Klein verlangen

Madurodam - binnenkort geheel vernieuwd - is al decennia een trekpleister van formaat. Op zolder werkt menig huisvader aan zijn eigen Märklin-utopia. Wat trekt ons zo in miniatuurwerelden aan? 'Soms zie je door een miniatuur de werkelijkheid veel scherper.'

Er zit een jongetje van een jaar of 4 naast de trein. Hij heeft geen oog voor de kunst in de zaal, wel voor de zwart-rode locomotief met de gouden stangen, zo groot als zijn onderarm, die langs de kunstwerken tsjoeketsjoekt. Hij volgt het treintje op neusafstand, wacht tot het hem bijna raakt. Grote bruine ogen. De mannelijke helft van een echtpaar staat al minutenlang naar het verrukte gezichtje te kijken, en zegt tegen niemand in het bijzonder: 'Dat had ik ook als kind. Lag ik in het donker naar de lichtjes van de trein te kijken. Magisch, treintjes zijn magisch.'


De modeltrein loopt op één spoor dwars door Märklinworld in de KAdE Kunsthal in Amersfoort, de net geopende tentoonstelling van kunstzinnige treinlandschappen, geïnspireerd op het klassieke groene Märklin-landschap. 'Er is altijd een berg', zegt hoofdconservator Robbert Roos, 'en er zijn altijd chaletjes en een spoorwegovergang, en boompjes en tunnels. De wereld van Märklin is idyllisch, utopisch en nostalgisch. Het is er altijd pais en vree. Maar wat...', hij wijst naar de hal met de alternatieve treinlandschappen, 'als je kunstenaars vraagt met dat idee van een utopisch modellandschap te spelen.' Dan wordt er natuurlijk getornd aan de idylle. De locomotief in KadE rijdt door een kil aandoend koopparadijs met palmbomen en parfumflessen, Dubai in het klein, van Friedrich Kunath. En dan door een paradijselijke tuin met kleurige bloemen en tropische vruchten, van het Zwitserse duo Steiner & Lenzlinger. Tot er onderweg opeens een krokodil opduikt, en een met motorolie vervuild, pikzwart meertje. En verderop passeert de loc een landschap van 'idealistisch bedoelde' modelarchitectuur, zoals het Rietveld Schröderhuis en de Bijlmerflats. Maar in dit treinlandschap is het Rietveld Schröderhuis afgefikt, en staan ook de Bijlmerflats er zwartgeblakerd bij. De idylle verstoren, dat laat een kunstenaar zich geen twee keer zeggen. Dag Utopia.


Terug naar de modeltrein. Heerlijk, magisch speelgoed voor het ventje in de zaal. Misschien nog meer voor zijn vader en andere vaders die de modelbaan voor hun zonen kochten, maar zelf de hele avond onder het Veluxraam gebogen boven de baan zitten, de door hun echtgenote gebrachte koffie met een Verkade Knappertje onaangeroerd. Prutsen aan de transformator en de wissels. De locomotief eindeloos zijn vaste rondje laten rijden. Mannen die helemaal opgaan in hun eigen geordende universum, weg van het gezin of de boze buitenwereld. De lichte autist of de hoogleraar kernfysica, die op zolder zijn eigen wereld schept, en er controle over kan uitoefenen, veel meer dan over de echte wereld. Zich even god wanen in het diepst van zijn gedachten. Een cliché natuurlijk, dat best waar zou kunnen zijn. Maar het jammere is dat het cliché ook afdekt dat er meer aan de hand is met die modeltreinen en het minilandschap eromheen. Miniatuurwerelden zijn niet alleen voor treinautisten en zolderkamertypes; heel veel mensen (groot/klein, m/v) houden ervan. Heel veel mensen komen graag in Madurodam de dakpannetjes en kozijntjes van een grachtenpand bewonderen, of in Railz Miniworld in Rotterdam de tuitjes van de Erasmusbrug. Heel veel mensen houden van de Disney-achtige huisjes voor onder de kerstboom, die tuincentra al weer beginnen op te stellen.


De onthutsende hoeveelheid miniaturen die bestaat, doet vermoeden dat het een diepgeworteld iets is, de aantrekkingskracht van verkleinde dingen. Er zijn treinen, schepen, vliegtuigen, heli's, tractoren, auto's, raceauto's, tractoren, landbouwvoertuigen, gitaren, drumstellen, kastelen, poppen, paarden, beren, meubels, molens, vrachtauto's, motoren, soldaten, naaimachines, babykleertjes, babypanda's, wolvenwelpjes. tijgers, koeien. Allemaal in miniatuur.


Er bestaat een rangeerlocomotief in purperrood van de Deutsche Bundesbahn met drie assen en een blinde as (schaal 1: 87). En er bestaat een Massey Ferguson 3080 (schaal 1:32), een grote rode tractor met profielbanden en een klein ruitenwissertje. Dat-ie niet echt is, is alleen te zien aan de niet bemodderde maar evengoed zeer waarheidsgetrouwe profielbanden. Er bestaat een Norscot minigraafmachine met kleine graaftanden. Er bestaat een retro-Ford Thunderbird Rio (schaal 1:43) in zonnegeel, het Fordlogootje voorop, een wieltje achterop. Er bestaat een uitbundig Rococoslot in Rudolstadt in Duitsland van ongeveer een half mens hoog, met vrouwen van luttele centimeters erin. Die hebben ingesnoerde lijfjes en hoge pruikjes, en zitten aan een clavecimbeltje. Er bestaat een zilveren gouden koets, dé gouden koets, met zes paarden, 15,5 centimeter lang, 1,75 centimeter breed, en 3,4 centimeter hoog. Er bestaat een Syma S 109 Apache minihelicopter van 34 gram met een hoofdrotor en een staartrotor, radiografisch bestuurbaar uiteraard. Er bestaan complete art deco-interieurtjes met glas in loodraampjes, armatuurtjes, schoorsteenmanteltjes en rietveldstoeltjes. Er bestaan poppenhuizen met gepolitoerde vloertjes van kersenhoutfineer. En bestaat zelfs een poppenhuis voor in een poppenhuis. Als iets bestaat, bestaat het ook in miniatuur.


Wat trekt ons zo in miniatuurwerelden aan? Dat je je eigen universum kunt scheppen en bestieren dus, of je even helemaal in een droomwereld kunt terugtrekken? Of is alles simpelweg mooier met een helicopterview? Met Photoshop zijn eenvoudig tilt-shift-filmpjes te maken, 'echte' opnames die met de tilt-shift-optie geminiaturiseerd worden. Een hit op YouTube. Ziet het Rembrandtsplein er opeens uit als een Märklin-Rembrandtsplein. Tilt-shift maakt de wereld vriendelijker en geruststellender.


Maar misschien houdt de mens wel meer van miniatuur omdat het hem doet terugverlangen naar zijn kindertijd toen hij via duplo-tijgertjes en legopiraatjes leerde hoe de wereld in elkaar zat, en zag dat het goed was, en klopte.


Of misschien gaat het wel veel meer om het maken en het doen. Dat het fijn is om zelf een chaletje in elkaar te zetten, een poppenhuismeubeltje te bouwen, of zelf een radiografische bestuurbare helikopter te laten opstijgen, of - dat kan straks als Madurodam verbouwd is - zelf de Oosterscheldekering te kunnen bedienen.


Peggy Scheepens van Madurodam denkt dat de aantrekkingskracht van Madurodam allereerst ligt in het 'vakmanschap' van de huizen op schaal. 'Mensen zijn altijd weer onder de indruk hoe gedetailleerd onze gebouwen zijn nagemaakt', zegt ze. Misschien is dat dé verklaring waarom we ons zo aangetrokken voelen tot de miniatuurwereld, dat het best ingenieus is om iets zo klein te maken. De Amerikaanse Althea Crome breit voor animatiefilms ieniemienie-truitjes en vestjes, op pietepeuterige pennetjes zo smal als een mensenhaar. Ze doet er soms maanden over. 'Als je een ambacht verkleint zoals ik doe', zegt ze in een van de youtubefilmpjes over haar werk, 'kun je niet anders dan je afvragen hoe iemand dat gedaan heeft. Dat fascineert.'


'Ik geloof niet zo dat we van een miniatuurwereld houden omdat we, als God, onze eigen wereld willen scheppen', zegt filosoof 1, Coen Simon, schrijver van het filosofische etiquette-boek, Kijk de mens. 'Dat is meer iets voor James-Bond-slechteriken. Er is iets anders aan de hand. Van de dingen om ons heen, een kop thee, een tafel, kunnen we precies aangeven waar ze zich bevinden, maar wij kunnen nooit bedenken waar ons bestaan zich bevindt, waar houden wij ons op? We weten het niet, dat is het menselijk tekort. Zo'n miniatuurwereld, en ook kunst trouwens, komt tegemoet aan het verlangen ons bestaan in z'n geheel te zien, en even boven de wereld uit te stijgen.'


'Het gaat om de schaal', zegt filosoof 2. Dat is Patrick Healy, de Ierse schrijver en filosoof, verbonden aan de TU Delft. Hij twijfelt geen moment over het antwoord op de vraag waarom wij van miniatuur houden. 'De wereld is veel te groot voor ons. Het is allemaal te veel. Zelfs onze geliefden brengen we terug tot een setje kenmerken waar we van op aan kunnen. Als de totaliteit van een geliefd mens al niet te bevatten is, dan is de rest van de wijde wereld dat al helemaal niet. De wereld moet dus teruggebracht worden tot een schaal die nog wel te bevatten is.'


Healy's theorie zou verklaren waarom we de echte wereld het liefst zo natuurgetrouw mogelijk nagebootst zien in miniaturen. In de dikke catalogus van Busch, een Duits merk voor modelbanen, is de keuze vast om die reden duizelingwekkend. Groentetuintje aanleggen naast het spoor? Er is keuze uit miniatuurbloemkool, witte kool, rode kool, bloemkool en broccoli. En dat zijn alleen maar de kolen. Grasmatje leggen? Wilt u lentegras of zomergras? Nazomergras kan ook, of herfstgras, of rand van het bosgras.


Kunnen miniatuurkunstwerken op hun beurt misschien ook iets onthullen over de aantrekkingskracht die miniaturen op mensen uitoefenen? Misschien. Er zijn veel kunstenaars die in hun werk spelen met het kleine en de modelwereld. In Amersfoort is een miniatuurlandschap van de Chadwicks (Jimbo Blachly en Lytle Shaw) in de tentoonstelling opgenomen. Het laat de dijkdoorbraak van 1651 bij Houtewaal zien (nu Amsterdam). Overal wild water en huisjes verzwolgen onder modderstromen. Maar aan de andere kant van het tableau, dat zie je pas als je eromheen loopt, heeft een reusachtig mens per ongeluk een waterton laten omvallen. Een waterton die aan de miniatuurkant van het tableau de watersnood heeft veroorzaakt. Zo'n miniatuurkunstwerk als van de Chadwicks geeft niet het idee dat je schepper van je eigen wereld bent. Integendeel. Het versterkt juist het gevoel dat je als mens en beschouwer net zo klein bent als de poppetjes in het tableau, net zo nietig en stuurloos, zonder ook maar een enkel idee wie er boven aan de touwtjes trekt, of van welk systeem we als mensen deel uitmaken.


Datzelfde gebeurt bij het werk van de Londense kunstenaar Slinkachu (niet in Amersfoort te zien trouwens). Hij plaatste poppetjes uit de treinmodelwereld, zijn little people, op desolate plekken op straat. Een plas wordt een gevaarlijk meer voor zijn kleine mensen. En een van zijn miniatuurmannetjes wordt bedreigd door een vlieg, voor hem een reusachtig wild dier. Die eenzame figuurtjes, zo klein in dat oneindige betonnen universum, ze benadrukken zo de menselijke nietigheid.


En er is nog iets dat miniatuurkunst ons kan laten zien, namelijk de werkelijkheid.


Of zoals de conservator van kunsthal kadE, Robbert Roos, zegt, 'soms zie je door een miniatuur, een model van de werkelijkheid, juist de werkelijkheid veel scherper. Hij noemt dat 'de geïntensifeerde blik' die miniatuurkunst kan oproepen. De in New York wonende Thomas Doyle bijvoorbeeld (niet in Amersfoort te zien) maakt zijn eigen, Märklinlandschappen, met poppetjes en groene bomen, maar dan wel onder een stolp. En zijn poppetjes worden getroffen door bizarre natuurrampen. Hun huis is in de aarde gezakt, of gehalveerd, of dreigt van een opeens aanwezige rots te vallen. Het is onvoorstelbaar, en het zijn maar poppetjes, maar op de een of andere manier is zijn werk vreselijk verontrustend en beangstigend.


Zo werkte dat ook bij voorstelling Kamp. Een woordenloze theatervoorstelling over Auschwitz van Hotel Modern. Met een maquette van Auschwitz, en kartonnen barakjes, en mannetjes van 8 centimeter in gevangeniskleren. En een handcamera die er opnamen van maakte. Het waren maar poppetjes, het was maar karton, toch liepen de rillingen je over de rug. Alsof de werkelijkheid door het kleine en geknutselde een extra lading kreeg.


Er zijn, met andere woorden, diverse kunstzinnige, filosofische of heel andere scenario's die een blik kunnen werpen op onze liefde voor de miniatuurwereld. Maar het kan ook nog zo zijn dat we toch terugmoeten naar het idyllische Märklinlandschap. Het kan nog altijd zo zijn dat we graag miniatuurwerelden zien, omdat ze ons sterk aan de werkelijkheid doen denken, maar dan een lieflijker werkelijkheid, mooier, en vooral nostalgischer. Vroeger zoals vroeger nooit geweest is.


In de Busch-modelcatalogus is een kale DDR-stal te koop, en een klein Berlijns muurtje, en een DDR-wachttorentje. Ostalgie, nostalgie. Vroeger, beter dan het echt was.


Boven in de kunsthal KAdE in Amersfoort staan - over nostalgie gesproken - de huisjes van Peter Fritz, wel honderd. Kunstenaar Oliver Croy ontdekte in een uitdragerij een stel vuilniszakken vol miniatuurhuisjes, gemaakt van papier, en behang en bladzijden uit tijdschriften. Croy kwam erachter dat ze van de overleden verzekeringsman Peter Fritz waren geweest. Hij had er honderden in elkaar geknutseld. Heel werkelijkheidsgetrouwe, secuur gemaakte, duidelijk Oostenrijkse huisjes, maar dan net iets kleuriger, lieflijker, nostalgischer, verlangender. Nu staan ze als readymades in Amersfoort. Verlangende miniatuurarchitectuur.


Beneden wordt het jongetje na meer dan een uur door zijn moeder losgeweekt van het treintje. Hij wil liever blijven, kijken naar de zwart-rode locomotief met de gouden stangen.


MärklinWorld. In KAdE, Amersfoort, t/m 8 januari 2012, kunsthalkade.nl

-------------------------------------


De ideale maten

In Madurodam komt een gemiddeld grachtenhuisje tot de knie (schaal 1:25). Dat is de prettigste schaal vinden de Madurodammers. Dan is het klein, maar toch groot genoeg om de details nog scherp te kunnen zien. Een klassiek miniatuurautootje, zoals een Dinky Toy is ongeveer 10 cm. (schaal 1:43). In de treinmodelwereld is de klassieke schaal van oudsher 1:45, al sinds 1900. Dat betekent een spoortje van 32 mm breed. Het allerkleinste spoor voor modeltreintjes heeft een breedte van 6,5 mm.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden