Kleine dingen

REMCO CAMPERT

Ik moest mijn koffer nog pakken. Dat zou ik de avond voor mijn vertrek doen, maar er was iets op televisie dat ik beslist wilde zien en toen was het opeens voornacht en zodoende. In bed probeerde ik alvast in mijn hoofd te griffen wat ik de volgende ochtend niet moest vergeten in die koffer te pakken, maar tussen het eerste en het tweede overhemd viel ik in slaap.

Hoewel ik steeds meer tot thuisblijven geneigd ben, ervaar ik weggaan nog niet als een verschrikking. Alleen de tintelende voorpret die ik vroeger voelde is niet meer aanwezig. De voorbereidingen nekken me. Verheuging komt pas over me als de trein met mij erin loskomt van het perron en de laatste huizen en kantoren van mijn woonstad achter zich laat. Laat nu de wereld en haar verrassingen maar op me afkomen. Ter ondersteuning van het wereldburgergevoel heb ik in het station de International Herald Tribune gekocht.

Ik ging drie dagen naar België, dus veel hoefde er niet in mijn koffer. Bij voorgenomen reizen naar verafgelegener plekken zette ik vroeger de koffer een week van tevoren geopend klaar en wierp er zo af en toe in het voorbijgaan een kledingstuk in, zodat ik hem als het zover was alleen nog hoefde te sluiten. Dat was nog in de tijd van de koffers zonder wieltjes.

Ik nam zo weinig mogelijk mee. Mocht ik iets vergeten zijn, dan kon ik het op de plaats van bestemming altijd nog kopen. Zodat ik vaak met twee koffers terugkwam. Ik heb wat afgesjouwd onder de brandende zon van vreemde kusten. De uitvinding van de rolkoffer kwam net op tijd in mijn leven.

Wilde ik de trein halen, dan moest ik nu wel opschieten. Tijd om te twijfelen was er niet meer. Dus dat extra pak maar mee en ook die schoenen. Regenjas? Ik keek naar buiten. De zon scheen volop, maar in België regende het misschien. Een boek? Ja maar, van wie? Geen boek. Eenmaal op de hotelkamer, na het bourgondisch eten met vrienden en eropvolgend uitputtend cafébezoek, zou er van lezen toch niets komen. Waarschijnlijk haalde ik CNN of Al Jazeera niet eens.

In de trein op de heenreis nam ik de International Herald Tribune tot me. Zoals altijd kon ik het niet laten om even na te gaan of ons land in de kolommen voorkwam. Stellen we nog iets voor in de internationale wereld? Neen. Uit Nederland nichts Neues. Uit het feit dat we in de 24 pagina's van de Herald, nog op groot langzamerhand ouderwets formaat, niet één keer genoemd worden, kunnen we afleiden dat Nederland voor de wereld niet bestaat. Ik weet niet of we ons daarover zorgen moeten maken. Eens zette de moord op Theo van Gogh ons op de kaart en dat zie ik liever niet herhaald. Toch voel ik een lichte ongerustheid. We zijn een onaanzienlijke vlek geworden, waaruit geen nieuws meer te halen valt. Dat onze minister van Buitenlandse Zaken de enige Nederlander is die nog 'elkander' zegt is zelfs geen entrefiletje waard, laat staan een kop.

Kleine dingen, die deze column uitmaken, rijgen het leven aan elkaar. Pas achteraf dringt het soms tot je door dat je een groot ding hebt meegemaakt en dat je niet goed hebt opgelet toen het aan de gang was. Dat dit het geval mag zijn, is de innige wens van de u toegenegen.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden