Klijnsma wil ook weduwen aanzetten tot werken

De uitkering aan weduwen en weduwnaars past niet meer in het huidige stelsel van sociale zekerheid. De uitkering stimuleert hen niet te gaan werken en is ruimer dan andere uitkeringen. Als de uitkering afloopt, blijft er voor weduwen en weduwnaars slechts de strengere bijstand over, omdat zij geheel buiten de arbeidsmarkt zijn komen te staan.

VAN ONZE VERSLAGGEVER GIJS HERDERSCHEÊ

DEN HAAG - Dit concludeert het ministerie van Sociale Zaken in een rapport over de Algemene nabestaandenwet (ANW). Staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) van Sociale Zaken heeft het rapport naar de Tweede Kamer gestuurd. De coalitiepartijen VVD en PvdA willen de looptijd van de nabestaandenuitkering vanaf juli 2014 beperken tot een jaar, maar de precieze uitwerking hiervan is nog niet bekend.

In een brief aan de Kamer concludeert Klijnsma dat aanpassing voor de hand ligt. 'Een aangepaste ANW sluit beter aan bij het maatschappelijk breed gedragen uitgangspunt dat werk mensen perspectief, zelfrespect en zelfstandigheid biedt', schrijft zij. Klijnsma gaat nog met nabestaanden over hun ervaringen spreken voordat zij voorstellen formuleert. Maar in haar brief aan de Kamer constateert zij al: 'Werken is niet strijdig met het verwerken van het verlies van de partner.'

De nabestaandenuitkering verplicht nu niet tot werken. Dat is merkbaar in de cijfers: de economische zelfstandigheid van vrouwen is toegenomen, maar die van weduwen is verminderd. Dat wordt een probleem, schetst het rapport, als de uitkering stopt zodra het jongste kind 18 is. Dan rest de bijstand met zijn strenge eisen.

De Algemene nabestaandenwet is een volksverzekering, die een uitkering biedt aan een partner en achterblijvende kinderen. De ANW verving in 1996 de Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW). De achterblijvende partner houdt levenslang een uitkering als hij voor 1950 is geboren of voor meer dan 45 procent arbeidsongeschikt is. Anders duurt de uitkering tot de eventuele kinderen 18 jaar zijn. 'Het zal dan voor hen lastig zijn te gaan participeren, vanwege hun leeftijd en lange afwezigheid op de arbeidsmarkt. Voorkomen moet worden dat mensen, ook nabestaanden, te lang aan de kant staan', aldus het rapport.

De uitkering is 70 procent van het minimumloon. Er is wel een inkomensgrens. Wie meer dan 2.400 euro verdient, krijgt geen uitkering. Het aantal uitkeringen loopt snel terug, van 171 duizend in 2000 naar 93 duizend in 2011, merendeels vrouwen van 55 jaar en ouder. De daling ligt vooral aan de pensionering van weduwen die in 1996 al een AWW-uitkering hadden.

Hoogleraar economie Flip de Kam heeft het rapport op deugdelijkheid getoetst. Hij wijst erop dat het rapport niet ingaat op de noodzaak van een uitkering voor kinderen die beide ouders verliezen. De wezenuitkering is volgens Klijnsma buiten beschouwing gelaten, omdat het haar vooral gaat om de 'activerende uitgangspunten' van de sociale zekerheid.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden