Kleine brouwer tapt bier met eigen karakter

Het proeflokaal van Brouwerij 't IJ in Amsterdam barst uit zijn voegen. Tientallen drinkers doen zich tegoed aan de Pilzen, de Natte en de Zatte die hier ter plekke wordt gebrouwen....

ANP

AMSTERDAM

'Kleine stadsbrouwerijen als 't IJ zijn de warme bakkers onder de brouwers. Mensen hadden eerst genoeg van industrieel gebakken brood en stapten over naar de warme bakker. Veel van onze klanten zijn nu op zoek naar bier met een eigen karakter en ze houden van kleine zaken. Dat vinden ze hier.'

Peterson begon zijn brouwerij elf jaar geleden in een oud badhuis, toen hij stopte als bassist van de band Drukwerk. Het bier is buiten Amsterdam nauwelijks bekend, maar heeft in de hoofdstad inmiddels een reputatie. Met een productie van 200 duizend liter bier per jaar is 't IJ een van de grotere stadsbrouwerijen in Nederland.

De Amsterdamse stadsbrouwerij lijkt elf jaar geleden een trend in gang te hebben gezet. Overal in het land duiken nieuwe kleine brouwerijen op, die vaak een groot deel van hun bier verkopen via een eigen proeflokaal. Alleen vorig jaar al openden vier nieuwe stadsbrouwerijen hun tappen: De Pelgrim in Rotterdam, Fidler and Firkin in Den Haag, Het Brouwcafé in Scheveningen en De Hemel in Nijmegen.

'Bij de grote brouwerijen is de smaak toch onderling uitwisselbaar. Bij ons vind je het eigen karakter terug, de persoonlijke voorkeuren van iedere brouwer', zegt Rian Hegger van De Hemel. De brouwerij in een monumentaal pand in de binnenstad van Nijmegen is uitgegroeid tot een toeristische attractie.

De hele productie van enkele tienduizenden liters bier wordt opgedronken in het eigen proeflokaal. Plannen voor het bottelen van het bier en verkoop buiten Nijmegen heeft Hegger niet. 'Er staan al zoveel verschillende flessen bij gespecialiseerde slijters. Nog een etiket erbij heeft weinig zin. Bovendien zijn wij ook niet zo goed in verkopen, wij zijn vooral heel goed in brouwen. Dat vinden we leuk.'

De opkomst van kleine brouwerijen gaat in tegen concentratiegolf die de Nederlandse bierwereld jarenlang in de greep heeft gehad. Maar de kleintjes zijn niet meer dan luizen in de pels van Heineken (inclusief Amstel en Brand), Grolsch, Bavaria en Interbrew (Dommelsch en Oranjeboom), die samen ruim 95 procent van het Nederlandse bier brouwen.

Veel bierdrinkers beschouwen de grotere variatie waarvoor de stadsbrouwerijen zorgen, wel als een zegen. 'De kleintjes geven toch een beetje sjeu aan de Nederlandse biercultuur', meent voorzitter Frank Boogaard van Pint, de vereniging van bierliefhebbers. Al maakt Boogaard ook een kanttekening: de kwaliteit bij de kleine brouwerijen loopt nogal eens uiteen.

In het Utrechtse stadskasteel Oudaen draait al weer zeven jaar de Utrechtse Stoombier Brouwerijen, die zijn naam dankt aan de stoom die wordt gebruikt voor de verhitting. De voormalige ridderzaal is omgetoverd tot proeflokaal. Hier verdwijnt bijna 80 procent van de wekelijkse 2500 liter bier in de kelen van bezoekers. Helemaal onomstreden is de Utrechtse brouwerij annex proeflokaal niet, omdat de gemeente Utrecht de nodige subsidie heeft verstrekt, tot woede van de concurrentie.

Misschien wel de grootste en meest commerciële stadsbrouwerij is St. Christoffel in Roermond. Het succes wordt geïllustreerd door de recente verhuizing naar een pand buiten het stadscentrum. 'Wij hebben gekozen voor een commerciële aanpak', zegt Leo Brand, naast eigenaar-directeur tevens brouwmeester en marketingmanager.

St. Christoffel is ook een van de weinige stadsbrouwerijen die geen eigen proeflokaal hebben. 'Wij zijn geen horeca-mensen: Ik wil om zes uur de deur achter me dicht kunnen trekken. Daarom doen wij alleen flessenbier via de groothandel.' Aan de levensvatbaarheid van veel nieuwe stadsbrouwerijen twijfelt Brand: 'Bier maken kunnen heel veel mensen, maar bier verkopen is vers twee.'

Ook in het noorden van het land klopt het brouwershart weer sneller. Aart van der Linde van de Friese Bierbrouwerij in Bolsward is met een staat van dienst van zo'n tien jaar al weer een oudgediende. Hij klinkt somber: 'Er zijn twee stromingen; de vakidioten die jaren geleden begonnen met speciaalbieren en de nieuwkomers, die proberen een graantje mee te pikken.'

Van der Linde rekent zichzelf tot de categorie van vakidioten. 'Ik ben met weinig geld begonnen, uit liefde voor het vak. Bij brouwerijen als de onze vind je nog extreme bieren, die dichtbij het brouwershart liggen. Niet van die standaardsmaken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden