Kleinkinderen van Ulrike Meinhof

De realo's, autonomen en militanten in Duitsland roeren zich weer. Het transport van radioactief afval naar Gorleben ontaardde in een veldslag....

FRED DE VRIES

Dreunende hiphop en harde punk wisselden elkaar af. Bijna vijftienduizend jongeren waren naar de Kollwitzplatz in het voormalige Oost-Berlijn gekomen voor de jaarlijkse 1-mei-viering. Het bekende scala aan militante groeperingen, van maoïsten tot Koerden en autonomen, had hen daartoe opgeroepen via opruiende pamfletten in de overtreffende trap. Er hing iets in de lucht. De beeltenis van een jonge stenengooier op de affiches was nog tot daaraan toe. Maar het profiel van een gemaskerd IRA-lid met machinegeweer werd zelfs in militante kringen met een frons ontvangen.

De jongeren op de Kollwitzplatz hadden lak aan die scepsis. 'Jetzt geht's los' brulden ze, en trakteerden de politie haast opgetogen op een regen van stenen en flessen. De veldslag duurde uren. Het eindresultaat: uitgebrande auto's, veertig arrestaties en vele gewonden.

Tot zover niets bijzonders. Zo gaat het er in Berlijn ieder jaar aan toe op de Dag van de Arbeid. Rituele rellen, schamperen pers en publiek. Maar dit jaar was het anders. 'Ik was er beroepshalve heengegaan', zegt Christian Semler, politiek redacteur van de linkse Berlijnse krant Die Tageszeitung. 'Mijn eerste indruk was: wat zijn ze verdomd jong! Ik was omringd door 15- en 16-jarigen. Er waren geen slogans, geen spandoeken. Alleen het gevecht. En de politie was ook heel happig op een confrontatie.'

De beelden van de rellen gaven eveneens stof tot nadenken. Veel van de jonge stenengooiers hadden niet eens de moeite genomen bivakmutsen op te zetten om herkenning te voorkomen. Het ging hier om een nieuwe generatie relschoppers, onervaren maar niet bang en heel enthousiast.

De sfeer was al gespannen de avond ervoor, tijdens de traditionele Walpurgisnacht, een heksenfeest dat gepaard hoort te gaan met grote vreugdevuren en wilde dansen. Maar dit jaar werd de Walpurgisnacht ontsierd door opstootjes en barricades. 'Het was een feest zonder vreugde', zegt Semler. Jongeren trokken door de wijken en ramden auto's in elkaar en gooiden de ruiten in van commerciële galerieën.

De volgende dag werd de sfeer alleen maar grimmiger. 'Een SPD-activiste was bezig met een toespraak', vertelt Semler. 'En plotseling stond een tiener, een van de weinigen die nog luisterden, op en schreeuwde: stop met je lesbische gelul. We zijn niet allemaal zoals jij. Dat bewees voor mij hoe extreem gedepolitiseerd het protest is geworden.'

De 57-jarige Semler wordt er mismoedig van. Hij begrijpt de jeugd niet meer. De omgeving strooit nog wat nostalgisch zout in de wonde. We treffen elkaar in het Rudi Dutschke Haus, vernoemd naar de inmiddels overleden studentenleider die eind jaren zestig in Berlijn honderdduizenden hoogst gemotiveerde en gepolitiseerde mensen op de been bracht. Op een steenworp afstand staat het wachthuisje van Checkpoint Charlie, na de val van de Muur opgevrolijkt met een gouden versie van het Amerikaanse Vrijheidsbeeld, symbool voor de overwinning van het liberalisme op het communisme. 'Er is geen ontkomen meer aan die golf van neo-liberalisme', sombert Semler.

Hij was erbij toen Dutschke in Berlijn de na-oorlogse linkse tegenbeweging in 1967 richting gaf. Vervolgens heeft hij de opkomst en ondergang van de stadsguerrilla van de Rote Armee Fraktion (RAF) en de Berlijnse Beweging van de Tweede Juni meegemaakt. En in de jaren tachtig zag hij hoe de kraakbeweging nieuw elan aan het links verzet gaf, en de autonomen de revolutie weer hoog in het vaandel voerden. Het heeft niet mogen baten. 'Al gooien die jongeren nog zo hard met stenen, ook de idylle van Kreuzberg bestaat niet meer', zegt de journalist.

Kreuzberg was tot 1990 het epicentrum van de Berlijns kraakbeweging. Het is een grauwe arbeiderswijk uit de vorige eeuw, waar reeds in de jaren dertig veldslagen woedden tussen radicale vakbondsleden en politie. Na de bouw van de Muur in 1961 vestigden zich hier Turkse gastarbeiders, en begin jaren tachtig bezetten militante jongeren (veelal naar Berlijn gekomen om militaire dienst in West-Duitsland te ontlopen) leegstaande panden.

Op het hoogtepunt van de beweging waren 168 huizen bezet. Militante krakers noemden zich autonomen, een modern soort anarchisten. Ze waren bereid met straatgeweld het systeem te bestrijden. Het leverde beelden op van een aaneengesloten massa zwarte leren jacks, bivakmutsen en stenen, tegenover rijen schilden, helmen en knuppels.

Anno 1996 is Kreuzberg een rustige alternatieve wijk met een yuppie-geur. Alle beruchte kraakpanden van weleer zijn legaal. Zelfs het actiecentrum Mehringhof maakt een dikbuikige indruk. Dertigers en veertigers in obligate crisiskledij lopen er nog steeds rond om acties te organiseren. Protest tegen het geplande bezoek van de paus staat op de agenda. Maar de activiteiten lijken eerder bedoeld om de patiënt in leven te houden dan dat er sprake is van vitaal verzet tegen de Duitse staat.

Natuurlijk hebben de krakers ook wel een beetje gewonnen. Kreuzberg is nu van hen en van de Turken. De wijk kent naast de honderden kebab-zaken een ongekende diversiteit aan cafés, clubs, bioscopen, galerieën. Alles kan hier. Zelfs in een doodgewone pizzeria kijkt niemand nog op van een travestiet met oranje haar en plateauzolen. De muren staan vol poëtische of opruiende graffiti, of zijn in dikke lagen behangen met posters van Turkse stalinisten, teksten ter nagedachtenis aan Ulrike Meinhof die twintig jaar geleden dood in haar cel werd aangetroffen, en aankondigingen van bands en underground films.

Wil je in het vermaarde SO 36 de Amerikaanse punkgroep Youth Brigade zien? Geen probleem. Voor je het weet, sta je tussen een paar honderd Berlijnse hanekammen en skinheads en mag je ook de Kreuzberger band Terrorgruppe bewonderen. Alleen, zo'n avondje punkrock kost je wel ruim twintig mark aan entreegeld, en je betaalt bijna vier mark voor je biertje. Genieten van de zwaar bevochten vrijheid in Kreuzberg is duur. De idylle van een revolutionair Kreuzberg bestaat niet meer. Semler heeft gelijk.

Maar juist vanwege die vervlogen idylle is de onafhankelijke geest, zodra de Muur in 1989 viel, de grens overgestruikeld, Oost-Berlijn binnen. Een nieuwe generatie krakers stak de middelvinger op naar de yuppen-bourgeoisie van Kreuzberg. Het bleek in Oost-Berlijn te barsten van de leegstaande huizen. De Oostduitse politie zag de invasie met lede ogen aan, maar stak geen wapenstok uit. Binnen een half jaar waren ook hier 120 panden gekraakt.

De erfenis van Kreuzberg wordt hier nu in ere gehouden door de realo's, de autonomen en de militanten. Een van hen zit nu zelfs voor de PDS (de voormalige Oostduitse communistische partij) in de gemeenteraad. Stuk voor stuk zetten ze zich af tegen de staat. En stuk voor stuk hebben ze zich verdiept in het werk van Ulrike Meinhof. 'Er waren in Berlijn 1500 mensen bij de herdenking van Meinhof. Er is een mythe ontstaan rond haar persoon', zegt Semler, die als voormalig maoïst destijds niets van de RAF moest hebben. 'En de regering heeft door haar hardnekkige zwijgen over die periode van terrorisme in de jaren zeventig alleen maar meegeholpen die mythe te versterken.'

Heiko (30) behoort tot de nieuwe generatie krakers. Hij woont in een pand in de Tucholskystraat, in Mitte, het oude Oostberlijnse centrum, waar de kogelgaten uit de Tweede Wereldoorlog toeristen aangapen, en andersom. 'Mensen als Ulrike Meinhof maakten de weg vrij voor werkelijke verandering', zegt hij. 'Ze braken de eerste muur af, die van de naoorlogs levensstijl, die van het verleden vergeten en alleen maar werken, werken, werken. Maar haar visie van een revolutie door het creëren van een politiestaat is al lang achterhaald.'

Vlakbij de Tucholskystraat stampen bouwvakkers nieuwe kantoor-, winkel- en overheidskolossen uit de grond die het loodzware Berlijnse verleden weer een beetje moeten uitgummen, en die van Berlijn een ware hoofdstad moeten maken. De strijd om de ruimte tussen de tegencultuur en de gevestigde orde zal hier in de nabije toekomst ongetwijfeld verhevigen. Aan de kop van de Oranienburgerstraat staat Tacheles, een gigantisch half uitgebrand, in felle kleuren beschilderd pand uit 1907 dat is ingenomen door kunstenaars en dat symbool is voor de geest van ludiek anarchisme dat de krakers naar deze wijk hebben gebracht.

Heiko's pand uit de vorige eeuw wordt bewoond door vijftien jongeren, allemaal 'Wessies'. De gemiddelde leeftijd ligt rond de 25 jaar. Ze kwamen hier in 1990. 'We voelden ons alsof we buitenlands grondgebied bezetten. We zochten een plek om goedkoop te kunnen wonen, waar we op onze eigen manier konden leven. Kreuzberg zat helemaal vast. We zochten naar een levensstijl met meer betekenis dan het gewone studentenleven, een soort commune.'

De regering van het inmiddels verenigde Duitsland raakte verontrust over die tweede invasie van jonge idealisten en activisten. Ze vreesde voor een nieuw Kreuzberg. In juni 1990 introduceerde ze ook voor Oost-Berljn een wet die inield dat panden die na die datum gekraakt werden, binnen 24 uur zouden worden ontruimd. En, vond het stadsbestuur, de dertien huizen aan de Mainzerstraat moesten meteen maar worden ontruimd, ook al waren die voor juni gekraakt.

Mainzerstraat zat vol harde autonomen. Heiko: 'Zij wilden hier het lont in het vat van de revolutie zijn. De overheid was bang voor een oncontroleerbaar aaneengesloten blok militante huizen zoals je ook in Hamburg hebt.' De veldslag van november 1990, de heftigste sinds 1981, duurde enkele dagen. Een kraker werd in zijn been geschoten. Bezetters bekogelden de politie met betonblokken. 'Ik ben nog steeds verbaasd dat er geen doden zijn gevallen', zegt Heiko.

De Groenen trokken zich uit protest tegen het politiegeweld terug uit de regering van Berijn. Maar de angel was uit het verzet. De militanten verspreidden zich. Andere panden kozen eieren voor hun geld en gingen onderhandelingen aan met het stadsbestuur. 'De realo's wonnen', zegt Heiko tevreden. De bewoners van zijn pand kregen in juni 1991 een officieel huurcontract. Ze betalen nu ieder vijftig mark huur per maand.

In de Grote Revolutie en internationalisme geloven ze in dit pand al lang niet meer. 'Die ideeën over alomvattende hervormingen van de staat verdwijnen', zegt Heiko. 'De regering is toch sterker', zegt huisgenoot Flori (28). 'Ik lees geen kranten meer, want daar word je alleen maar verdrietig van', zegt Cindy (23). Het oude krakersuniform van zwart, zwart en nog eens zwart is hier verdwenen. De existentiële angst waar Berlijnse jongeren in de jaren negentig om bekend stonden, is ook weg. Er wordt weer gelachen. Maar de afschuw voor alles wat riekt naar de staat is gebleven. Alleen de vorm van verzet is veranderd.

'Wij proberen de autoriteiten zoveel mogelijk te ontwijken, zorgen dat je geen doelwit wordt', zegt Heiko. 'Ik doe bijvoorbeeld niet mee aan rellen. Je maakt jezelf daarmee alleen maar tot slachtoffer. Maar verzet zoals in Gorleben heeft wel zin. Je moet zorgen dat het voor de staat onbetaalbaar wordt als ze niet toegeven. Dat is de enige manier waarop grootschalig protest kan slagen.'

Via hun pand proberen de bewoners van de Tucholskystraat de onafhankelijksgedachte op kleine schaal uit te dragen. Beneden is een 'Volksküche', waar goedkoop eten wordt bereid door Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse vluchtelingen, die op die manier ook weer in hun bestaan kunnen voorzien. In de ruimte ernaast treden bands op. Meestal is de toegang gratis. 'Van de jaren tachtig hebben we geleerd dat alleen kleine, onafhankelijke structuren werken', zegt Heiko. 'We proberen een systeem op te zetten waarbij mensen elkaar zoveel mogelijk helpen en ondersteunen. Op een gegeven moment willen we zelfs een alternatieve vorm van geld introduceren.'

Waar Heiko en zijn huisgenoten de autoriteiten zoveel mogelijk mijden, gaan andere krakers in voormalig Oost-Berlijn de confrontatie nog wel aan - maar dan wel met gerichte acties en niet door het smijten met stenen naar de politie.

De 30-jarige autonoom met de schuilnaam Albatros, ook een kraker uit Mitte, zet zich bijvoorbeeld in voor het blad Radikal, waarvan het maken en verkopen in 1984 verboden werd. Deze maand viert Radikal met een dik overzichtsboek dat het precies twintig jaar de overheid tot het uiterste heeft weten tergen. In 1986 en 1995 viel de Duitse politie in totaal 180 woningen en winkels binnen, waarvan men vermoedde dat Radikal er werd verkocht of gemaakt. Tegen vier redactieleden loopt een rechtszaak, vier anderen zijn ondergedoken. Radikal heeft nu een Nederlands contactadres en is ook op Internet te lezen.

Het probleem? 'Radikal heeft nooit afstand genomen van geweld tegen de staat, en het blad heeft altijd verklaringen van terroristische groepen als de RAF en AIZ (Anti-Imperialistische Cellen) integraal afgedrukt, evenals schema's hoe je zelf een bom kunt maken', vertelt Albatros, die zich door middel van het Antirepressionsbüro inzet voor het behoud van Radikal en nieuwsvoorziening rond RAF, AIZ en K.O.M.I.T.E.E. 'Mijn droom is om van Radikal ooit een legale linkse krant te maken, die iedereen kan lezen en die overal te koop is. Een krant waar minderheden, homoseksuelen, autonomen, anarchisten hun mening kwijt kunnen.' De structuur van zo'n krant, zonder hiërarchie en baasschap, belichaamt tevens zijn politieke idealen. 'Ik geloof nog steeds in een samenleving zonder partijen, en zonder staat. Iedereen moet direct betrokken worden bij politieke beslissingen.'

Geweld tegen de staat is toegestaan, mits er een bepaald doel mee bereikt kan worden, zoals bij het protest rond Gorleben gebeurde. Albatros was er natuurlijk bij. Maar zulk geweld mag geen slachtoffers maken. 'Geweld is maar een heel klein onderdeel van de strijd. Je moet het nooit gaan ophemelen', zegt Albatros, die zich eerder aangetrokken voelt tot de Beweging van de Tweede Juni dan tot de RAF. 'De Beweging van de Tweede Juni maakte op een uitzondering na geen slachtoffers. Vaak sprak er ook een gevoel voor humor uit hun acties. Ulrike Meinhof is geen heldin. Ze is wel een belangrijke figuur in de Duitse geschiedenis. Maar haar laatste vijf jaar als RAF-lid waren een vergissing. Maar we hebben allemaal fouten gemaakt.'

Als rechtgeaard activist was Albatros eveneens bij alle drie de 1-mei-demonstraties in Berlijn. De veldslag op Kollwitzplatz sloeg hij van dichtbij gade. 'Die rellen hadden nou eens geen enkele zin. De echte autonomen namen er nauwelijks aan deel. Maar de jeugd is gefrustreerd en heeft weinig anders om haar agressie op af te reageren dan politie, die bovendien heel erg provoceerde. Het was een spontane uitbarsting van woede. Misschien hebben wij wel de controle over de jongeren verloren en kunnen wij ze ook niet meer beïnvloeden. Zij vinden de oude generatie arrogant. De meesten lezen bladen als Radikal en Interim (een soort opvolger van Radikal) al lang niet meer. Zij denken alleen: fuck it.'

Die woedende relschoppers zijn heel moeilijk op te sporen. Ze zijn niet te bereiken onder een telefoonnummer van een van de vele geïnstitutinaliseerde groepen activisten in Mehringhof. Je ziet wel veel jonge havelozen met groen of roze haar rondhangen bij metrostations. Maar dat zijn zwerfjongeren en verslaafden, die voorbijgangers om een paar 'Groschen' vragen.

Het lukt uiteindelijk in Friedrichshain, een Oostberlijnse arbeiderswijk met tal van kraakpanden. Als je het flatgebouw schuin tegenover dat metrostation Samaritestraat onderdoor gaat en de Kreutzigerstraat binnenloopt, zie je waar die ongerichte woede zich schuilhoudt. De Kreutzigerstraat is puur Duits postmodernisme. Fraai opgeknapte vooroorlogse panden staan zij aan zij met afzichtelijke flats uit de jaren zeventig en een reeks kraakpanden, die met hun lappen, kleuren en uitsteeksels iets middeleeuws uitstralen. De bonkende hiphop uit het krakerscafé geeft het geheel een eigentijds jasje. Veel van de krakers hier zijn piepjong en komen uit voormalig Oost-Berlijn. Ook sjouwen er veel Afrikanen rond. Wat hen allen bindt is een diepe haat tegen de politie.

Ze zit in het raamkozijn. Helena is 16 en woont bijna anderhalf jaar in een van de kraakpanden, waar zo'n dertig mensen verblijven. Ze woont er samen met een Ethiopiër met wie ze nog dit jaar wil trouwen. 'Hier heb ik vrijheid en kan ik doen wat ik wil. We zijn een grote familie.' Van de Westberlijners aan de andere kant van de stad moet ze weinig hebben. 'Die doen zo trots, terwijl er hier zo veel daklozen en werklozen mensen zijn. Mijn moeder verloor haar baan na de eenwording. Mijn stiefvader ook. De winkels zijn nu wel voller, maar alles is veel te duur voor ons. Vroeger was het allemaal veel makkelijker. Je ging naar school, je maakte die af en je kreeg een baan. Nu moet je jaren wachten voordat je werk krijgt.'

Ja, zegt ze, zij was bij de rellen op Kollwitzplatz. En haar broertje van vijftien, ook een kraker, eveneens. Ja, ze hebben stenen gegooid naar de politie. 'Het was leuk. Het was een goeie demonstratie', lacht ze. 'We protesteerden tegen racisten en fascisten.' Ze rolt haar muts naar beneden. Haar gezicht verdwijnt achter de zwarte wol. Op ooghoogte zijn gaten geknipt. Zij had op 1 mei wel een rellenmuts.

De haat tegen de politie is het afgelopen jaar steeds groter geworden. In september vielen de driehonderd politiemannen de huizen in de Kreutzigerstraat binnen omdat de kinderspeelplaats die krakers hadden opgezet het veld moest ruimen voor een winkel- en huizenblok. De politie vreesde rellen. Op 22 november, toen de krakers een optocht hielden om de moord in 1992 door neo-nazi's op een van hun vrienden te herdenken, viel de politie weer de huizen binnen, omdat er met stenen zou zijn gegooid. 'Ze trapten de deuren kapot en stormden hier met vijftien man binnen. Ze bonden onze handen op onze rug. Ze trapten mijn zus. We moesten uren op het politiebureau blijven. De politie hier is heel racistisch, en ze zijn steeds harder geworden.'

De politie voelt zich sterker nu de kraakbeweging een beetje op haar gat ligt. 'Ze treden steeds vaker buiten hun boekje', zegt de 28-jarige krakersparlementariër Freke Over. De afgelopen maand gaf de Berlijnse minister voor Veiligheid, Schönbohm (CDU), de opdracht vier gekraakte panden in Friederichshain te ontruimen, waaronder het pand van Over. Dat zette nog eens extra kwaad bloed bij de oostelijke krakersscene.

'Wij verschillen van de Kreuzberg-krakers', geeft Helena onomwonden toe. 'We hebben geen idee van wat er daar is gebeurd. Soms zagen we wat op de televisie. Wat wij om ons heen zien, is de haat en de frustratie van onze ouders, die het alleen maar hebben over ''die klote-buitenlanders''.'

En toen kwam 1 mei, een fantastische uitlaatklep, beaamt ze blij. 'Normaal gesproken is het heel gevaarlijk voor ons om iets tegen de politie te ondernemen. Wij zijn niet zo goed georganiseerd. Maar op 1 mei zijn de verhoudingen heel duidelijk: daar staat de politie, en hier liggen de stenen. Wij zijn geen autonomen, eerder militanten. We horen bij geen enkele partij of organisatie.'

We lopen de kantoorruimte van het pand binnen om artikelen over de ontruiming van de speelplaats te kopiëren. Aan de muur hangt een kalender die is uitgegeven ter gelegenheid van de herdenking van de dood van Urike Meinhof. 'Ik heb een boek over haar gelezen', zegt Helena. 'Ze had goede ideeën. Soms zeg ik wel eens tegen mijn broertje: laten we ook een terroristenbeweging oprichten en dan politiebureaus opblazen.'

Fred de Vries

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden