Kleur achter de kassa

Van heinde en verre komen allochtonen naar de Edah-supermarkt in de Bijlmermeer voor hun aankopen. 'Als u in het buitenland woonde en er een winkel was waar u haring kon kopen, ging u daar toch ook naar toe', luidt de succesformule van de bedrijfsleider Miguel Pericas....

'Hello, Pampers?' Geconcentreerd op het bijvullen van het vak met kleine pakjes soep, kijk ik op en schrik van het zwarte gezicht vlak bij mij, met de ondoorzichtige zwarte zonnebril en de goudomrande tanden. Achter de vraagsteller staat een tweede zwarte man, wel twee meter lang, in zwart leer. Zijn ogen zoeken de rekken af. Pampers, twaalf tot 25 kilo luidt de vraag, in het Engels. Ik haal opgelucht adem en loop voor hen uit naar het vak waar de papieren luiers liggen opgestapeld voor peuters tussen de 12 en 25 kilo.

Danny Bet (27), cheffin Droge Kruideniers Waren (DKW), is in dat pad van de supermarkt iets aan het bijvullen en ziet ons aankomen. Schrik jij nou niet, als er plotseling twee van die zwarte kleerkasten voor je staan, vraag ik. 'Nee' zegt Danny. 'We verkopen alles wat ze hier verwachten te vinden en we zijn vriendelijk, dus ze hebben geen reden om kwaad te worden.'

De Ghanese heren staan inmiddels bij de kassa, grote pakken met plaatjes van roze baby's tegen de borst geklemd.

De cheffin DKW, klein en blank, glimlacht tegen mij, de verslaggeefster die voor een week bij het personeel van de supermarkt Edah aan het Bijlmerplein hoort. Danny heeft een vanzelfsprekend gezag. Ze is tien jaar geleden bij deze supermarkt begonnen als vakkenvulster. 'Ik ben in de Bijlmer opgegroeid', zegt ze. 'Ik woon hier al 26 jaar, ik ben niet anders gewend. Als klein kind wist ik al niet anders dan dat de mensen om je heen allerlei kleuren hebben.'

Danny Bet woont en werkt in de Bijlmer. Zij is een uitzondering: de mensen die in de Bijlmer werken, wonen elders en degenen die er wonen, hebben meestal geen werk.

Iedere ochtend om half negen spuwt de metro op station Bijlmer een stoet blank kantoor- en winkelpersoneel uit. De zwarte straatvegers zijn de eerste wijkbewoners die de witte werkers tegenkomen. De blanken uit de metro gaan via de personeelsingang de winkels en kantoren binnen, de veelkleurige klantenkring komt vanaf negen uur door de voordeur. Achter de kassa's, loketten en toonbanken van winkelcentrum Amsterdamse Poort, rond het Bijlmerplein, treffen de bewoners van de wijk opmerkelijk weinig gezichten van hun eigen kleur aan.

De eerste winkel waar je komende van metrostation Bijlmer tegenaan loopt is Zeeman. Niet gehinderd door een etalage kijkt de bezoeker al vanaf de straat het volledig blanke personeel in het gezicht. Een van de vier vrouwen die de wacht houden bij het labyrint van kijk- en grijpbakken vol textielblijkt van dichtbij gezien Aziatische ogen te hebben. 'Wij voldoen aan het wettelijk vereiste percentage van allochtone werknemers', zegt bedrijfsleider Astrid Robles. 'Drie van de twaalf zijn allochtoon.' Is dat niet een beetje weinig voor een buurt waar tachtig procent van de bewoners gekleurd is en het merendeel werkloos? Robles trekt haar wenkbrauwen op. 'Zij solliciteren niet. We hebben pas nog geadverteerd met vacatures voor weekendkrachten. Daar komen wel een paar mensen uit de Bijlmer op af, maar nooit het percentage dat je zou verwachten.'

Bij Meester, slagerij annex eetsalon, is ook het voltallige personeel achter de vleeswaren wit. Een van de verkoopsters is allochtoon, zegt Robert Meester, 'maar ik durf er wat onder te verwedden dat u niet kan zien wie.' Inderdaad: het meisje van Marokkaanse komaf is lelieblank, met een kortgeknipt kapsel en Hollandse tongval. Haar 17 collega's zijn allemaal van Neêrlands bloed.

Bij de Hema zijn op maandagmiddag twintig witte en vijf bruine personeelsleden zichtbaar aanwezig in de winkel, bij Albert Heijn tellen we elf blanken en drie gekleurden.

Bij Blokker, net als Zeeman bevolkt door vrouwen, zit een Creoolse achter de kassa naast de ingang en komen direct daarachter een paar jonge Hindoestaanse verkoopsters in het zicht. Hier is in een oogopslag duidelijk dat je welkom bent, met een donkere huid. Er blijken dan ook veel buurtbewoners langs te komen die werk zoeken. Filiaalchef Yvonne Verkerk: 'Er is zoveel aanloop dat ik niet hoef te adverteren. Ik vraag de mensen om een paar gegevens over zichzelf op papier te zetten. Een echte brief hoeft het niet te zijn, alleen leeftijd en werkervaring, en hoeveel uren ze willen werken. Zodra ik mensen nodig heb, ga ik aan de hand van die briefjes bellen.' Ze schat de verhouding autochtoon-allochtoon op half om half en als ze de lijst naloopt blijkt dat ook zo te zijn. 'Zestien donkere dames, van verschillende nationaliteiten, en zestien Nederlandse.'

Een echte afspiegeling van de bevolking van de Bijlmer blijkt alleen bij snackbar McDonalds en de Edah-supermarkt te vinden. Hoe komt dat? Bij McDonalds door het beleid van het concern, bij Edah door de Spanjaard Miguel Pericas (52), sinds zeven jaar bedrijfsleider van het filiaal aan het Bijlmerplein. 'Met een andere filiaalchef zouden hier niet zoveel verschillende nationaliteiten gewerkt hebben', zegt zijn baas, hoofdgroepmanager Groenendijk. 'We zijn er blij mee, want het werkt door naar andere filialen. Neefjes en nichtjes horen dat het leuk werken is bij Edah en solliciteren.'

Ook het feit dat de winkel heel veel soorten rijst verkoopt en tropische groenten, stimuleert het solliciteren van allochtonen. Het experiment met exotische groenten en kruidenierswaren waar Pericas ('Je moet verkopen wat de mensen vragen') zijn directeuren toe overhaalde, bleek al snel winstgevend. Dat speciale assortiment wordt nu verkocht in zestig van de 280 filialen. Groenendijk: 'Zo'n experiment is riskant voor een groot bedrijf, met een centrale inkoop. Maar Pericas is een Catalaan, dat wil zeggen: een doordouwer. Hij heeft ons overtuigd.'

Pericas: 'Als u in het buitenland woonde en er was één winkel waar u zoute haring kon kopen en drop, dan ging u daar toch ook naar toe? Zo eenvoudig is dat.'

Zaterdag is het de hele dag feest op de groentenafdeling. Mensen komen van heinde en verre omdat de vers aangevoerde spullen van volle grond uit Zuid-Amerika en Thailand smaakvoller zijn dan de tropische groenten uit de Hollandse kassen. De chef groenten, voor iedereen 'Piet', krijgt potten zelfgemaakte chutney en soep aangereikt en kent het Surinaamse kookboek uit zijn hoofd.

Tachtig procent van het personeel in het Edah-filiaal aan het Bijlmerplein is allochtoon. Bosnegers en Hindoestanen meegerekend - beiden via Suriname naar Nederland gekomen, maar eigenlijk Afrikaans en Indiaas - werken er twintig nationaliteiten. Allemaal in vaste dienst, aan uitzendkrachten doet Pericas niet. Ten eerste omdat iedereen die in een team werkt, de bijbehorende rechten moet hebben, zegt hij, ook studenten die het werk alleen op zaterdag of op koopavond doen. En ten tweede omdat het op den duur goedkoper is dan telkens een percentage aan een uitzendbureau betalen. Het personeelsverloop is daarom ook gering.

Nederlands spreken is een voorwaarde om aangenomen te worden, maar een zwaar accent mag en een beperkte woordenschat ook. De bedrijfsleider, 22 jaar geleden naar Nederland gekomen omdat zijn Hollandse vrouw het niet uithield in Barcelona, weet uit ervaring hoe het is om op grond van een buitenlands accent afgewezen te worden.

'Waar staat het zout?' kan een buitenlander al snel beantwoorden. En als een klant een zilverpoetsdoek vraagt? 'Dan zeg je nooit: dat weet ik niet, maar altijd: loopt u even mee. En dan loop je naar een collega die alle woorden kent.' Op dezelfde manier doe ik het als nieuweling die nog niet weet waar alles staat. Het werkt perfect.

In de kantine pauzeren de werknemers rond een grote tafel. Daar wordt uitsluitend Nederlands gesproken. Pericas: 'Toen ik hier begon zaten er allemaal aparte groepjes in hun eigen taal te praten. Daar heb ik meteen een eind aan gemaakt. Ik praat zelf ook graag Spaans heb ik gezegd, maar dat doe ik in mijn vrije tijd.' Hij houdt streng de hand aan die regel. 'Ik kan dat doen. Als een Hollander zegt: ''We praten hier alleen Nederlands'' is het discriminatie. Als ik het zeg is het regel.'

Tegen klanten mag wel in de eigen taal gesproken worden. Als ik er niet achter kom over welke tomaten een oude Turkse vrouw het heeft, moet ik vragen of Mircam even achter de kassa vandaan komt om te vertalen. In de kantine blijkt later dat Mircam (20) niet Turks is maar Syrisch. 'De meesten denken hier dat ik Turks ben, omdat ik de taal versta en een beetje spreek.' De familie heeft gezworven. 'Wij zijn christenen, daarom werden wij vervolgd.' De Hollander Dennis, naast haar, begint te grinniken. 'Lach niet, jij', zegt ze, met een duwtje tegen zijn arm en praat verder met de Hindoestaan Madjoe (19) die op ieder gebied leergierig is. Was je niet boos op Dennis, vraag ik later. Nee, antwoordt ze verbaasd. 'Lach niet jij, dat zeggen we vaak. We maken altijd grappen met elkaar.'

Maar er viel toch niets te lachen, nu? 'Dat is waar, er valt niks te lachen. Maar bijna iedereen heeft hier zijn eigen verhaal over waar je vandaan komt en waarom, dus dat is gewoon.'

Sabina (26), rond, bruin en hartelijk, vult in razendsnel tempo de gang met chips en zoutjes waarvoor ze de verantwoordelijkheid heeft en posteert zich dan met de handen op de heupen om te vertellen dat dit haar zesde baan is, maar wèl de eerste waar ze het uithoudt. Voor de cheffin in het vorige bedrijf waar ze werkte, was ze ronduit bang. 'Als ik alleen al haar jas zag hangen, in de garderobe, wou ik gelijk weer naar huis.' Ze heeft haar opleiding voor winkelwerk gehad van het arbeidsbureau, ze heeft er toch voor geleerd en moeite voor gedaan, 'maar ik begon echt te denken dat het nooit zou lukken. Omdat ik buitenlander ben, willen ze me nergens, ga je dan denken.'

Nu is haar enige zorg de ramadan, die zaterdag begint. Zij, Hindoestaanse uit Suriname en haar man, Pakistaan, leven volgens de regels van de islam. Niet het vasten van zonsopgang tot zonsondergang boezemt haar zorg in, maar de onthouding. 'Ik mag geen mannen aanraken, de hele maand van de ramadan. Dat zal moeilijk zijn, hier op het werk. We zitten altijd grappen te maken. Dan geef je zonder dat je het merkt een collega een duwtje of je pakt hem bij zijn arm. Dat mag ik dan dus niet.'

Elders in het concern hebben ze opmerkelijk veel ziekmeldingen aan het eind van de ramadan, maar niet op het Bijlmerplein. 'Dat probleem hebben we getackeld', zegt Pericas. 'Ik zorg gewoon dat ze een paar dagen vrij hebben aan het eind van de vasten. Dan komen ze weer op het werk als ze bijgegeten hebben. Een kwestie van inroosteren.'

Roosters maken is toch al een puzzel, met 22 fulltimers en 27 parttimers die allemaal hun specifieke wensen hebben. 'Daar kunnen die paar dagen aan het eind van de islamitische vasten ook nog wel bij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden