Kleintjes in EU vrezen tweedevioolpartij

Kleine landen hebben lange tenen. Die wetenschap lapte de Duitse eurocommissaris Günter Verheugen aan zijn laars, toen hij afgelopen week wat ideeën ventileerde om de Europese Commissie slagvaardiger te maken....

Volgens Verheugen zouden de kleine EU-landen in de toekomst niet meer een volwaardige post in de Europese Commissie moeten krijgen. In plaats daarvan zouden zij genoegen moeten nemen met de positie van vice-commissaris. Op die manier zou de Commissie kleiner worden en beter kunnen functioneren.

Alle EU-landen, groot of klein, hebben het recht één landgenoot af te vaardigen naar de Commissie. Als gevolg daarvan is de Commissie na de toetreding van Roemenië en Bulgarije uitgedijd tot 27 leden, die natuurlijk allemaal iets te doen moeten hebben.

Maar wat? Dat wordt een steeds lastiger kwestie. Bij de laatste uitbreidingsronde werd de Roemeense kandidaat afgescheept met de portefeuille ‘meertaligheid’. Daarmee is hij de chef geworden van een heel leger van vertalers en tolken, maar verder heeft de portefeuille weinig om het lijf. Volgens Verheugen kunnen de representanten van kleine landen beter meewerken op belangrijke beleidsterreinen, maar dan als een soort plaatsvervangend commissaris.

Het is wel begrijpelijk dat de grote landen er moeite mee hebben dat de kleintjes in de Commissie net zo zwaar meetellen als zij. Uiteindelijk telt Duitsland ruim tweehonderd maal zoveel inwoners als Malta, het kleinste EU-landje. Daar staat tegenover dat landen als Duitsland en Groot-Brittannië meer afgevaardigden hebben in het europarlement. Ook weegt hun stem zwaarder in de Raad, de vergadering van de EU-landen.

Het voorstel van Verheugen druist overigens in tegen de regeling die de EU-landen hebben afgesproken in de halfdode Europese Grondwet, die Duitsland nu weer tot leven probeert te wekken. De bedoeling is dat de Commissie na 2014 wordt afgeslankt. Maar de kleintjes hebben wel voor elkaar gekregen dat zij niet buiten spel komen te staan: de zetels worden per toerbeurt toegewezen.

Verheugen werd meteen op de vingers getikt door zijn Poolse collega, Danuta Hübner. Zij vindt het ‘onaanvaardbaar’ dat de afgevaardigden uit de kleine lidstaten voortaan genoegen zouden moeten nemen met een tweederangs positie. Maar Hübner is wel voor een andere manier om de Commissie af te slanken. Volgens haar zou de voorzitter van de Commissie voortaan door het Europees Parlement moeten worden aangewezen. Deze voorzitter zou dan vervolgens zijn of haar eigen ploeg moeten samenstellen. Nu wijzen de lidstaten zelf nog hun kandidaten voor de Commissie aan.

Ook de Franse presidentskandidaat Nicolas Sarkozy heeft dat idee al geopperd. Een voordeel is dat de Commissie daarmee een sterkere politieke basis krijgt dan nu het geval is, doordat de voorzitter de rugdekking heeft van de Europese volksvertegenwoordigers. Maar het is zeer de vraag of het voorstel haalbaar is in het tamelijk eurosceptische klimaat dat in de Europese Unie heerst.

Vooral voor de kleine landen is het niet erg aantrekkelijk, omdat ze vrijwel geen zetels hebben in het europarlement en dus nauwelijks invloed hebben op de keuze van de Commissievoorzitter. Maar ook voor de eurosceptische landen, Groot-Brittannië voorop, is het weinig aanlokkelijk, omdat het gevaar bestaat dat de Commissie zich dan meer en meer een Europese regering begint te voelen.

Wat dat betreft zijn de Britse tenen weer heel erg lang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden