Klinkende kastjes

Deze rubriek belicht wekelijks alledaagse dingen met een kunstblik. Vandaag: strippenkaart...

Er is iets niet pluis in bus, tram en metro. De sfeer is anders de laatste tijd. Minder warm, minder gemoedelijk en vertrouwd. Er mist iets. Het voelt kaal. Of beter: het klinkt kaal. Er ontbreekt een geluid: het kle-pok-ping van de stempelautomaat.

Sinds de invoering van de ov-chipkaart hebben deze prachtige machines het veld moeten ruimen. Wat een genot was het, om je strippenkaart in het rode gleufje van zo’n rechthoekig geel apparaat te frommelen. Niet alleen omdat het een praktische designklassieker was van hufterproof staal, maar vooral omdat het je penetratie beloonde met een subliem vriendelijk geluid. Deels onbedoeld van karakter: het kle-pok van de stempel. Deels functioneel: de opgewekte ping van het belletje om te laten weten dat je actie succesvol was geweest.

Sommige belletjes klonken een beetje dof. Misschien vanwege stof of roest. Of ze waren helemaal opgebutst. Je moest er naar raden want het belletje was onzichtbaar. Zo had elk apparaat zijn eigen karakter. Voordat je de strippenkaart inbracht, kon je nooit helemaal voorspellen hoe zo’n machine zou gaan klinken. En de gele kastjes leefden door als je er niets in stopte. Als je goed luisterde hoorde je af en toe zacht tik of plok. Het verspringen van de tijd of de code bij het passeren van een zonegrens.

De stempelautomaat was een fatsoenlijk apparaat. Persoonlijk, karaktervol maar beleefd afstandelijk. Wie je was en waar je weer uitstapte, daar had het niks mee te maken. De nieuwe ov-chipmachines wel. Ze weten alles van je. Maar je krijgt er niks voor terug. Ja, een piepje. Piepjes, daarvan hebben we er al te veel. Alles piept. De telefoon, de kassa, de auto als er benzine in moet. Digitale lelijkheid.

Nog diverser dan de analoge apparaten waren de stempelende mensen. Liefst de chauffeur of machinist zelf. Met zo’n dik metalen ding, mooie knop erop. Mikken – tik – en dan kwam-ie: klak-bang! Een goede stempelaar kon je kippevel bezorgen. Je was gezien en goedgekeurd. Je bestond. En de chauffeur, die had gestempeld, ook. Dat moet toch een van de grootste genoegens van het beroep zijn geweest.

Serge Gainsbourg maakte een halve eeuw geleden het vooruitstrevend duistere nummer Le Poinconneur des Lilas over een metroconducteur die depressief wordt van zijn met kleine gaatjes gevulde bestaan. Binnenkort werken zelfs treinconducteurs niet meer met stempelknijptangen maar met een scanner. Die ongetwijfeld een piepje geeft. Een trieste zaak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden