Klimmen op de Tafelberg: gevaarlijker dan je denkt

Volkskrant-columnist Toine Heijmans beklom met zijn 13-jarige dochter Sylke de Tafelberg bij Kaapstad. De populaire toeristenbestemming blijkt niet zonder gevaar.

Toine met zijn dochter Sylke. Beeld Toine Heijmans

'Candice!' Haar naam slaat terug in mijn gezicht, letter voor letter, hard als ijs, ze hoort me niet. Het is de storm. Ze loopt twee meter voor ons uit, ik zie haar niet. De nacht is op de Tafelberg gaan zitten, plotseling en lomp. De bergtop is een vlakte. Ik kan de kabels van de gondelbaan niet zien, maar hoor ze gillen. De wind trekt aan rolluiken, zo hard dat het lijkt of ze scheuren en wegzeilen de ravijnen in.

De storm probeert ons van de berg te duwen en wij duwen terug, zoekend naar een pad, wadend door een mist die de berg schuurt en koud in onze truien klimt. Die dunne, witte sporen achterlaat.

'Candice! I'm losing you!'

'Het pad is hier!'

'Nee! We moeten terug!'

Dat op de Tafelberg, uitkijkend over Kaapstad en Robbeneiland, meer doden vallen dan op de Mount Everest hoor ik later pas. Het is een rare vergelijking, want de Tafelberg is voor iedereen en de Everest is voor doodsverachters. De Tafelberg is een toeristische attractie, er gaat een gondelbaan omhoog en bovenop is een gehucht gebouwd van souvenirwinkels, restaurants en toiletten. Daar kan niks mis mee zijn. Dagelijks wordt de top overstroomd door mensen die in het transparante winterlicht de Atlantische oceaan op de Indische zien botsen, zich voelen als vogels op thermiek, Kaapstad daar recht beneden uitgestrekt in de luwte. Het is een berg die gemoedsrust geeft, met z'n brede schouders, een plek om alles eens goed te overzien. Iedereen wil daar wel bovenop staan.

Maar vorig jaar zijn er 175 mensen van de Tafelberg gered, een record, en wij staan nu ook in die statistiek.

Als we er later nog een keer heen gaan omdat we de berg ook in daglicht willen bekijken, en in betere omstandigheden, valt me op hoe koud het er ineens kan worden. Toeristen rillend in korte broeken, huilende baby's. Uit het niets en heel precies schuift een mistwolk over de top: het tafelkleed zoals ze in Kaapstad zeggen, het tablecloth, en die blijft hangen ondanks de jagende wind. Degenen die de berg echt kennen, Hendre, Mark, Candice, weten hoe gemakkelijk het is te verdwalen op de hoogvlakte, zoekend naar het pad terug. Hendre vertelt hoe ze een Amerikaan terugvonden die drie dagen lang verdwenen leek; het was een marinier, hij wist van overleven en had zichzelf op een strikt rantsoen gezet van regenwater en een paar nootjes per dag. De weg terugvinden, zegt ze, is minder gemakkelijk dan het lijkt.

Daarom begrijp ik niet waarom Candice haar lampen is vergeten, en de powerbank voor de vrijwel lege accu van haar telefoon, en waarom ze de reddingsdienst niet belt, en waarom ze in het ondoordringbare donker toch de weg terug wil zoeken.

Beeld Getty Images

Sylke klimt als een vlinder. Geconcentreerd en overtuigd, liefdevol. Ze is 13. Ze is veel lichter dan ik, maar dat is niet de enige verklaring voor haar snelheid en souplesse. Ze is op haar gemak. Ze zoekt met haar linkervoet naar een richel, verplaatst eerst haar gewicht en dan haar handen, kijkt naar beneden, schikt het touw en lacht. Ze is mijn dochter.

Met Candice spreken we af aan de voet van de Tafelberg, bij de gondel. Candice is berggids. We willen de laatste 200 meter naar de top beklimmen. Het is een wand met een spectaculair uitzicht, technisch te doen. Eigenlijk had ik David gevraagd, die verwees me door naar Tristan, maar die is op het laatste moment verhinderd en draagt Candice voor. Het klimmerswereldje van Kaapstad is klein, ze kennen en vertrouwen elkaar, ze beklimmen onwaarschijnlijk vlakke overhangende wanden. Klimmers zijn individualisten, maar ook altijd op zoek naar het soort kameraadschap dat ze behoedt voor ongelukken.

Zonder gids ga ik niet klimmen hier, ik ben er nog nooit geweest en ken de routes en omstandigheden niet. Als ik de gidsen googel, hebben ze uitstekende palmares. Candice klimt in het nationale team van Zuid-Afrika en komt uit op het wereldkampioenschap in Parijs. Ze is jong, begin 20, maar heeft het typische, precieze bewegingspatroon van de goede klimmer - een voor velen onhaalbare combinatie van besluitvaardigheid en prudentie. Ze klimt moeiteloos, maar ik zie haar ook vooruitdenken: elke stap is weloverwogen. Sylke en ik vertrouwen Candice vanaf het moment dat we haar zien.

Beeld Toine Heijmans

Het is warm. We kijken omhoog de rotswand in, die gekerfd is en gebutst: stevige, ruwe steenpilaren vol hoeken en gaten om handen en voeten in te zetten. Leigrijze schoorstenen en droge platen bedekt met plakken korstmos. Onder de wand trekken we onze truien uit en proppen ze in onze rugzakken. Candice sorteert geconcentreerd haar materiaal: een dubbeltouw, wrijvingsschoenen, klimgordels en een ijzerhandel aan zekeringsmateriaal: carabiners, nuts en friends. Ze behandelt haar gereedschap als juwelen. Ze ziet in één oogopslag wat nodig is, controleert de knopen die ze legt in het touw, zorgt dat het touw nooit nat wordt. Ze kent de rotsen, maar doet niets overhaast. We gaan een eenvoudige route doen die ze al honderden keren klom, maar ze weet dat gemakzucht fataal kan zijn.

Ik wijs naar links, naar een vlakke, sterk overhangende, onklimbare plaat en vraag voor de grap of we die niet zullen klimmen. 'Tuurlijk', zegt ze. 'Red je dat? Het is een interessante route.'

Beeld Toine Heijmans

Candice klimt voor, ik zeker haar. De Tafelberg is een natuurgebied, daarom zijn er geen rotshaken geslagen waaraan we ons kunnen vastmaken. Candice moet zelf ankerpunten maken door metalen nuts in spleten te schuiven of er friends in te klemmen, zekeringsmateriaal voor gevorderden; dat vereist aandacht, kennis en geduld. Het is het pure klimmen, we laten niets achter op de berg.

Ze neemt de tijd voor elke zekering, klimt pas door als ze tevreden is. Het is een tijdrovende, veilige manier. Als ze boven is, bouwt ze een standplaats, roept 'off belay!' en zekert ons omhoog. Ik aan het blauwe touw, Sylke aan het gele. We vinden een richel van 30 centimeter breed waar we kunnen zitten - onze benen bungelend boven de stad en de oceanen, boven het ravijn, we voelen ons licht en machtig.

Rotsklimmen in Zuid-Afrika is niet zonder gevaren. Beeld Toine Heijmans

'De kabelbaan werkt niet vandaag', zegt Candice als we haar voor het eerst ontmoeten. Hij is twee weken in onderhoud. Dat had ze kunnen weten.

We maken een nieuw plan en rekenen het uit. Het is drie uur klauteren naar het begin van de rotswand die we willen beklimmen. Het klimmen zelf duurt vier uur. Dan zijn we om vijf uur 's middags op de top van de berg; 'en terug naar beneden lopen via de normale route', zegt Candice, 'duurt drie kwartier.'

Ruim voor het donker thuis.

We navigeren tevreden omhoog door een route die India Venster heet. Vervaagde, nauwelijks zichtbare pijlen geven de richting aan door hard struikgewas en over rotsblokken. Ik maak een foto van het waarschuwingsbord: 'extremely dangerous route DO NOT attempt if inexperienced'. Maar wij zijn ervaren. Nooit was de grond vaster onder onze voeten. Op het bord staat een noodnummer, ik wil het in mijn telefoon programmeren, maar bedenk dat ik daarvoor Candice heb ingehuurd. Het is de mooiste dag, de lucht nog helderblauw en koel zodat we nauwelijks zweten. We zweven omhoog in ruime cirkels en zien de stad onder ons kleiner worden en de wereld groter. We komen niemand tegen.

Beeld Toine Heijmans

Exact op tijd staan we onder de rotswand. We kunnen de top niet zien. Het is vier touwlengten omhoog. Als we beginnen, is er eigenlijk geen weg meer terug - die keuze moeten we nu maken.

In de hemel zie ik strepen; een flard wolken waait als een veer voorbij. Candice ziet het ook. Er is stabiel weer voorspeld, morgenmiddag pas komt de storm, maar ze belt een berggids die lager in het gebied een groep begeleidt en de hele Tafelberg kan overzien. 'Geen tafelkleed vandaag', zegt ze. 'Het is een prachtige dag.'

We gaan. We luisteren naar het rustgevende metaalgeklingel van het materiaal aan Candices gordel. Ze zekert Sylke omhoog. Ik ga als laatste en haal het materiaal uit de wand, zodat ik boven kom met bossen ijzer. Het is inspannend, maar niet moeilijk. Mijn voeten kleven aan de ruwe rots. Sylke is gelukkig. Dit is wat ik haar had beloofd. Candice zegt dat ze zelden zulke ervaren klanten heeft en stelt een moeilijkere route voor. Voor haar is dit een wandeling. Geroutineerd ordent ze de spullen die zijn opgehoopt tot een kluwen, bestudeert elke carabiner, klikt ze aan haar gordel, bouwt haar standplaats om en vertrekt weer omhoog. Ze doet me denken aan Rand, de hoofdpersoon uit James Salters roman Solo Faces: nergens meer thuis dan op een steile wand. 'Rand klom gemakkelijk, met zelfverzekerde bewegingen. Hij keek, voelde en bewoog moeiteloos omhoog.'

Dit mag eindeloos gaan duren.

We klimmen vier touwlengten en ik kijk steeds vaker op mijn horloge. We zijn traag. Het is de vraag of we voor het donker boven zijn. De rots is nat en glad geworden, er sijpelt water naar beneden, Candice moet zoeken naar een begaanbare weg. Het is niet erg. Bijna boven. En dan drie kwartier naar beneden. Sylke heeft plezier.

Mijn vrouw stuurt een sms, of we al op de terugweg zijn. Ze is beneden in het strandhuis dat we huren, ze moet ons met een verrekijker kunnen zien. 'Laatste touwlengte', stuur ik terug. Ze is verbaasd. 'Nu nog?'Na de vierde touwlengte komt een vijfde. Het is een traverse naar rechts, Candice is uit zicht; ik hoor aan het gerammel van ijzerwerk dat ze een standplaats bouwt. 'Off belay!' Mijn handen zijn koud.

Als Sylke ook over de richel naar rechts is geschoven, bel ik mijn vrouw. Ze is bezorgd. Ze ziet de Tafelberg niet meer, alleen de wolken, de storm giert al om ons strandhuis. Dan pas dringt tot me door dat de wand waarin we klimmen een enclave is: hij ligt met de rug naar de wind en met het gezicht naar de laatste resten zon. De wand heeft ons in de luren gelegd. Wij klimmen in een ander, minuscuul weersysteem. De storm heeft de berg allang bereikt en ingepakt, en wij zijn de enigen die er niks van merken. Iedereen weet van de storm en kan hem zien, behalve wij.

Sylke klimt lachend de traverse in, de kleur is lood, ik hou mijn zorgen voor me. Elke klimmer heeft een Schicksalberg, zeggen ze in de Alpen, een noodlotsberg. Mijn energie is weg. Wolken pakken de wand in, ontnemen het zicht en als de sluiers zich weer openen, zijn in Kaapstad alle lampen aan. Daar schemert het.

Candice en Sylke zijn boven, ze roepen tevreden. Ik worstel me door een schoorsteen, klim mezelf vast, moet terug en klauw me met gevoelloze vingers achteroverhangend over een bolle kei, terwijl mijn rugzak me omlaag probeert te trekken - voor het eerst bang om te vallen. Ik reken. Het is zes uur. Om half zeven is het donker. Om acht uur zijn we beneden.

De top van de Tafelberg is omheind met een muurtje. Als ik mijn hoofd erbovenuit steek, ramt de wind me in mijn gezicht. Ik zorg dat Sylke in mijn schaduw blijft en geef haar mijn trui. Het is nu alleen nog naar beneden. Bij de souvenirwinkel begint een pad, maar zonder licht is het onvindbaar. Candice zoekt in haar rugzak naar de hoofdlampen. Ze zou het materiaal verzorgen. Zonder gids had ik mijn eigen lampen meegenomen, een medicijntas, een powerbank voor de telefoon, een reddingsdeken, brood, het nummer van de reddingsdienst. Ik heb er niet aan gedacht.

'Geen lampen', zegt Candice. 'Sorry guys.' Ze heeft de verkeerde rugzak meegenomen.

Beeld Toine Heijmans

We duwen onze hoofden de storm in, achter Candice aan, die al duizend keer de berg is afgelopen. Het is niet ver. Maar ze maakt een cirkel, we zijn weer terug op de plek waar we begonnen. Candice probeert een plattegrondje te ontcijferen dat op een paaltje is geschroefd, ze veegt de nattigheid eraf. We vertrekken weer, de andere kant op, maar lopen vast.

Sylke geeft geen kik. Ik hou haar hand vast. Ik zeg tegen Candice dat we hier blijven. Zonder lampen naar beneden is gevaarlijk, op de flanken van de berg zijn we onvindbaar ook. Boven is beschutting. Candice houdt vol, 'vertrouw me', 'over een kwartier zijn we in de luwte', 'het pad is eenvoudig', 'over een uur zijn we beneden'.

Ze vertrekt opnieuw, wij achter haar aan.

Het donker is totaal. Het lawaai is overal. Van Candice zie ik alleen contouren die af en toe verdwijnen - ze loopt sneller nu, ik raak haar kwijt, ze verdwijnt een paar meter voor me in de coulissen. Zonder haar zijn we verloren, vinden we de kabelbaan nooit meer terug. Voor het eerst voel ik een vlaag van angst, die ik weg moet drukken. Ik hou Sylkes koude handen vast; ze moet doodsbang zijn, maar geeft niet op.

'Candice! I'm losing you!'

'Het pad is hier!'

'Nee! We moeten terug!'

Dan begint Sylke te huilen en te schreeuwen, tegen de wind in, steeds harder totdat ze Candices aandacht heeft. Ze wil niet verder. We zijn anderhalf uur rondjes aan het lopen boven op de Tafelberg en kunnen geen uitgang vinden. Candice aarzelt en keert dan om, terug naar de souvenirwinkel en het restaurant - het is de enige veilige plek, ik bereid me voor op een overnachting.

'Dat huilen deed ik expres', zegt Sylke later. 'Het was de enige manier om haar te stoppen.'

Telkens vraag ik Candice of ze de reddingsdienst wil bellen, maar ze doet het niet - 'dit is Zuid-Afrika', zegt ze, 'als ik de politie bel, komt er een enorme bureaucratie op gang'. Ik zoek een schuilplek voor Sylke, de wind komt van overal, ik vind een hoek en ga tegen haar aan staan. Candice probeert andere berggidsen te bereiken, maar de accu van haar telefoon is leeg. Ze kan de mijne gebruiken, maar kent de nummers niet, staat in een andere hoek onhandig te googelen. Ik denk dat ze zenuwachtig is.

Er moet een schuilplaats zijn. Ik zoek een raam om in te trappen, maar de verlaten souvenirwinkel heeft tralies achter glas. Het lawaai van de klapperende rolluiken, het gieren van de staalkabels is angstaanjagend.

'Candice ik ga een raam intrappen.'

Ze kijkt op haar telefoon.

'Candice! Bel 911!'

'Wacht even. Wacht even. Ik heb een code.'

We lopen naar het toiletgebouw en vinden een kastje met een cijferslot. Candice kijkt op de telefoon en verschuift vier cijfers, het kastje springt open, er zitten sleutels in. Ze maakt het herentoilet open - het stinkt er naar urine maar de lampen werken en er is een noodkast met dekens, een waterkoker, thee en koffie en een logboek. Dit is de refuge. Candice wist niet van het bestaan ervan. Als de deur dichtslaat, blijven de nacht, de storm en de angst buiten.

We maken thee en bedelven Sylke onder dekens. Ze valt in slaap. 'Ik bel 911', zeg ik tegen Candice, 'en we overnachten hier'.

'Niet bellen. Er komt hulp naar boven.'

'Wie dan?'

'Berggidsen. Ze komen eraan. Ze zijn er over twee uur.'

Beeld Toine Heijmans

We zitten dicht naast elkaar met thee en onder dekens tegen de muur van het mannentoilet. Sylke slaapt op mijn schouder. Zo houden we de nacht wel vol. Ik stuur mijn vrouw een bericht dat we veilig zijn en hier blijven tot het ochtendlicht. Het stelt haar niet gerust.

We slapen als de deur openklapt; het is elf uur. Met een windvlaag stormen twee reuzen binnen die zich later als Hendre en Mark voorstellen, gelouterde expeditieklimmers, Mark draagt twee professionele portofoons kruislings over zijn borst, uit een ervan kan ik een krakerig 'basecamp' verstaan. Hij laadt een torenhoge rugzak af die hij onmiddellijk begint te ontmantelen. Er komen hoofdlampen uit, koffie, truien, regenpakken, handschoenen, powerbanks, mutsen, mueslirepen. Hendres opgewekte bedrijvigheid vult het toilet. 'Morgen komt de echte storm', zegt ze. 'Als jullie kunnen, gaan we nu naar beneden.'

Het is, zegt Hendre, twee uur lopen. Sylke zegt: 'Ik wil naar beneden.' We trekken truien en regenpakken aan en duwen onze koppen opnieuw in de wind, maar nu met Hendre en Mark als beeldhouwwerken achter ons.

De weg terug is een zwart gat, afgezet met keien en grote, steile rotsplaten. Onze koplampen maken vreemde banen in de mist. Het pad is steil als een wenteltrap. Bij elke stap glijden mijn voeten door, er ligt een dunne, natte laag zand op de stenen. Sylke gaat zitten en glijdt. Hendre vertelt over haar hond en hoe ze de berg op- en afrent, hoe ze hier elke week mensen redt. Omdat de politie geen ervaring heeft, opereert een groep berggidsen als vrijwillige reddingsdienst - Mark had eindelijk een avond vrij en een glas wijn ingeschonken, zegt hij, toen zijn telefoon ging. 'Het mooie van de situatie is dat jullie kunnen lopen. Meestal moeten we met een brancard naar beneden.'

De ongelukken op de Tafelberg, zegt hij ook, zijn een goedbewaard geheim: niemand heeft belang bij het gevaar van een toeristische attractie.

Verder, verder, het zwarte gat in. Het pad blijft steil en smal en houdt niet op, als in een droom waarin de bodem wegvalt. Ik grijp naar een afrastering - het is prikkeldraad, ik voel de punten door mijn handschoenen heen. De portofoons kraken. 'Een halfuur nog', zegt Hendre, mijn knieën branden. We zijn al twee uur onderweg.

Beeld Toine Heijmans

Sylke gaat nooit meer klimmen, dat weet ik, het is mijn schuld, vanaf nu zal ze bang zijn voor de bergen. Mijn vrouw zal me niet meer vertrouwen. De hele weg naar beneden zie ik haar voor me, in het strandhuis, luisterend naar de storm en de regen die bijna door de ruiten heen slaat, kijkend naar de donkere vlek achter Kaapstad, de berg die haar dochter heeft opgegeten. Ze kan niets doen. Ik wel. Dat is het enige. Er valt veel uit te leggen.

Tussen spokende boomstammen door zie ik licht: koplampen van een auto. Het is ver nog, maar iets om aan vast te houden. Sylke glijdt uit, maar vangt zichzelf op.

Na nog een bocht zie ik de fourwheeldrives, patrouillewagens met zwaailichten die blauwe schaduwen maken op het bos. Er zijn nogal wat mensen voor ons naar de berg gekomen, ver na middernacht. Een agent ondervraagt me voor de debriefing - ik spel onze namen. Sylke krijgt chocolade en thee, ik krijg koffie uit thermoskannen. Er is meer papierwerk. De agent heeft de verwarming van zijn auto voor ons aangelaten en installeert ons op de achterbank.

Praktische informatie

Table Mountain National Park maakt deel uit van South African National Parks.
De kabelbaan: een retour kost voor volwassenen omgerekend zo'n 18 euro.
Wandelen in het gebied is geweldig, maar bereid je goed voor. Let vooral op het weerbericht. De normale route omhoog lopen (Platteklip Gorge) is interessanter dan de kabelbaan nemen, maar het is ruig terrein. Kies voor andere routes, en als je weinig ervaring hebt, een gids. Verzeker je van hun deskundigheid: vraag naar ervaring, diploma's, verzekering, noodsituaties. Bij twijfel niet doen.

Kosten: voor een hike circa 1.200 rand per persoon, rotsklimmen 2.000 tot 3.000 rand per persoon. Een geschikte organisatie is: hiketablemountain.co.za. Voor serieuze klimtochten is capeclimb.co.za een goede optie, maar er zijn er meer aanbieders.

'Sorry', zegt Candice als we afscheid nemen. 'Als gids heb ik geleerd nooit de wens van de klant te volgen. Het is belangrijk vast te houden aan mijn eigen plan. Daarom wilde ik per se naar beneden.'

'Maar ik had gelijk', zeg ik.

'Ja. Jij had gelijk.'

Candice is de gids, denk ik later, maar dat ontslaat me nergens van.

Het is drie uur 's nachts als ik mijn dochter met zwiepende ruitenwissers thuisbreng. Niemand is boos. Ik vraag me de verdere nacht af wat ik had moeten doen. We zijn te laat gaan klimmen - had ik de beslissing moeten nemen niet omhoog te gaan? Candice kent de berg. Het is haar beslissing. Ik kon niet weten dat ze geen ervaring had met noodsituaties - had ik dat moeten vragen?

De volgende ochtend vertelt Sylke het verhaal zes keer. Hendre stuurt een bericht: 'Please tell Sylke she's a rockstar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden