk hoger opgeleid dan de bevolking. Het hele parlement kent maar één laag opgeleide. En opvallend genoeg zit zij bij de partij die doorgaans wordt gezien als club voor academici, D66. Magda Berndsen heeft alleen de mulo (een verre voorganger van het huidige vmbo) afgerond, maar schopte het daarna wel tot burgemeester en korpschef.

De SP springt eruit: alle fractieleden hebben een HBO- of universitair diploma. In de vorige Kamer leverde de partij nog de enige laag opgeleide, de inmiddels vertrokken Remi Poppe. ‘Mijn inschatting is dat de SP langzaam maar zeker minder interessant wordt voor lager opgeleiden’, zegt hoogleraar Bovens. ‘GroenLinks richt zich ook sterk op het academische electoraat, maar de SP moet het meer hebben van kiezers met alleen een lagere of middelbare opleiding.’

Maar hoe kunnen partijen het tij keren? Ze kunnen moeilijk verwachten van politici in spe dat ze zich zo laag mogelijk scholen. Het Kamerwerk in de huidige praktijk bestaat immers uit het doorvlooien van ingewikkelde wetsteksten, om met dat materiaal vervolgens handig te debateren. Dan is het misschien niet zo vreemd dat partijbesturen kiezen voor een hoog opgeleide fractie.

Bovens: ‘Toch moeten met name de volkspartijen zich afvragen of het wel zo verstandig is om altijd maar voor de hoogopgeleiden te kiezen. Ze moeten inzien dat veel ideeën die voor academici vanzelfsprekend zijn, dat niet zijn voor lager opgeleiden, zoals op het gebied van integratie, Europa en criminaliteit.’

Van Reybrouck is het met hem eens. ‘Ik ben er geen voorstander van om dan maar tien, vijftien Kamerleden uit de Familie Flodder te gaan werven. Maar een aantal symbolische figuren zou zeker helpen.’

Een partij als de PVV slaagt er beter in de kloof tussen laag- en hoogopgeleiden te overbruggen dan andere partijen, denkt Van Reybrouck. ‘Ik ben het dan ook volstrekt niet eens met de stelling dat populistische partijen aan anti-politiek zouden doen. Het kiesverzuim neemt af sinds de opkomst van partijen als de LPF en de PVV. Als zij er in slagen mensen opnieuw naar het stemhokje te trekken, dan is dat alleen maar toe te juichen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden