Column

Klaverjassers zijn net wolven

Kaarten

Klaverjassen is het intimiderendste spel ter wereld en klaverjassers zijn eng.

Gisteren hebben ze weer eens geprobeerd me te laten klaverjassen. Ik kan niet klaverjassen. Ik voel vanuit mijn enkels - nee, ik denk vanuit de grond en dan door mijn enkels, pang, zo naar mijn hoofd - een diepe weerzin bij het woord klaverjassen. Het is iets dat je urenlang met zijn vieren doet. Daar ga je al.

Het is doodeng naar klaverjassende mensen te kijken. Ze zitten om een tafel en op de meest onvoorspelbare momenten wordt heel hard gelachen. Ze wijzen naar een kaart. Daarna wordt er weer minutenlang gezwegen.

Naar iemand kijken die midden in een kamer demonstreert hoe je heel eenvoudig zelf een glazen vaas kunt blazen, vind ik minder eng dan kijken naar klaverjassende mensen.

Voor iemand die niet kan klaverjassen, is klaverjassen misschien wel het intimiderendste spel ter wereld. Nou ja, wereld. In Frankrijk wordt het onder een andere naam gespeeld. Het zal eens niet. 'Kijk, in Nederland eten ze casino wit, laten wij dan onze broden in speciale ovens gaan bakken, zodat je ze heel moeilijk kunt meenemen op een fiets.'

Een kaartspel dat ook in Frankrijk wordt gespeeld, dan moeten eigenlijk meteen alle alarmbellen gaan rinkelen.

Ik ben nu 54 jaar oud en vanaf mijn 14de proberen bezeten klaverjassers mij het spel uit te leggen. Het is voor klaverjassers heel belangrijk dat je hun spelletje leuk vindt. Dat heb je met andere spelletjes niet. Ik heb nog nooit iemand in mijn nek gehad die mij, met een verwilderde kop, Dr. Bibber probeerde uit te leggen. En ja, dat kun je wél met elkaar vergelijken. Het is een spelletje, verdomme.

Klaverjassers zien dat heel anders. Die voelen zich een paar uur lang atoomgeleerden omdat ze, met een schaaltje leverworst naast zich, op het goede moment een kaart op tafel smijten. Het is specifiek iets voor klaverjassers, dat religieuze fanatisme. Pokeraars houden van dieren en bakken graag een taart. Klaverjassers houden van een rituele verbranding en eten aarde. Ik sluit het niet uit, een verwarde man die morgen, onder dreiging van een vuurwapen, veertig medewerkers van een naaimachinefabriek klaverjassen uitlegt. Af en toe verschijnt een van de gijzelaars voor het raam en laat een schoppenaas zien.

Meestal voel ik de bui hangen. Ik zie klaverjasuitleggers op kilometers afstand door het landschap scharrelen. Ze slaan toe in een kamer met maar één uitgang. Net als wolven communiceren klaverjassers met elkaar op een manier die door niemand wordt begrepen. Ze sluiten de nietsvermoedende prooi in. Een van de drie doet alsof hij een piepende deur repareert, een tweede hangt een schilderij recht, heel even kijk je de verkeerde kant op en dan zit de derde naast je en zegt: 'Als je een schoppen gooit, kan de ander nooit zijn troef gebruiken omdat er nog ruiten in het spel zitten. Let daarop.'

Gisteren lette ik, door vitaminegebrek, even niet op en meteen zaten ze naast me. Ik wist precies hoe dit zou gaan. Eerst gingen ze schudden en trots kijken. Daarna gingen ze de kaarten naar me toe laten glijden, zoals ze in films klaverjassen. De man rechts naast me legde het spel uit. 'Nee, dat is bij toepen, lul.' Ik knikte.

Daarna hoopte ik drie uur lang op een kleine kernramp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.