‘Klim over het hek naar een nieuw leven’

Honderden Afrikaanse mannen bestormden met zelfgemaakte ladders het hek tussen Marokko en de Spaanse enclave Melilla. Het grote risico op verwondingen namen zij voor lief....

Zwijgend zitten de honderden Afrikanen naast elkaar, samengepakt tegen de muur van het politiebureau van Melilla. Verdwaasd, vermoeid, maar bovenal gelukkig. Hier wilden ze zijn, of ze nou uit Mali, Kameroen of Guinee komen. Hier begint hun toekomst. En geen enkel hek dat hen hiervan kon afhouden.

In de nacht van zondag op maandag hebben ze de sprong naar Melilla gewaagd, met zelfgemaakte ladders, om de metershoge afrastering tussen Marokko en de Spaanse enclave te beklimmen. Met lappen om de handen zodat het prikkeldraad niet te diep in hun vlees zou snijden. Met zevenhonderd wanhopige Afrikaanse jongens en mannen tegelijk, om hun kansen op succes te vergroten.

Hun bestorming was nu eens niet uitgevoerd vanuit de bossen bij Rostrogordo, vanuit de kleine kampementen die vorige week als uitvalsbases dienden voor twee grote aanvallen van Afrikanen op Melilla. Die zijn de voorbije dagen door de Marokkaanse politie uitgekamd. En de Spanjaarden hebben aan hun kant van de grens tientallen extra militairen ingezet voor patrouilles.

Ditmaal was de Afrikaanse aanval een paar kilometer verderop, op een steenworp afstand van de zwaarbewaakte grensovergang; bij het deel van dit ruim tien kilometer lange hek dat van drie naar zes meter is verhoogd. Dit om de immigranten te ontmoedigen en vooral om hen buiten Europa te houden.

Deze vroege ochtend waren ze echter niet te stoppen. De Marokkaanse bewaking was weg. De Spaanse wachters waren in de minderheid.

Hoe ze dat wisten? Nene Sanoko (27) uit Mali haalt de schouders op. Een gerucht. Zijn vriend Toumanie Toubie (24) houdt het op een gevoel. ‘We wisten dat we een kans hadden en hebben die gegrepen.’

Vlak voor vijf uur ’s ochtends zijn ze massaal tegen het hek opgesprongen. Terwijl de een probeerde te klimmen, trachtte de ander het hek naar beneden te halen. ‘Op sommige plekken was het zo druk, dat je een ander stuk hek moest zoeken’, vertelt Issa Camara. ‘Op een gegeven moment hingen we met zoveel mensen aan het hekwerk dat een gedeelte naar beneden is gekomen.’

Een blik op het ijzeren hek, ter hoogte van de zogeheten Barrio Chino, vat Camara’s verhaal van de aanval samen. Stukken metaal liggen er verwrongen bij. Kapotgescheurde jassen en truien hangen aan het prikkeldraad. Naast het hek liggen in de haast verloren schoenen. Er omheen zijn veel anonieme bloedspatten te ontwaren.

Want deze bestorming was extreem gewelddadig, verzekeren Spaanse agenten. Veel Afrikanen gooiden met stenen.

Anderen sloegen en beten van zich af in een desperate poging Melilla binnen te dringen. Geen van de 350 Afrikanen die het vannacht uiteindelijk is gelukt, ontkent dat.

Een van hen, Toumanie Toubie, verklaart: ‘We hadden geen keus. We willen leven. En alleen aan deze kant van het hek is dat mogelijk.’

Een busje rijdt de parkeerplaats van het politiebureau op, om een nieuwe groep pas gearriveerde ‘springers’ naar de tijdelijke opvang voor immigranten (CETI) in Melilla te vervoeren. De meeste Spaanse agenten spreken nauwelijks Frans en proberen met drukke gebaren duidelijk te maken dat er ingestapt moet worden.

Ruim 120 Afrikanen zijn vannacht gewond geraakt bij de bestorming van het hek. Veel van hen hebben slechts lichte schaafwonden. Een aantal van hen is er heel wat erger aan toe. Ze hebben doorgesneden pezen aan het prikkeldraad overgehouden, of verstuikte enkels en gebroken voeten als gevolg van de metershoge val vanaf het hek.

Met een van pijn verwrongen gezicht hinken ze naar het busje. Als zeven man zijn ingestapt gaat de schuifdeur dicht. Vijf minuten later komt het busje aan bij de poort van de CETI. Daar moeten ze opnieuw wachten, totdat de registratie van de vorige zeven Afrikanen is geregeld. Maar ook tot ze bij de opvang weten waar ze deze nieuwe mensen toch moeten plaatsen.

De tijdelijke opvang voor immigranten van Melilla zit namelijk vol. Overvol. Hier hadden de bestormingen van de laatste tijd al toe geleid. Vooral na de grootste aanval in de historie van de stad. Ruim vijfhonderd Afrikanen wisten op één dag de Spaanse enclave in Marokko binnen te dringen. Het gevolg: de 450 opvangplaatsen van de CETI waren lang niet toereikend voor de bijna negenhonderd Afrikanen.

In een poging het probleem op te lossen, besloten de Spaanse autoriteiten honderd immigranten naar het vasteland te vliegen, om ze daar op te vangen. Intussen hebben het Rode Kruis en het Spaanse leger koortsachtig gewerkt aan het neerzetten van extra tenten. Zondag stonden de laatste tenten op hun plek. Die zouden 513 immigranten een opvangplek moeten bieden. Maar vannacht zijn weer 350 Afrikanen over het hek gesprongen, klaagt een medewerker.

De bewoners van de CETI lijken daar niet mee te zitten, evenmin als de zeven nieuwelingen. Die zoeken liever naar bekenden. Een Malinese man steekt zijn duim op naar Toure Adama (27). Die tovert een enorme grijns op zijn gezicht. Het is gelukt!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden