Klassieke lessen voor grandioze performers

Bart Kiene begint volgend jaar in Rotterdam een professionele theateropleiding voor allochtonen. Zijn speciale zaterdaglessen op de Toneelschool Amsterdam voor jonge allochtone acteurs zijn nu al populair....

Een oorverdovend ‘whè whè whè’ galmt door de zaal. De acteurs moeten stuk voor stuk een hongerige baby nadoen die zijn moeder roept, ‘een geluid van 90 decibel, dat dichter bij een drilboor ligt dan bij een stem’. ‘Probeer die schelle metaalklank te pakken te krijgen’, roept Bart Kiene, in een bovenzaal van de Amsterdamse toneelschool & Kleinkunstacademie (AT & KA).

Sinds anderhalf jaar geeft Kiene, docent op de Amsterdamse toneelschool, op zaterdagen lessen stembeheersing en tekstbehandeling aan mensen zonder hbo-toneelopleiding die wat extra scholing wensen op deze traditionele punten.

Hij begon met een aantal jonge Marokkaanse acteurs. Inmiddels stromen zijn extra lessen wekelijks vol. Veel jonge acteurs die op de zaterdaglessen verschijnen, hebben al een acteercarrière. Kiene: ‘Het zijn vaak grandioze performers, maar ze missen de achtergrond, de klassieke scholing.’

Zijn zaterdaglessen hebben er, samen met het feit dat de huidige theateropleidingen én veel gevestigde gezelschappen ‘betrekkelijk blanke bolwerken zijn’, toe geleid dat Kiene een nieuwe toneelacademie is gestart, de Rotterdamse Acteerschool. Dat doet hij samen met theatermaker en directeur van Jeugdtheater Hofplein Louis Lemaire en acteur Mimoun Oaïssa.

Een vijftal acteurs staat in een kring om Kiene. Het eerste deel van een zaterdagse toneelles in oktober is gewijd aan stemoefeningen. ‘Angst verkrampt elke acteur op het toneel’, zegt hij. Acteur José Klaassen (28) – ‘van Colombiaanse komaf’ – kijkt ongerust. ‘Ik heb gisteren gespeeld’, zegt hij met een stem van schuurpapier. ‘Leg je hand op je kin en doe alsof je schrikt, dan gaat je keel open.’ Klaassen doet een poging. ‘Goed zo, lekker lelijk, hou het nasaal’. De toneeldocent laat zijn leerlingen afwisselend op hun neusbotje, kin en voorhoofd drukken om te ‘voelen’ waar het geluid vandaan komt. Deze klank zorgt voor behoud van je stem, vertelt hij. ‘Zo diep mogelijk, nu allemaal.’ De groep galmt door elkaar heen. ‘Daar komt de Stem tevoorschijn, ja!’ roept Kiene enthousiast.

Dan moeten de spelers op de grond gaan liggen. De benen omhoog en de buikspieren aangespannen. ‘Dit zorgt voor een borstklank op de stem, mooi, vol en diep’, zegt de docent. Zodra iemands voeten ook maar even de grond raken is de stem weg. Kiene roept onderwijl onophoudelijk: ‘Tekst, tekst, tekst. Blijven spreken!’ Deze oefening, de Coblenzer berenzit, is bedacht door een Duitser, vertelt hij de leerlingen. Ze maken aantekeningen, voor thuis, om de oefening nog vaker te kunnen doen.

De Surinaamse Charlene Ellis (19) komt vaak op de zaterdaglessen. Ze volgt de eenjarige vooropleiding bij DNA, de multiculturele theatergroep De Nieuw Amsterdam, waar ze ook stem- en spellessen van Kiene krijgt. Ze wil dit jaar auditie doen bij de Amsterdamse toneelschool én op de nieuwe Rotterdamse school van haar docent.

Ellis: ‘Ik vind het positief dat er een beroepsopleiding komt die net als DNA meer oog heeft voor verschillen. Ik zit nu in de klas bij mensen uit Oost-Groningen, Drenthe, Iran, Ghana, Suriname en Tilburg, iedereen is anders en dat werkt heel goed. De hbo-toneelopleidingen zijn te blank. Dat is niet storend, maar het moet wel veranderen.’

Ook acteur Werner Kolf (25) van toneelgroep Rotterdams Lef (onder meer bekend van het stuk ter nagedachtenis aan de vermoorde Maja Braderic) juicht het initiatief van zijn docent toe. ‘Het wordt geen school voor Surinamers en Turken, de maatstaf blijft talent, maar ze kijken gewoon beter om zich heen. Dat lijkt me heel goed.’ Kolf kan momenteel redelijk leven van zijn toneelinkomsten, maar ‘over twee jaar kan het anders zijn’, daarom wil hij dit jaar toch auditie doen. Bij alle toneelscholen, dus ook bij de nieuwe van docent Kiene.

‘We zijn beste vrienden, hij en ik.’ Kolf draagt zijn tekst voor. ‘Maak een keuze’, zegt Kiene, ‘alsof je een alternatieve tekst hebt. Waar denk je aan, bedenk de woorden ter plaatse.’ Na een nieuwe poging roept hij uit: ‘Kijk dat is nou herscheppen van taal, prachtig.’

Kolf speelt al toneel sinds zijn achtste en noemt zichzelf autodidact. ‘De elitegroep is wit’, zegt hij, ‘terwijl er zoveel meer mensen met theater bezig zijn. Ik hoop dat die barrières wegvallen, maar je moet je er ook niet té bewust van zijn. Ik denk er niet teveel over na.’ Dat Kolf nooit auditie heeft gedaan bij de toneelschool heeft een andere reden. ‘In Suriname wordt theater als een hobby gezien, niet als een baan.’ Hij denkt dat veel allochtone jongeren een drempel ervaren om auditie te doen bij een toneelacademie. ‘Er zijn geen allochtone acteurs die een voorbeeldfunctie hebben. Dat is geen noodzaak, maar het kan je wel inspireren of net dat ene zetje geven.’

Rotterdam is volgens Lemaire en Kiene de ideale stad voor een nieuwe theateracademie. Lemaire: ‘De stad is een smeltkroes. De helft van de jongeren hier heeft een andere culturele achtergrond dan de Nederlandse. Die jongeren hebben geen rolmodellen, geen voorbeelden in het theater. Dat is het probleem.’ Toen een Kaapverdisch meisje een hoofdrol vertolkte in een van zijn stukken, zag Lemaire de zaal volstromen met Kaapverdianen. ‘Blijkbaar werkt het zo’, zegt hij.

Lemaire, die de financiële verantwoordelijkheid draagt voor het project wilde eigenlijk al vijftien jaar ‘zo’n school van de grond tillen’. De theatermaker ontmoette weinig profs met een diverse culturele achtergrond. ‘Ik zocht ooit een Turkse regisseur. Onvindbaar, zelfs hier in Rotterdam. Dat kan toch niet in het Nederland van nu?’

Er is bewust voor gekozen om de school particulier te houden, zegt Kiene. ‘We willen zoveel experimenteren, dat kan niet als het Rijk over je schouder meekijkt. Zo wordt de opleiding bijvoorbeeld een deeltijdopleiding. Drie dagen per week krijgen de leerlingen les. ‘Zodat ze de andere dagen de mogelijkheid hebben om te werken, wat veel jongeren doen om hun studie te bekostigen’, zegt Kiene. Verder willen Lemaire en Kiene veel gebruik gaan maken van ‘nieuwe didactiek uit managementopleidingen’, die meer resultaatgericht is.

Docent Kiene blijft ook gewoon bij de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunst academie werken. ‘Ze ondersteunen dit initiatief’, vertelt hij. En als het aan Kiene ligt, bezoekt hij over vier jaar een stuk van Toneelgroep Amsterdam of het Zuidelijk Toneel ‘met vier of vijf van onze spelers in de hoofdrol’. *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden