Klimaatprobleem dwingt ons tot eerlijk delen

Het klimaatprobleem dwingt ons tot een andere kijk op het ontwikkelingsvraagstuk, meent Hennie Roorda. Het is niet te verdedigen dat wij ontwikkelingslanden dwingen pas op de plaats te maken, alleen maar om onze levensstijl te kunnen beschermen....

OP 20 JANUARI 1949 hield Harry Truman, de toenmalige president van de Verenigde Staten, zijn inauguratierede voor het Amerikaanse Congres. Deze rede is voor de geschiedenis zo belangrijk geworden omdat Truman hier het begrip 'ontwikkelingsland' introduceerde.

Landen, zo veronderstelde Truman, moesten een bepaalde weg afleggen om tot ontwikkeling te komen. Een weg, geplaveid met het idee van economische groei, die tot stand moest komen door investeringen in nieuwe technologieën en verhoging van de nationale productie. Landen, die aan het begin van deze weg stonden, vielen onder de noemer 'ontwikkelingslanden'.

Na deze vernieuwende rede van Truman bleek al snel dat economische groei alleen niet genoeg was voor ontwikkeling. Dit resulteerde in de jaren zestig in een meer mensgerichte benadering. Begrippen als 'sociale ontwikkeling' en 'plattelandsontwikkeling' werden op de politieke agenda's gezet. Gezondheidszorg en onderwijs werden belangrijke speerpunten van het nieuwe ontwikkelingsdenken.

In de jaren zeventig werd de westerse samenleving opgeschrikt door een grote oliecrisis. Door deze crisis kwam ineens het pijnlijke besef dat er grenzen waren aan de groei. De Club van Rome wees de mensheid op het feit dat de natuurlijke bronnen van de aarde eindig zijn. Als de economie zich met dezelfde snelheid zou blijven ontwikkelen, zo veronderstelden onderzoekers, zouden de aardse hulpbronnen binnen afzienbare tijd verbruikt zijn.

Dit inzicht leidde ertoe dat de visie op ontwikkeling weer werd aangepast. Ontwikkeling kon niet meer los gezien worden van het milieu. Het concept duurzame ontwikkeling deed daarmee zijn intrede. Op de klimaatconferenties in Kyoto, Den Haag en in Bonn, was het dilemma tussen ontwikkeling en milieudegradatie een voortdurend punt van discussie.

Hoewel de precieze invulling van het Kyoto-protocol veel onenigheid opriep, zijn de deelnemende landen het wel eens over het bestaan van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor duurzame ontwikkeling. Een verantwoordelijkheid waarbij niet alleen tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van de hedendaagse mens, maar waarbij ook rekening wordt gehouden met de behoeften van toekomstige generaties.

Maar over welke behoeftes gaat het? En voor wie geldt dit? Geldt dit voor de behoefte en het consumptiepatroon van de gemiddelde Nederlander? Gaat het om het recht auto te rijden, de beschikking te hebben over een magnetron, een computer, een mobiele telefoon, het recht om minimaal een keer per jaar met het vliegtuig op vakantie te gaan? Of wordt hier gesproken over het recht van de Mozambikaan, die voor zijn dagelijkse maaltijd hout sprokkelt en met zijn transistorradio het wereldnieuws probeert te volgen? Die weinig tot geen onderwijs genoten heeft, die elke dag matapa eet, die geen beroep kan doen op gezondheidszorg, laat staan gebruik kan maken van een traumahelikopter, maar die per jaar slechts 0,01 ton CO 2

-uitstoot?

Om deze vragen te beantwoorden kunnen we kijken naar de opnamecapaciteit van de aarde. Met hoeveel CO 2

kunnen wij als mensen de aarde eigenlijk belasten? Als we gaan rekenen, dan zien we dat onze aarde met haar oceanen en haar regenwouden jaarlijks dertien tot veertien miljard ton CO 2

kan opnemen. Deze veertien miljard ton CO 2

kan de totale mensheid dus risicoloos uitstoten, zonder dat dit negatieve gevolgen heeft voor de aarde en haar bewoners.

Er vanuit gaande dat de totale wereldbevolking uit ongeveer 6 miljard mensen bestaat, zou dat betekenen dat we per persoon 2,3 ton CO 2

per jaar mogen uitstoten. Dan zien we dat de gemiddelde Nederlander met een uitstoot van 12 ton CO 2

op jaarbasis ruim boven de absorptiecapaciteiten van de aarde zit. Om over de gemiddelde Amerikaan, met een CO 2

-uitstoot van 20 ton per jaar nog maar niet te spreken.

Gelukkig voor de aarde, en voor ons als westerse consument, is er dan nog die Mozambikaan. Hij maakt veel goed, want hij blijft netjes binnen de 2,3 ton C0 2

uitstoot op jaarbasis. Doordat hij geen auto rijdt, geen krant leest, geen tv kijkt en geen magnetron heeft, niet minimaal een keer per jaar met vakantie gaat, kunnen wij in het Westen ons consumptiepatroon op peil houden. En mocht als gevolg van de C0 2

-stijging toch het klimaat een beetje veranderen en de zeespiegel stijgen dan verhogen wij toch gewoon onze dijken. Overstromingen in Mozambique? Hadden we daar al niet een gironummer voor?

Ruim vijftig jaar na de inauguratierede van Truman blijkt dat ontwikkelingssamenwerking, in welke vorm dan ook, de kloof tussen arm en rijk niet heeft kunnen dichten. Integendeel. Het gat dat we met alle goede intenties wilden dichten, is alleen maar groter geworden. De arme is armer geworden, de rijke nog rijker.

In het ontwikkelingsvraagstuk hebben we ons tot nu toe altijd geconcentreerd op armoedebestrijding, op onderconsumptie. Maar is deze eenzijdige blik gericht op het Zuiden wel gegrond? Wordt het niet tijd om, in de strijd tegen de mondiale ongelijkheid, de hand in eigen boezem te steken? Per slot van rekening zijn wij degene die de CO 2

-opnamecapaciteit van de aarde overschrijden. Dat wij, om in onze rijkdom te kunnen blijven voorzien, oneigenlijk gebruik maken van een deel van deze opnamecapaciteit en daarmee de ontwikkelingslanden beroven van hun recht op economische ontwikkeling, nemen we kennelijk voor lief. Of nemen we de consequenties van een veranderend klimaat op de koop toe?

Met het besluit van westerse landen op de klimaatconferentie in Bonn hun eigen CO 2

-uitstoot aan te pakken en ontwikkelingslanden daar nog even van te vrijwaren, is er een klein begin gemaakt. Hopelijk zijn we ons een heel klein beetje bewust geworden van het feit dat wij ons deel van de cake op hebben. Dat wij dit luxe leven alleen kunnen leiden, omdat anderen dit niet kunnen.

Dat we aan het profiteren zijn van wat ons eigenlijk niet toebehoort en dat we daarbij, zij het onbewust, het kolonialisme weer nieuw leven hebben ingeblazen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden