Column

Klimmen blijft klimmen, zoals dalen dalen blijft

Voor kunstenaars van zekere leeftijd duiken alledaagse barricaden op.

Beeld Thinkstock

Sinds mensenheugenis ben ik lid van een kunstenaarssociëteit. Vroeger, toen ik nog kwiek ter been was, rende ik er de trappen op en af, maar met het vorderen der jaren laten mijn knie-gewrichten me steeds vaker in de steek. En dan is het beklimmen van de steile trap, noodzakelijk om de eerste verdieping te bereiken waar de kunstenaars-lounge is gevestigd, geen sinecure. Voor houvast is het zaak je vast te klampen, c.q. omhoog te trekken aan smalle, ijzeren stangen. Worden de knieën nog niet genoeg ontzien, dan is het raadzaam de trap stapje voor stapje te nemen, dus halt te houden op iedere tree en steeds één been bij te trekken - wel graag als er geen ander sociëteitslid in de buurt is.

Hoge hakken zijn hier uit den boze. Wie terugdeinst voor deze capitulatie voor de oude dag, vervolgt de klimpartij, de schoenen tussen de tanden, op blote of op kousenvoeten. Dat de trap niet geregeld wordt schoongeboend, zal een beetje kunstenares een zorg zijn. Zolang zij haar weg maar kan vervolgen en een hand voor ogen ziet. Niet alleen zijn de treden steenkoolzwart, ze zijn ook zwak verlicht; je waant je in een dodenrijk avant la lettre.

Op de tweede etage bevindt zich het kunstenaarsrestaurant, bereikbaar via een tweede steile trap met ook aan weerskanten handonvriendelijke stangen. Wel oogt deze trap, dankzij honingkleurig uitgesleten hout, een tikkeltje romantischer.

Maar klimmen blijft klimmen, zoals dalen dalen blijft. Ook de aftocht naar huis, meer dan eens bij nacht en ontij, kan alleen trapsgewijs worden geblazen, met de benenwagen.

Iedere keer als ik me naar boven of naar beneden worstel, moet ik denken aan een regel uit het liedje Zeur niet! van Annie MG Schmidt. Na de verzuchting 'als je schoonfamilie vraagt om ondersteuning', komt, toppunt van ergernis, 'als je vader zich weer vasthoudt aan de leuning...' (om maar te zwijgen van moeder).

In vroeger jaren, vóór de verbouwing, was de benedentrap van de sociëteit, dus die van de voordeur naar de eerste etage, legendarisch want levensgevaarlijk - zeker van boven naar beneden. Dan nam die oude trap na de eerste twee treden een onoverzichtelijke bocht. Menig kunstenaar (m/v) met een glaasje te veel op - ik denk hierbij aan Simon Carmiggelt, God hebbe zijn getourmenteerde ziel - is er afgelazerd.

Na al die jaren is er nog steeds geen lift om de heen- en terugweg te verlichten; bouwtechnisch schijnt zo'n ingreep een onhaalbare kaart te zijn. Met het gevolg dat oudere tot oude tot zeer oude sociëteitsleden zich op den duur genoodzaakt zien het bezoek aan hun 'tweede huiskamer' te staken. Remco Campert heb ik al een tijdje niet gezien en Harry Mulisch al jaren niet meer (hè, wat een ongepaste grap.)

Zojuist hoor ik van mijn wederhelft, die de wet op zijn duimpje kent, dat je als lid met een beetje fatsoen in je donder niet uit de sociëteit mag klappen.

Maar mijn column is de deur al uit!

Zou ik nu worden geroyeerd? Ach, binnenkort kan ik toch die trappen niet meer op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden