Column

Klimaatverandering bestrijden met technologie

Als we niet in staat waren als mensheid onze CO2-uitstoot te verminderen, waarom zouden we dan wel in staat zijn klimaatverandering te bestrijden met technologie?

Beeld anp

Mag klimaat ook leuk zijn? Die vraag stond afgelopen zaterdag boven de column(+) van collega Martin Sommer. Hangende schouders had hij gekregen van het klimaatveranderingstechnische doemdenken van Greenpeace. 'We moeten anders gaan leven, het moet minder en het is de schuld van de welvarende wereld. Dat is de theologie van schuld en boete.'

Mijn eerste reactie was: dat kan best wezen, van die schuld en boete, maar het is ook wáár. De rijke landen hebben het qua CO2-uitstoot flink verknald, daaruit volgt de morele plicht om te repareren wat we zelf hebben stukgemaakt. Ik zal bekennen dat ik daar vaak fantasieën bij heb van een mooie, groene wereld, vol kleine boerderijen, zandpaden die idyllisch door het bos slingeren, en broeikasgas-neutrale ritjes met paard en wagen. Een soort combinatie van de Gouw (u weet wel, waar de hobbits wonen in Tolkiens' In de ban van de ring) en de Groenlandse samenleving uit Thea Beckmans Kinderen voor moeder aarde, waar iedereen in harmonie leeft met de natuur en elkaar, en ze de stoommachine weliswaar uitvonden, maar vervolgens niet gebruikten, omdat ze het zo'n vies stinkding vonden.

Terug naar de realiteit. Want dit is milieu-activisme voor mensen die alles al hebben, maak ik op uit het interview(+) met ecopragmaticus Ted Nordhaus, vorige week in de Volkskrant. Gericht op minder consumeren, een stapje terugdoen. 'Maar voor het overgrote deel van de wereldbevolking slaat het nergens op. De meeste mensen zijn straatarm!', stelt Nordhaus. 'Twee miljard mensen hebben niet eens toegang tot moderne energie, in India alleen al hebben 700 miljoen mensen geen stroom! Waar is het milieuactivisme voor hen?'

'Het zou ronduit immoreel zijn te vragen of ze daar a.u.b. arm willen blijven vanwege de opwarming', schrijft Sommer, en dat ben ik met hem eens. Volgens Sommer en ook Nordhaus ligt het antwoord niet in pre-industriële dromerijtjes, maar in het meer, sneller en beter moderniseren van ontwikkelende landen. Sommer komt met CO2-besparende, schone kooktoestellen, Nordhaus met intensieve landbouw van genetisch gemodificeerde gewassen en kernenergie.

En zij zijn niet de enigen met zulke plannen. In de New Scientist stond een opiniestuk van Tim Flannery, van de Australische Climate Council. Het is niet erg waarschijnlijk dat het klimaatoverleg in Parijs volgende maand afspraken gaat opleveren die de opwarming van de aarde onder de twee graden gaat houden, stelt hij. Maar niet getreurd: technologie kan ons nog redden. 'Eén studie laat zien dat als we negen procent van de oceanen gebruiken gaan gebruiken als zeewierkwekerijen, het equivalent van alle jaarlijkse menselijke CO2-uitstoot opgenomen kan worden.' Als bonus kun je zeewier eten, en kan de proteïne die zo'n project oplevert de hele wereld voeden. Het klinkt misschien als science fiction, zegt Flannery, maar laten we niet vergeten dat er tussen nu en, zeg, 2050 een hoop kan gebeuren. In 1915 had ook niemand gedacht dat we in 1950 atoombommen zouden hebben.

Het is een soort nieuw optimisme, dat een beetje de sfeer ademt van 2006, toen Al Gore met zijn Inconvenient Truth zorgde dat we massaal minder CO2 hemelwaarts wilden zenden. Ja, we kúnnen iets doen aan klimaatverandering, we gáán iets doen. Laat de boetedoening van welvarende landen er uit bestaan dat we onze technologie en kennis met de wereld delen, zodat arme mensen zichzelf rijker kunnen maken en terwijl ze dat doen, de mensheid redden van zeespiegelstijging, droogtes, voedselcrises, enzovoorts. Olé!

Er is alleen nog een klein akkefietje: na Al Gore gingen we niet echt massaal op de broeikasbesparende toer. We bleven autorijden, vliegen, overconsumeren. Vele regeringsleiders spraken mooie woorden, maar effectief beleid, ho maar. Ook dit is een ongemakkelijke waarheid: als het aankomt op handelen tegen klimaatverandering, heeft het mensdom een kreupele geest. Volgens psychologen onderschatten we de risico's, omdat we er geen goed beeld van hebben; de onzekerheid over hoe en wanneer de aarde precies gaat opwarmen en wat dan de gevolgen zijn, zorgt voor passiviteit. We onderschatten de risico's ook, omdat de gevolgen ver weg zijn; ergens in de toekomst, en waarschijnlijk vooral ergens anders, in landen waar men geen geld heeft om dijken te verhogen.

Als we niet in staat waren als mensheid onze CO2-uitstoot te verminderen, waarom zouden we dan wel in staat zijn klimaatverandering te bestrijden met technologie? Ik geef toe, het is niet zo'n leuke klimaatvraag. Maar we moeten wel het antwoord vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.