Column

Kleinschalige opvang is risico voor boeman Dijkhoff

Onlangs voerde Anneke Stoffelen, verslaggeefster van de Volkskrant, Simone Kennedy op in deze krant. Kennedy is raadslid voor de ChristenUnie in Amersfoort. Geregeld bezoekt ze asielzoekers in noodopvanglocaties om ze bemoedigend toe te spreken en om te kijken of het nog een beetje uit te houden is, in zo'n kamp.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Preciezer: ze probeert ze te bezoeken. Steeds vaker stuit ze op een dichte deur of gesloten slagboom, omdat het vrijwilligers almaar lastiger wordt gemaakt om de terreinen met tijdelijke huisvesting op te komen. Vanwege de veiligheid, zegt het COA.

Kwade opzet, vermoedt Kennedy. Want stel je voor dat het te gezellig zou worden in de opvang. Of dat de tijdelijke bewoners zich zouden verbeelden dat ze een aanvang kunnen maken met hun integratie door nieuwe vriendschappen te sluiten of alvast de taal te leren.

Ook voorstellen om het wachtende leven enigszins te verlichten door eigen initiatief te stimuleren - geef ze wat leefgeld, laat ze zelf koken, het is nog goedkoper ook dan catering en troep uit de magnetron - stuitten op onoverkomelijke bezwaren van de opvangende instanties. Wanneer dingen die goedkoper of zelfs gratis zijn van de hand worden gewezen, moet er meer aan de hand zijn, daar heeft Kennedy een punt te pakken. Dan is er niet meer enkel sprake van overmacht en een tekort aan fatsoenlijke opvangplekken wegens een teveel aan piemelroepers, maar misschien ook, stilletjes, van een een actief ontmoedigingsbeleid.

Zoiets is begrijpelijk, vanuit het kabinet bezien. Voor je het weet bereiken de berichten over karaokeavonden en wilde stamppotfeesten in het kamp sub-Sahara Afrika en stappen ze daar met z'n allen op een vlot om koers te zetten naar het noorden.

Wat ze in Den Haag 'sobere opvang' noemen en wat in de praktijk neerkomt op grenzeloze verveling onder klapperend tentzeil en vies kantinevoer, dient dus een politiek-strategisch doel, maar heeft ook echte consequenties voor echte mensen. Kinderombudsman Dullaert (de oude, die weg moet) schreef op welke: er groeit een verloren generatie asielkinderen op in noodopvanglocaties. Ze wachten en wachten, ze hangen rond, ze kunnen amper sporten, spelen of rustig huiswerk maken, ze moeten om de haverklap verhuizen, steeds weer naar een andere school, met andere kinderen. Sommige kinderen verhuizen zeven tot acht keer in een paar maanden tijd. Ze lopen een achterstand op die ze niet meer inhalen. Dullaert turfde zo'n 3.500 kinderen die in deze toestand leven in een beschaafd, westers land.

Het begrip 'kleinschalige opvang' is de laatste weken in de beeldvorming uitgegroeid tot een wondermedicijn tegen alle kwalen van de grote kampen, het welzijn van de kinderen incluis. De argumenten vóór klinken dan ook fantastisch: betere integratie, grotere zelfstandigheid, een gemeenschap die 'met de armen om de vluchtelingen heen gaat staan'.

Ze klinken ook als de nachtmerrie van een kabinet: voor je het weet, heb je in elk dorp en in elke stad huizen vol uitgeprocedeerden waar de gemeenschap volhardend 'met de armen omheen' blijft staan. En mag Klaas Dijkhoff de boeman uithangen in een televisietalkshow op de late avond aan een tafel vol knuffeluitgeprocedeerden.

Het is een risico. En het is geen enkel excuus om asielkinderen onder zulke schandalige omstandigheden op te vangen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden