Klein land met iets te grote aspiraties

Wim van den Doel laat in zijn nieuwe koloniale geschiedenis het opgeheven vingertje achterwege - een verademing.

PAUL BRILL

H et is een notie die zelfs tot het stripverhaal is doorgedrongen: dat Nederlanders bij uitstek gekwalificeerd zijn om zich tot ver buiten de landsgrenzen te onderscheiden en de beschaving te verbreiden. Zo liet striptekenaar Henk Sprenger in de jaren vijftig zijn voetbalheld Kick Wilstra niet alleen gloriëren op de buitenlandse voetbalvelden, maar ook een vitale bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een armer land door er als ingenieur leiding te geven aan de bouw van een brug. 'En weer had Nederland in den vreemde iets groots verricht.'

Die Nederlandse dadendrang 'in den vreemde' is het onderwerp van Zo ver de wereld strekt - De geschiedenis van Nederland overzee, geschreven door de Leidse historicus Wim van den Doel. Een ambitieus project. Van den Doel brengt niet alleen het Nederlandse kolonialisme in kaart, maar laat ook zien hoe het verheffingsideaal dat daaraan mede vorm gaf, na de dekolonisatie doorwerkte in het denken over ontwikkelingssamenwerking. En hij voegt er nog een dimensie aan toe door de buitenlandse politiek te schetsen waarmee het postkoloniale Nederland zich opnieuw heeft willen positioneren in de wereld.

De grootste verdienste van dit boek is dat de bekende opgeheven vinger - die de geschiedschrijving van het kolonialisme vaak begeleidt - nagenoeg ontbreekt. Niet dat excessen en racistische vooroordelen worden verzwegen of vergoelijkt. Allerminst. Maar ze worden niet overgoten met strenge oordelen die volledig zijn ontleend aan hedendaagse normen en waarden. En Van den Doel laat zien dat de op winst beluste koopman weliswaar de drijvende kracht was achter het Nederlandse kolonialisme, maar dat de vermanende dominee zich toch ook deed gelden. Al aan het eind van de achttiende eeuw pleitte de voormalige VOC-ambtenaar Dirk van Hogendorp voor afschaffing van de herendiensten en dwangcultures op Java en voor een verlicht bestuur waarvan 'bescherming tegen alle onderdrukking en de uitoefening en pleeging van het onzijdigste en billijkste recht' de leidende beginselen dienden te zijn. Het was een denkwijze die andere vooruitstrevende koloniale denkers zouden overnemen en de stoot zou geven tot de latere 'ethische politiek' in Nederlands-Indië.

Na de ontmanteling van het koloniale rijk kreeg die ethische politiek een nieuwe vertaling in de voorhoederol die Nederland zichzelf toedichtte bij het bevorderen van vrede en veiligheid en vooral bij het bestrijden van armoede en onderontwikkeling. PPR-politicus Bas de Gaay Fortman bedacht er de term gidsland voor en PvdA-minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk wierp zich op als vaandeldrager van een missie waarin naar zijn overtuiging welbegrepen eigenbelang samenging met een morele opdracht.

Bij deze missie was het paternalisme dat de ethische politiek aankleefde, uiteraard passé. Pronk zette juist in op self-reliance, een begrip dat een centrale plaats innam in het denken van de destijds door links zeer bewonderde Tanzaniaanse president Julius Nyerere. Maar wat bleef was de onderliggende zendingsdrang. Er stond immers niets minder dan 'het voortbestaan van de menselijke soort' op het spel, aldus Pronk toen hij twintig jaar geleden zijn comeback maakte op de post van Ontwikkelingssamenwerking. Omineuze bewoordingen die een klimaat creëerden waarin lange tijd weinig ruimte was voor twijfel of alle goede bedoelingen ook het gewenste effect sorteerden.

Aan de poging een omvattend beeld te schetsen van de Nederlandse rol in de wereld vanaf 1800, vertilt Van den Doel zich enigszins. Daarvoor is Zo ver de wereld strekt te veel een geschiedenis van de bloei en neergang van het kolonialisme - en dan vooral in de Nederlands-Indië - en komt vooral de buitenlandse politiek er te bekaaid af. De internationale machtsverhoudingen - en de wijze waarop Den Haag zich daarop in verschillende periodes instelde - krijgen beperkte aandacht. Het laat onverlet dat Van den Doel een belangwekkend boek heeft geschreven over het overzeese verleden van een klein land met (iets te) grote aspiraties.

Wim van den Doel: Zo ver de wereld strekt - De geschiedenis van Nederland overzee.

Bert Bakker; 516 pagina's; € 29,95.

ISBN 978 90 351 2779 1.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden