Kleine energiebedrijven geknipt en geschoren

Tientallen lokale energiebedrijven zijn aan het wankelen gebracht door het faillissement van stroombedrijf Orro. De traditionele energiebedrijven zijn de lachende derde. Door

De eerste dominosteen viel kort voor Kerst. Ineens ging het gas- en stroombedrijf Orro van de steenrijke Nederlands-Turkse ondernemer Celal Oruç failliet - te veel wanbetalers, luidde zijn verklaring. Geen zorgen, zei de Nederlandse Mededingingsautoriteit, de klanten krijgen gewoon gas en stroom van andere energieleveranciers. Niets aan de hand, zo leek het.


Wat er daarna gebeurde, is nog grotendeels onder de radar gebleven. In de dagen en weken daarna raakte een hele serie energiebedrijven en -bedrijfjes in de problemen. Er waren meer faillissementen, er dreigden afsluitingen, er was zelfs, zo zeggen betrokkenen, sprake van een chaos op de stroommarkt.


Nu de mist optrekt, wordt duidelijk waar de klappen zijn gevallen. Tientallen jonge, lokale energiecoöperaties, de afgelopen jaren opgericht om te ontsnappen aan de traditionele fossiele bedrijven, wrijven zich verdwaasd in de ogen. Bij sommige van hen zitten de leden ineens weer bij Nuon, Essent of De Nederlandse Energiemaatschappij, en krijgen te veel betaalde voorschotten niet terug. Een paar producenten van duurzame stroom hebben grote verliezen geleden of zijn failliet. Enkele tientallen tuinders hebben samen een miljoen euro verloren.


'Het blijkt nogal ingewikkeld om energieleverancier te zijn', zegt Enno Brommet van de Noord-Hollandse Energie Coöperatie. 'Veel partijen hebben de risico's onvoldoende ingeschat', zegt Martijn Messing van Energie Dongen. 'Je wordt aan alle kanten geknipt en geschoren', zegt Jan-Willem Zwang van Greenspread, een adviseur van lokale energiebedrijven.


De chaos ontstond met de tweede dominosteen. Het bedrijf Trianel, dat op de energiebeurs gas en stroom kocht en doorverkocht aan kleinere leveranciers, had nog 4,5 miljoen euro tegoed van Orro en kon daar na het faillissement van dat bedrijf naar fluiten. Daardoor kwam ook Trianel op het randje van een faillissement te staan. Op 24 december trok de NMa de energieleveringsvergunning van Trianel in.


'We wilden garanderen dat iedereen stroom en gas zou blijven krijgen', zegt een woordvoerder van de NMa. 'Door het intrekken van de vergunning konden we de Procedure Noodleveranties van start laten gaan.'


Met die procedure werden de gedupeerde, energieloze klanten van Trianel opgevangen door andere energieleveranciers, de zogeheten suppliers of last resort.


Wie waren die klanten? Wie kocht zijn gas en elektriciteit bij Trianel? Dat waren duizenden consumenten, zonder dat ze zich dat zelf misschien realiseerden. Want veel van de lokale, duurzame energiebedrijfjes die de laatste jaren als paddestoelen uit de grond zijn geschoten, en van plan waren eigen lokaal opgewekte stroom aan lokale afnemers te gaan verkopen, deden zaken met Trianel. Dat kocht de benodigde stroom en gas gewoon voor hen op de beurs. Waarna het Groningse Grunneger Power, De Noord-Hollandse Energie Coöperatie, de Alles Duurzaam Energie Maatschappij in Houten en nog vijftien andere 'duurzame lokale energiebedrijfjes' dat op hun beurt leverden aan hun klanten.


Wisten die klanten dat? Vaak niet, omdat Trianel een zogenaamd white label bood. Elk lokaal bedrijf dat zaken deed met Trianel kon zijn eigen naam invullen als de leverancier van de energie.


'Trianel bood de mogelijkheid niet afhankelijk te zijn van de grote energiemaatschappijen', zegt Martijn Messing van de duurzame energieco- operatie Dongen. 'Maar wij hebben ons gigantisch vergist in de stabiliteit van Trianel.' Het bedrijf, dochter van een grote Duitse moeder, leek met een omzet van 80 miljoen euro best een tegenvaller te kunnen opvangen, maar bleek zonder bezittingen bijna waardeloos, toen het erop aankwam. 'We hadden nooit verwacht dat we in deze situatie zouden kunnen belanden', zegt Brommet van de NHEC.


Volgens Messing leden veel lokale duurzame energiebedrijfjes en hun klanten aan 'volstrekt ongeïnformeerd optimisme'.


Nu Trianel als energieleverancier wegviel, moesten de lokale energieco- operaties tijdens de feestdagen razendsnel op zoek naar een alternatief. Als dat niet binnen tien dagen lukte, bleven hun klanten bij de noodleveranciers waaraan ze waren gekoppeld. Bij bedrijven als Essent, Nuon, Eneco, waaraan de idealistische klanten van lokale energiebedrijven juist ontsnapt dachten te zijn.


En helaas: de leden die vanwege hoge voorschotten een flinke teruggaaf van Trianel verwachtten, krijgen dat geld waarschijnlijk niet meer, zegt initiatiefnemer Paul Stolte van Lochem Energie.


De NMa gaat de whitelabelconstructie verbieden, zegt de woordvoerder. 'Je kunt straks niet meer zomaar meesurfen met een andere vergunninghouder. We eisen voortaan financiële, technische en organisatorische kwaliteit. Wie energie wil leveren, moet ook de verantwoordelijkheid dragen.' Daartoe zullen de lokale bedrijven zich waarschijnlijk gaan bundelen. Lokaal is wellicht te klein.


Elders zijn nog grotere klappen gevallen. Want Trianel leverde niet alleen energie, maar kocht die ook in, onder meer van nieuwe, decentrale producenten zoals windmolenexploitanten en tuinders, die stroom produceerden als bijproduct van hun kasverwarming.


'Veel windmolenaars werden niet meer betaald voor hun levering, zegt Rense van Dijk van Windunie , een cooperatie van windmoleneigenaren. Ze moesten rond de Kerst op zoek naar een andere afnemer en intussen stroomde hun elektriciteit onbetaald het net op. 'Vooral jammer omdat het zo hard waaide', zegt Van Dijk.' Windunie zelf ontsprong de dans deels, omdat deze coöperatie gewend is zelf te handelen in stroom.' Dat is overigens een lastige klus, omdat je dan moet voorspellen hoe hard het gaat waaien en hoeveel stroom dat oplevert, en vervolgens elke afwijking van die voorspelling, de 'onbalans', moet zien 'weg te handelen'.


Ook tientallen tuinders werden het slachtoffer. 'De hele bedrijfsvoering kwam stil te liggen', zegt André Dippell van energiebedrijf Endon, dat aan Trianel de stroom verkocht die tuinders opwekken bij het stoken van hun kassen. 'Wij vielen in een zwart gat. We konden onze energie nergens meer kwijt.'


Want voor verkopers van stroom was er geen reddingsregeling, zoals de kopers die met de supplier of last resort-procedure wel hadden. Endon moest zelf gaan handelen, maar had daar de vergunning niet voor.


Na de feestdagen werd een tijdelijke oplossing gevonden: PV-ned, een dochter van energiebedrijven Delta en Eneco, zou met de Duitse moeder van Trianel de stroom voor Endon en de tuinders gaan verhandelen. Maar PV-ned eiste vervolgens hoge financiële garanties van Endon, dat die niet kon opbrengen. 'Heel apart', zegt Dippell. 'We zijn leveranciers van energie. Die garanties hadden ze alleen in theoretische situaties nodig.' Volgens directeur Peter Molenaar van PV-ned zou hij echter wel degelijk risico hebben gelopen, omdat zijn bedrijf de 'onbalans' van Endon had moeten verhandelen.


Endon ging failliet: de derde dominosteen. De zeventig aangesloten tuinders verloren volgens de curator bij elkaar rond een miljoen euro. Lachende derde: Eneco, RWE en Nuon, die via dochters nu de stroom van de tuinders kopen en verhandelen.


'Heel triest voor de markt', zegt Dippell. 'De grote spelers blijven over.'


Meer over