Kleine Loubna

Hikham is student rechten, een jonge en nuchtere Marokkaan, een rechtschapen Tangerois die mij - zonder er iets voor terug te vragen - de oude medina laat zien....

PAUL DEPONDT

Kleine Loubna

Hij studeert in Rabat. Hikham komt nog zelden in de medina. In de wirwar van de drukke 'ambachtsstraatjes', een labyrint met honderden kleine winkeltjes, moet ook hij zich vaak vergewissen of we wel de goede kant op gaan. De doolhof is verraderlijk; wie hem niet kent, loopt verloren. Maar Hikham is een goede en rechtzinnige gids.

Vanaf Le Détroit, een Moors café aan de rue Riad Sultan, heb je een mooi uitzicht op de haven. 'Het is de rijkdom van Tanger', zegt Hikham. 'De contrabande brengt geld op.' Het fonkelende blauwe water van de Straat van Gibraltar is 'een witwasser': Tanger, zucht de eerlijke Hikham, is nog steeds een stad van smokkelaars. Later op de dag, wanneer we de kronkelige straatjes van de oude stad achter ons hebben gelaten, flaneren we langs de brede Avenue de l'Espagne, een aantrekkelijke palmenlaan met hotels en restaurants langs de baai van Tanger. De hotels, vertelt Hikham, zijn eigendom van smokkelaars en trafikanten.

Sinds 1992, toen de Marokkaanse koning de oorlog verklaarde aan de drugs, zijn tientallen drugsbaronnen gearresteerd. Ook toeristen zijn gevangen gezet omdat ze kif rookten. 'Ze slapen in de gevangenis op karton; hun tanden vallen uit en hun ogen puilen uit.'

Tanger moet 'het Hongkong van Afrika worden', een soort deviezenparadijs. Sinds een paar jaar heeft de hoofdstad Rabat voor het 'witte Tanger' een soort allesomvattend clean up-programma afgekondigd: de strijd tegen de kif, tegen de bidonvilles en tegen de contrabande.

Hikham nodigt me uit bij hem thuis in de ville nouvelle. Ik krijg er koffie en biscuitjes. De broer van zijn vader woont in België. Ik ken hem; hij is even rechtschapen als de nuchtere en jonge Hikham.

Oom Aziz is wethouder, de enige van Marokkaanse afkomst in Vlaanderen. Trots toont zijn vader het familie-album: Aziz bij de burgemeester, Aziz ten paleize bij de koning der Belgen, Aziz bij de Marokkaanse ambassadeur in Brussel. Oom is de meest geliefde Marokkaan in België - 'wethouder voor het gezin, emancipatiezaken en ontwikkelingssamenwerking', staat er op zijn Vlaamse visitekaartje. Aziz bestrijdt, op zijn manier, het Vlaams Blok dat Vlaanderen 'etnisch wil zuiveren'.

Tanger, dat tussen 1923 en 1956 door acht Europese mogendheden - waaronder Nederland en België - werd bestuurd, wordt elke zomer letterlijk 'overspoeld' door Marokkanen die in Duitsland, Frankrijk, België en Nederland werken. Overal, ook in de oude medina, zie je auto's met Duitse, Franse, Nederlandse en Belgische nummerplaten. Ze komen met busjes naar hun vaderland en naar Tanger; ze hebben er familie of vrienden wonen, of ze hebben er een huisje of een appartement - 'voor later'.

'Dit jaar is het een droevig jaar', memoreert Hikham die zaterdag 8 maart 1997. Toen arriveerde 's avonds op de luchthaven van Tanger de kist met het lijkje van de kleine Loubna. De stad was in rouw. Loubna was dood gevonden in een Brusselse garage; vermoord en onteerd.

Nee, Hikham kent geen wrok, 'ook al is het erg en vooral onbegrijpelijk'. Gastvrijheid is heilig voor de Marokkanen, hoe vreemd dat ook voor bedrogen toeristen mag klinken. Ook bij rouw gedraagt een moslim zich waardig en terughoudend. Kleine Loubna was terug.

'We gaan morgen naar het graf van de kleine Loubna', prevelt Hikham. 'Want, Loubna is weer thuis.' Paul Depondt

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden