Klokhuis

et is allemaal de schuld van mijn broer. Een jaar of tien geleden kocht ik, zwichtend voor zijn gedurige anti-microsoft-gehoon, voor het eerst een iMac. Dat ding beviel zo goed dat ik sindsdien alles aanschaf wat Steve Jobs verzonnen heeft, vóór én na zijn dood. Tot dusver niks aan de hand. Maar in de rij staan voor de opening van een gigantische Apple store, zoiets doe je niet. Als volwassen vrouw bij je volledige verstand zie je de tv-beelden van samenscholingen voor die nieuwe Apple-tempel hoofdschuddend en meewarig aan. Vervolgens denk je ' Hee, maar dat is wél hier om de hoek. Goh, die rij gaat eigenlijk best vlot. Oooh, ze delen gratis T-shirts uit!'


Vijf minuten later stond ik daadwerkelijk midden in die mensenmassa's, tussen de klokhuizen en kartonnen bekers: omringende middenstanders boden, zogenaamd om Apple 'welkom te heten', maar in werkelijkheid om mee te liften met diens succes, de wachtenden gratis koffie en knalgroene appels aan. Ik passeerde een verlaten dekentje, stille getuige van het feit dat hier in ieder geval één gek de nacht had doorgebracht. Vlak vóór mij stond een man met drie kinderen, prille en iets minder prille tieners, ieder met een iPhone in hun hand. 'Jongens, we gaan alléén even kijken', sprak de vader, met zijn ogen op het schermpje. 'We kopen dus niks, dat dat maar vast duidelijk is.' Hij geloofde het zélf niet eens, en ook die kinderen wisten duidelijk beter.


Al gauw stond ik bij de ingang, waar een stuk of twintig personeelsleden iedere bezoeker uitbundig en persoonlijk toejuichten alsof hij niet de vijfduizendste, maar de eerste was. Het was heel eng. Snel griste ik zo'n T-shirt uit een uitgestoken hand, week nog nét op tijd uit voor twee andere uitgestoken handen, waarvan er één mij joviaal op de schouder wou slaan en de ander mij, nóg enger, een 'high five' wou geven, en ik was binnen.


Toegegeven, het zag er allemaal schitterend uit. Modern, licht en smaakvol, zonder het mooie oude gebouw te verloochenen, met middenin de beroemde glazen wenteltrap. En zo gróót! Het personeel liep, met blauwe truitjes aan, in de honderdtallen en iedereen keek blij. Er hing, al met al, een sfeer van enthousiast, opgewekt fascisme. Ik passerde twee bewakers, hompen van kerels, met de domme en toch alerte gelaatsuitdrukking die een bepaald soort slobberige honden er ook op nahouden. '...en dit is dus nu al haar vierde miskraam, dus nu heeft Mira wel echt zoiets van, nou, van mij hoeft het niet meer...' zei de een. 'Wacht effe'. En hij rende op een klein kindje af dat juist doende begonnen was de inhoud van een pakje appelsap over zo'n gloednieuw toetsenbord leeg te gieten. Even verderop zag ik de vader van die drie tieners verliefd een Macbook Air betasten. Terecht. Ik heb 'm zelf ook.


Toen ik weer naar buiten liep stond mijn toegesnelde dochter daar, klaar om het T-shirt van me af te pakken. Het ding is haar veel te groot, spuuglelijk en knaloranje, maar ze is er vanochtend apetrots in naar school gestapt.


Zó sterk is de kracht van een logo. Een beetje eng, ja. Maar wat doe je er aan?


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden