Kleurige brochures, koloniale beelden: Namibië

OMURAMBA - Inheemse volkeren zijn steeds vaker een 'product' voor touroperators, zoals de Himba in Namibië. Veranderen niet-Westerse culturen door toerisme? En is dat altijd negatief?

Foto's © Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Chief Kapika heeft er geen flauw benul van, maar zijn afgelegen dorp Omuramba zou het uitstekend doen in een reisbrochure. De hutten staan in een goed onderhouden kraal van takken en boomstammen. Het vee is bijeengedreven in het midden - sterk, glanzend rundvee met reusachtige hoorns. Daartussen lopen wat vrouwen. De zon geeft gloed aan hun huid die is ingesmeerd met een mengsel van roodbruine oker en botervet. Hun geitenleren schortjes, hun hoofdtooien, de grote schelpensieraden tussen hun borsten: alles heeft de diepgloeiende kleur van het okermengsel.

Chief Hikuminue Kapika is leider van de Himba, een semi-nomadisch volk van veehouders in het noorden van Namibië. Hij leeft met zijn clan van zijn veestapel die dagelijks naar de graslanden wordt gedreven door een paar jongetjes. Als het geloei is verstomd, vervalt het dorp in een lome rust waarin alleen het gezoem van insecten is te horen.

Raaskallende vrouw
Maar de idylle wordt ruw verstoord tijdens ons bezoek. Uit een van de hutten wankelt een raaskallende vrouw naar buiten in een smerige westerse jurk. Dronken. Ze geeft haar halfvolle bierfles aan een paar kleuters. Niemand die ervan opkijkt, niemand die ingrijpt. Het is tien uur in de ochtend.

Een bezoek aan de Himba is een vast onderdeel van vrijwel elke Namibië-rondreis. 'Maak kennis met een authentieke cultuur', heet het: 'nauwelijks aangetast door westerse invloeden'. Vooral in de dorpen rondom Opuwo, het enige stadje in het Himbagebied, verschijnen wekelijks vakantiegangers die fotograferend tussen de hutten dwalen met hun gids-vertaler. Ze 'betalen' onder meer met voedsel - meel, suiker, zout, olie - en zijn na een uur of anderhalf verdwenen.

Als het aan Werner Remmele van de Himba Trust Germany lag, bleven de pottenkijkers weg. Tot een jaar of vijftien geleden was geld een onbekend verschijnsel bij de Himba, vertelt hij. 'Tegen alle adviezen in geven toeristen naast voedsel ook geld. Niet zelden kopen de Himba daar alcohol voor, een van de grootste bedreigingen voor hun levenswijze zoals ooit voor de indianen in Noord-Amerika.' Zijn organisatie heeft als doel een evenwichtig, traditioneel Himba-leven te bevorderen naast de oprukkende westerse cultuur.

Disney
'Toeristen zien het gebied, misschien onbewust, als een soort real-life-Disney. Ze weten weinig van de cultuur en verstoren de verhoudingen.' De sleutel voor een meer verantwoord toerisme ligt volgens Remmele in eerste instantie bij de bezoekers die 'hun verantwoordelijk moeten nemen'. Daarnaast is onderwijs aan de Himba-kinderen van belang en scholing van de volwassenen, zodat er nuttige dingen kunnen worden gedaan met het toeristengeld.

Er is geen houden aan, meent Remmele: de oude Himbacultuur zal op den duur verdwijnen, en toeristen zijn daar debet aan. Hij laat enige spijt doorklinken. 'Maar een hek eromheen zetten kan niet. Je kunt dus maar beter proberen zo'n proces in goede banen te leiden'.

Sinds inheemse volkeren een aantrekkelijk 'product' zijn voor touroperators, speelt de problematiek rondom de impact van toerisme in meerdere ontwikkelingslanden. Van Nepalese bergvolkeren, indianen in Latijns Amerika, Langnekken in Thailand tot Afrikaanse Bosjesmannen en Maasai: ze staan volop in de belangstelling vanwege hun 'authenticiteit'. Daarmee is de vraag gerezen in hoeverre deze authenticiteit wordt aangetast door vakantievierende vreemdelingen. En of dat erg is.

Harry Wels, antropoloog verbonden aan de VU in Amsterdam, verbaast zich over het gemak waarmee 'Europese, koloniale beelden van inheemse volkeren, worden gepropageerd door de reisbranche'. 'Bosjesmannen in lendedoeken worden in brochures voorgesteld als de good natives die het landschap en de cultuur niet verknallen. Die beelden zijn buitengewoon koloniaal. Er zit veel make belief in: er zijn ook Bosjesmannen die auto rijden.'
In de 19de eeuw, vertelt hij, werd het Europese beeld van de gemeenschappelijk 'ander' gedefinieerd. Dat was gebaseerd op kleding, eten, seksuele moraal en agressie. Het werd een soort karikaturale 'ander'. En die staat tegenwoordig in toeristische brochures. 'Ik heb ernstige twijfels bij die zogenoemde culturele identiteit en zuiverheid; alsof er een soort zuivere identiteit zou bestaan. Cultuur moet leven, cultuur verandert voortdurend.'

Wels' woorden worden treffend geïllustreerd tijdens een bezoek van een groep Europese toeristen met hun vaste gids én met hun lokale gids Konsa Tjiposa (30) aan een Himba-dorp niet ver van Opuwo. De veertien deelnemers hebben hun rondreis geboekt bij een organisatie voor verantwoord toerisme. Konsa's groepen wisselen in grootte en samenstelling: van twee, drie personen tot veertig aan toe: soms is het bezoekerstal groter dan het aantal dorpsbewoners.

Bij elk bezoek ontrolt zich een soort toeristenritueel, ook dit keer. Alleen de vrouwen en meisjes, traditioneel gekleed, verzamelen zich in de schaduw van enkele acacia's. De enige mannen die opduiken dragen kapotte westerse broeken en T-shirts. En zijn stomdronken. Ze worden zorgvuldig uit beeld gehouden door de fotograferende bezoekers, evenals een paar westers geklede meisjes. Toch zijn die meisjes de toekomst van het dorp. Ze zijn de enigen die naar school gaan, waar traditionele kleding is verboden.

Gids Konsa heeft zijn groep gewaarschuwd: 'Geef ze geen geld, ze kopen er geen medicijnen van zoals ze zeggen, alleen bier.' Hij loopt door het dorp als een conservator over een tentoonstelling. 'Schud hier en daar maar wat handen en zeg moro, goeiedag.' Hij tilt een paar haarslierten op en doceert hoe traditionele kapsels worden gemaakt.

Stoïcijns
De Himba-vrouwen blijven er stoïcijns onder, evenals hun dorpsgenote die even later op Konsa's verzoek in een hut toont hoe ze haar lichaam 's ochtends schoonmaakt: ze hurkt neer en schuift een steen met smeulende kruiden onder haar leren schortje. De bezoekers in de nu propvolle hut lachen ongemakkelijk - 'ik geloof niet dat ik 's ochtends pottenkijkers zou willen in de badkamer' - maar maken er geen foto minder om.

Worden hier grenzen overschreden door de bezoekers, of door de Himba? 'Ik weet het niet in dit geval. De Himba hebben niet hetzelfde gênegevoel als westerlingen', zegt Arno Schultz later in Opuwo. De 78-jarige Namibiër heeft jarenlange ervaring als Himbagids. 'Maar de groepen zijn vaak veel te groot. Twintig, dertig man: je kunt ze als gids niet allemaal in de gaten houden. Iedereen denkt dat hij zich alles kan veroorloven.'

Enkele jaren geleden zag Schultz hoe een Europese toeriste opgewonden uit een hut kwam kruipen. Ze had er een bevalling gefotografeerd. 'Met haar unieke foto's werd ze de heldin van haar groep. Alsof de Himba dieren zijn.' Sindsdien neemt hij niet meer dan zes, zeven mensen mee.

Gidsen zondigen vaak tegen hun eigen gedragsregels in de hoop op een goede fooi, zegt Schultz. Konsa is er zo een. Als zijn groep is uitgescharreld tussen de hutten, zegt hij: 'Ze kunnen mooi zingen en dansen, maar dan moet je ze eerst wat papiergeld geven.' Even later gaat een groot deel van de vrouwen op in een wilde kringdans. Armen, handen, haren, borsten; alles beweegt. En alles wordt vastgelegd. Van de veertien bezoekers hebben er drie een filmcamera, de rest maakt foto's. Het stoffige mandje tussen de dansende vrouwen is snel gevuld met bankbiljetten.

Onderschat
'De kwetsbaarheid van inheemse culturen wordt vaak onderschat', meent Niek Beunders, voorheen hoogleraar duurzaam toerisme aan de NHTV, de hogeschool voor toerisme in Breda. 'Die volkeren hebben nooit gereisd. Ze hebben nooit geleerd hoe andere culturen in elkaar zitten. Er wordt verondersteld dat ze weten wat dienstverlening is, dat ze hun eigen voorwaarden kunnen stellen voor de ontvangst van toeristen, maar daarvoor moet je crosscultureel kunnen denken. Dat kunnen ze vaak niet.'
Himba-chief Kapika illustreert Beunders' uitspraak met zijn visie op toerisme. Gevraagd naar wat toeristen eigenlijk zijn, antwoordt 'Dat zijn blanken die foto's maken. Ik denk dat ze geld verdienen met die foto's, anders zouden ze wel thuisblijven.'

Maar thuisblijven doen ze niet zoals de afgelopen decennia hebben laten zien. Backpackers en later de massa's wisten de kleurrijke, fotogenieke volkeren vanaf halverwege de jaren tachtig op eigen kracht te vinden. De inkomsten kwamen eerst hoofdzakelijk terecht bij (westerse) touroperators en lodge-eigenaren. Het was om die reden dat ontwikkelingsorganisaties midden jaren negentig schoorvoetend gingen onderzoeken of toerisme ook voordelen had voor de volkeren zelf.

'Dat ging in het begin met enige tegenzin', zegt John Hummel, die diverse toeristische projecten opzette voor de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV. 'Aanvankelijk waren tegenargumenten dat toerisme te commercieel zou zijn en zou thuishoren in de private sector. Nu zijn dit soms argumenten om wél te kijken naar de mogelijkheden. Als toerisme verantwoord wordt uitgevoerd, kan het een instrument zijn voor armoedebestrijding. Het trekt ook andere ontwikkelingen aan, zoals verbetering van de infrastructuur en de watervoorziening. Soms krijgt een gebied door toerisme meer aandacht van de eigen overheid.'

In Tanzania werden eind jaren negentig de eerste, kleinschalige projecten opgezet met Maasai: wandelingen met Maasaigidsen, een campinkje, uitleg door dorpsbewoners zelf. Van het verdiende geld werd een school gebouwd.

Inmiddels werkt SNV in 25 landen aan toeristische projecten. Ook andere ontwikkelingsorganisaties en overheden werken aan community based tourism met inheemse volkeren, met als doel de voordelen te benutten en de nadelen, zoals aantasting van de cultuur, te beperken.

Invloeden 'van buiten' - goed of slecht - kunnen niet alleen aan toerisme worden toegeschreven, meent Hummel. 'Steeds meer kinderen gaan naar school en komen zo in contact met een andere wereld. Op veel plaatsen, hoe arm ook, hebben ze televisie, dat zie je veel in Nepal waar ze kijken naar Indiase soaps.' Migratie en militaire dienstplicht dragen ook bij aan een veranderend cultuurpatroon.

Inheemse volkeren zijn volgens Hummel meestal goed in staat aan te geven waar de grenzen liggen wat betreft de authenticiteit van hun cultuur. 'Is het erg als ze voor toeristen dansen wanneer ze dat bijvoorbeeld ook zouden doen voor lokale bezoekers? Het kan hun culturele identiteit versterken, als ze maar de gelegenheid krijgen zelf de keuze te maken. Ze moeten dan wel voldoende informatie hebben natuurlijk, waarmee ze verantwoord moeten omgaan.'

Ook aan chief Kapika is de moderne tijd niet voorbij gegaan hoewel hij regulier onderwijs voor de kinderen nog altijd afwijst: 'Na school gaan ze veel geld verdienen in de stad. Wij, hier in het dorp, zien daar nooit iets van terug'.

In de schaduw van een boom werpt hij een vluchtige blik op de door ons meegebrachte geschenken - meel, olie, zout en lucifers - en stelt vast dat er geen geld bij is. 'U moet geld geven! Wij zijn arm. We wonen in eenvoudige hutten en we hebben honger.' Kapika kent de gevoeligheden van blanke bezoekers: de woorden 'honger' en 'armoede' willen weleens portemonnees tevoorschijn toveren.

Maar de vrouwen zijn weldoorvoede vrouwen, de kinderen zijn vrolijke kinderen. Kapika's familievermogen wordt geschat op zo'n duizend koeien en een paar honderd geiten - hij is schatrijk naar Himbabegrippen.

Hoewel hijzelf noch iemand uit zijn dorp de kunst van het autorijden verstaat, is de chief dezer dagen in onderhandeling over de aanschaf van een tweedehands terreinwagen. De autoverkoopster zit het psychologische, soms woordenloze proces van loven en bieden al dagenlang uit onder een boom. Kapika's bod staat op 27 koeien, haar tegenbod op 35.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden