Kleutertoetsen voorbereiding Cito toets

Een toets voor de allerjongsten is op veel basisscholen heel gebruikelijk. Terwijl ze soms nog geen potlood kunnen vasthouden. 'Blijf vertrouwen op je professionaliteit.'

null Beeld

Het wereldje van een kleuter kan door het minste of geringste op zijn kop staan. Valt er een beker om, dan moet hij water drinken in plaats van zijn favoriete yokidrink. Valt het kleintje zelf, op het schoolplein, dan is hij twee uur later nog van slag omdat die knie maar blijft prikken. En valt het haar van de juf ineens heel anders, dan wordt ie al evenzeer afgeleid.

Het hoort er allemaal bij in een kleutergroep. Zolang het kind na elke impuls lekker verder kan spelen in de bouwhoek of de huishoek, is er niets aan de hand. Anders is het als ze daarna een toets moeten maken, want dan kan een klein incident al storend werken bij het invullen van de antwoorden. Terwijl die vergaande gevolgen kunnen hebben.

Kritiek
Hoewel niet verplicht, wordt driekwart van alle kinderen in groep 1 onderworpen aan minstens een van de twee (taal of rekenen) kleutertoetsen van toetsinstituut Cito. In groep 2 moet zelfs 86 procent van de kleintjes eraan geloven. Dat lijkt al bijna niet meer vrijwillig en dat is het ook niet echt: de Onderwijsinspectie gebruikt de toetsen als stok achter de deur. Ze gebruikt de scores om de kwaliteit van een school te bepalen. Liggen die onder de norm, dan kan de school ter verantwoording worden geroepen.

De kritiek op het toetsen van kinderen op de basisschool is inmiddels bekend. Tegenstanders vinden dat er te veel nadruk wordt gelegd op taal en rekenen ten koste van andere, niet-meetbare onderdelen van de ontwikkeling. Daardoor zou de inspectie de sociaal-emotionele kant van het kind negeren, zoals de omgang met klasgenoten, de mate van zelfstandigheid en het voor zichzelf kunnen opkomen.

Een van die critici is kleuterleidsters Frederique Budding (37). Zij neemt in haar groep op een basisschool in Amsterdam twee keer per jaar een toets af. Ze somt de kleine gebeurtenissen op die, voorafgaand aan een toets, afleiding of concentratieverlies kunnen veroorzaken, zoals de omgevallen beker. En er is meer dat kinderen
kan beperken bij het invullen van de vragenlijsten. 'Als een kind nog moeite heeft met het vasthouden en hanteren van een potlood omdat de fijne motoriek nog niet voldoende is ontwikkeld, dan beïnvloedt dat de manier waarop het omgaat met zo'n toetsboekje. Ze moeten het potlood vasthouden, overzicht houden op de bladzijden en die op het juiste moment omslaan en tegelijk goed luisteren naar wat de juf zegt', zegt Budding. 'Het is wel heel veel tegelijk voor een kleuter.'

Een ander probleem is volgens haar de hoge 'taligheid' van de toetsen. Budding mag bij het afnemen van een toets niet afwijken van de formulering van de vraagstelling. 'Maar soms weten kinderen niet wat een bepaald woord betekent en dan mag je het niet uitleggen.

Zo kan het voorkomen dat een kind het antwoord op een vraag wel weet, maar dat het de vraagstelling niet begrijpt.' Volgens Budding komt 30 procent van de kinderen in haar groep niet goed uit de verf bij een toets vanwege een bijkomende beperking. Tegelijk ziet ze dat hoogbegaafde kinderen soms laag scoren, omdat het juiste antwoord op de vraag in hun ogen te simpel is om goed te kunnen zijn.


Momentopname
Bovendien wreekt zich, meer nog dan bij kinderen in de bovenbouw, bij kinderen in de onderbouw het feit dat de toets een momentopname is, zegt Budding. 'Uit onderzoek blijkt dat juist de ontwikkeling van kinderen tussen 4 en 7 jaar heel sprongsgewijs gaat. Waar een kleuter in eerste instantie misschien niet helemaal uit de voeten kan met de inhoud van een toets, kan het best zo zijn dat het kind de toets twee maanden later aanzienlijk beter maakt. Hoeveel gewicht moet je dan als leerkracht en als ouder toekennen aan twee toetsmomenten per jaar?'

'Een toets biedt een objectieve meetlat, maar er moet niet te veel lading aan worden gegeven', zegt Jacqueline Visser, manager basisonderwijs van het Cito. 'Het toetsen is maar een van de middelen om te kijken hoe een kind of een groep het op een bepaald moment doet. Een leerkracht beschikt over een veelheid aan andere informatie om te bepalen waar een kind staat.' Het Cito wil dus allerminst dat kinderen worden vastgepind op een cijfertje - of beter gezegd, een lettertje (de scores lopen van A = zeer goed naar E = zwak). 'Die scores hebben niets meer en niets minder dan een signaleringsfunctie voor leerkrachten', zegt Esther Kuijs, manager Cito Volgsysteem. 'Met zo'n standaardtoets kun je bijvoorbeeld dat ene kind dat bovengemiddeld scoort op een achterstandsschool in de Bijlmer boven water halen.'

Een groep van dertig kleuters is tegenwoordig geen uitzondering meer en dan kun je als leerkracht wel eens iets over het hoofd zien. 'Dan kan zo'n signaleringfunctie handig zijn', beaamt ook Budding. Toch is toetsen minder vrijblijvend dan het lijkt, omdat de leerkracht nog steeds de hete adem van de Inspectie in de nek voelt. Budding: 'De druk van het verantwoorden wordt steeds groter. Als je voor een leerling een jaar kleuterverlenging adviseert omdat het kind qua ontwikkeling nog niet klaar is voor groep 3, dan moet je als leerkracht uitleg geven aan de inspecteur. Je moet aantonen dat je alles hebt gedaan om de prestaties van het kind omhoog te krijgen. Dat leidt vaak tot veel extra werk en een dik dossier over het kind.'

Thermometer
Volgens het Cito moeten scholen en leerkrachten het inspectiebezoek juist positief opvatten. Visser: 'Zie het als een gratis consultatie. De thermometer wordt erin gestoken en je weet waar het goed gaat en waar nog dingen blijven liggen.' Dat er zo veel druk komt te liggen op leerkrachten, komt volgens onderwijsdeskundige Jenneke Kester (53) ook doordat ouders heel graag willen dat hun kind een A of B scoort. 'Ouders vergelijken vaak onderling de resultaten van hun kinderen en als hun kind niet goed scoort, komen ze soms verhaal halen bij de leerkracht.'

Ervaren onderwijzers zullen minder geneigd zijn hierdoor van hun stuk te raken dan minder ervaren leerkrachten, zegt Kester. Haar advies: 'Staar je niet blind op toetsen en blijf vertrouwen op je professionaliteit, op wat je ziet en hoort bij kinderen. Laat een kind daarnaast met kleine voorbeelden zien hoe het vooruit is gegaan. Dat motiveert en stimuleert.' (Tekst Jady Petovic, foto ANP)

De naam van Frederique Budding is vanwege privacyredenen gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden