Klassiek beton

Hij behoort tot de grote architecten van de vorige eeuw, maar desondanks is Louis Kahn niet erg bekend. Ten onrechte, blijkt uit een overzicht in het Nederlands Architectuurinstituut.

Hoe wordt iets moois iets subliems? De locatie pal aan zee, even boven San Diego, wás al prachtig. Maar met de bouw van het Salk Institute for Biological Studies maakte architect Louis Kahn (1901-1974) er een magische plek van. Met een uitgestrekt plein van roomkleurig natuursteen en in het midden een smal stroompje water dat uitmondt in een kleine waterval. Met aan weerszijden, als coulissen, twee grote gebouwen van ruw beton en prachtig verweerd hout. En als 'decor' de lucht en het eindeloze uitzicht over de Grote Oceaan. Als je daar staat, word je even helemaal stil. Je voelt je nederig door de monumentaliteit van het plein, maar ook beschut door de gebouwen om je heen. Je wordt blij van al die schoonheid.


Is het de perfecte symmetrische compositie die zo'n indruk maakt en je de illusie geeft dat, al is het maar voor even, alles 'klopt'? Is het de ongebruikelijke, spannende combinatie van klassiek travertijn en dat rauwe beton? Of is het de suggestie dat dit stenen plein, innig verbonden met de oceaan, hier altijd al zo gelegen heeft en altijd zo zal blijven liggen?


Dat overweldigende Kahn-gevoel kun je nu ook ervaren in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi). Daar werd vorige week een grote overzichtstentoonstelling geopend over het werk van deze grote Amerikaanse architect met de passende titel The Power of Architecture.


Louis Kahn maakte architectuur die recht tot het hart spreekt. Zelfs als je alleen maar naar de foto's van zijn betonnen en bakstenen bouwwerken kijkt, doet dat iets met je. Het zijn zware, monumentale gebouwen met sterke vormen - kogels, kubussen, cilinders. Ze roepen een overweldigend gevoel van rust op en van ontzag. Sommige mensen worden er zelfs emotioneel van. Als je ziet hoe het zonlicht bij Kahn langs een onafgewerkte betonnen wand strijkt, dan wil je dat beton aaien. Je zou zelf in dat licht willen baden, in dat gebouw willen zijn.


Samen met Frank Lloyd Wright, Mies van der Rohe en Le Corbusier behoort Kahn tot de grote meesters van de 20ste eeuw. Maar van dit viertal is hij de grote onbekende. Dat komt doordat hij niet veel heeft gebouwd, en nooit in Europa. De tentoonstelling over zijn werk in het NAi is de eerste in Europa sinds 1969. En anders dan Le Corbusier en Frank Lloyd Wright was Kahn niet geïnteresseerd in publiciteit rond zijn eigen persoon.


Daarbij komt dat Kahn, anders dan zijn tijdgenoten, geen overduidelijke positie in de architectuurgeschiedenis inneemt. Frank Lloyd Wright is kort gezegd de architect die vanuit de ambachtelijke arts and crafts traditie een moderne stijl ontwikkelde. Mies van der Rohe is terug te brengen tot zijn beroemde slogan 'Less is more'. Le Corbusier is degene die het functionalistische idee van het gebouw als machine introduceerde in zijn standaardwerk Towards a New Architecture. Kahn schreef geen pamfletten of theoretische werken. Zijn architectuur is wie hij was. En zijn werk is juist allesbehalve eenduidig.


Wat de mystiek vergroot, is zijn dramatische levensgeschiedenis. In de openingsscène van de biografische documentaire My Architect: a Son's Journey (2003), gemaakt door Kahns zoon Nathaniel en te zien in het NAi, leest hij het krantenbericht uit 1974 voor over de tragische dood van zijn vader. Hij stierf op 73-jarige leeftijd aan een hartaanval, bankroet en moederziel alleen in een wc op Penn station, New York. Zijn liefdesleven was verknipt; hij had buiten zijn huwelijk twee relaties en bij elke vrouw een kind. Maar eigenlijk was hij getrouwd met zijn werk - hij sliep ook vaak op zijn bureau.


Kahn verenigde veel invloeden in zijn gebouwen. In de Richards Medical Research Laboratories in Philadelphia combineerde hij het 'nieuwe' materiaal beton met traditionele baksteen, klassiek-symmetrische elementen met een radicaal open gebouwstructuur. Voor het silhouet van het complex liet hij zich inspireren door het oeroude beeld van Middeleeuwse torens. Maar de manier waarop hij de lifttorens niet in, maar naast de torens met laboratoria plaatste, betekende een revolutie in de moderne architectuur.


Ook in het NAi leren we Kahn kennen als een alleseter. Hij was opgeleid in de traditie van de Beaux Arts school in Parijs, waarbij het draaide om zaken als symmetrie en hiërarchie. Maar tijdens de reizen die hij door Europa maakte, stortte hij zich ook op het opkomende modernisme, terwijl hij tegelijkertijd gefascineerd raakte door bouwkunst uit de klassieke oudheid en Middeleeuwse vestingwerken. Hij verdiepte zich in de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen en in de nieuwste technieken voor het bouwen met beton. Bij het ontwerpen van zijn woonhuizen van hout en steen bestudeerde hij de regionale architectuur. Terwijl de stedenbouwkundige plannen die hij ontwikkelde voor zijn thuisstad Philapdelphia utopisch zijn te noemen en zodoende nooit werden uitgevoerd. Voor de 180 meter hoge 'helixtoren' die hij voor het stadhuis ontwierp, was Philadelphia duidelijk nog niet klaar.


Kahn was lang zoekende naar wat hij nu eigenlijk wilde en brak uiteindelijk pas op zijn 60ste door met de Richards Medical Research Laboratories. Hij wilde wel hedendaagse architectuur maken, maar kon zich moeilijk vinden in het modernisme, dat hem met zijn industriële lichtgewicht constructies van glas en staal te zakelijk, te rationeel voorkwam. Pas na een verblijf in Rome begin jaren vijftig ontdekte hij zijn lotsbestemming: hij wilde moderne gebouwen maken met de ziel van de ruïnes die hij in Italië had gezien. Dat hij op die manier massa, gewicht, besloten ruimte - elementen die de modernisten overboord hadden gegooid - terugbracht in de moderne architectuur is een van zijn grote verdiensten.


Zo slaagde Kahn erin een verbinding te leggen tussen de moderne tijd en het verleden. Dat deed hij niet om een middenweg te vinden tussen modernistische en traditionalistische stijlen - hij wilde juist niet aan een stijl vastzitten - maar om te komen tot een tijdloze architectuurtaal. Hij werkte niet vanuit een vooropgesteld beeld, maar ging 'terug naar de basis'. Simpele geometrische vormen: cirkels, driehoeken, vierkanten. Het spelen met licht. Geen decoratieve gevelbekleding, maar puur gebruik van materialen. Vervolgens begon hij die elementen te structureren rond een centraal punt. Het kon maanden, soms wel jaren duren voordat op die manier alles op zijn plaats viel.


Maar voor de beleving van ruimte is de basic taal van Kahn uitermate effectief. Neem maar eens een kijkje in de bibliotheek in Exeter. Laat je imponeren door het licht dat van bovenaf de centrale hal van beton binnenvalt. Ervaar de verstilling in deze ruimte. Voel je uitgenodigd om een boek te pakken door de enorme ronde gaten in het beton, waarachter de verdiepingsvloeren met boekenkasten in volle glorie getoond worden. Bewonder de met de hand gemetselde wanden, het strakke voegwerk, de nuances in de klei van de roodbruine bakstenen. Droom weg in het zonlicht in een van de houten studienissen aan het raam. In dit tijdloze 'fort' met zijn gemetselde gevels ben je even weg van de wereld.


'Loflied op de schoonheid, kracht en troost van architectuur' is de ondertitel die het NAi aan de Kahn-tentoonstelling heeft meegegeven. Dat klinkt nogal pretentieus. Maar lopend door de zalen met maquettes, tekeningen en foto's begin je die woorden te begrijpen.


De gemoedstoestand in de architectuurwereld wordt momenteel getekend door somberheid en vertwijfeling. Architectenbureaus gingen failliet, 40 procent van de architecten is werkloos. Architecten vragen zich af voor wie ze al die leegstaande gebouwen hebben ontworpen. Het vak verkeert in een crisis. Welke kant moet het nu op? Er is geen stijl meer die de weg wijst; alles kan en mag vandaag de dag - modern, post-modern, regionaal, traditionalistisch. We hebben alles gehad: van nog groter naar nog hoger. De tijd van iconen bouwen is voorbij. Niet alleen omdat er geen geld meer is voor megaprojecten, maar ook omdat de tijdgeest ze niet meer verdraagt. Wat is in deze tijd nog de waarde van architectuur? Van het beroep architect?


Voor wie het geloof in de architectuur dreigt te verliezen, brengt het werk van Kahn wellicht enige geruststelling. Alleen al het gegeven dat er gebouwen zijn zoals het Salk Institute, die zo'n overweldigende ervaring bieden, is een bewijs van de waarde van architectuur. Daarbij komt dat Kahns archetypische bakstenen en betonnen kolossen nog niets aan kracht hebben ingeboet. Het Salk Institute ziet er na vijftig jaar geenszins gedateerd of versleten uit. De werknemers vinden het bovendien nog altijd een fantastische werkplek. Dat architectuur zo 'duurzaam' kan zijn, is een hoopgevende gedachte.


Moeten we Kahn zien als een goeroe? Natuurlijk niet; het zou geheel tegen zijn eigen, veelzijdige gedachten ingaan. Bovendien werd Kahn ook niet in een dag beroemd; hij heeft veertig jaar met zichzelf geworsteld voordat hij doorbrak. Maar de houding die Kahn door zijn hele leven heen laat zien, zou opnieuw kunnen inspireren. Door back to basics te gaan kwam hij uiteindelijk tot een 'nieuw begin' en een eigen, tijdloze architectuur. Voor nu is dat lang geen gekke gedachte.


Louis Kahn - the power of architecture, tot 6 januari 2013 in het NAi, Rotterdam.


Op zondag 16 september zijn er verschillende gratis activiteiten rond de tentoonstelling, zoals instaprondleidingen door de tentoonstelling, workshops en dansvoorstellingen met een 'Kahn-choreografie'. Ook zijn er fragmenten uit Nathaniel Kahn's documentaire 'My Architect' te zien. Informatie: nai.nl/kahn


Kahn in de buurt


Wie een echte Kahn wil zien zal een ticket moeten kopen naar Amerika, India of Bangladesh. Maar in Europa is de architect ook aanwezig; Kahns invloed is onder meer terug te zien in het werk van architecten als Aldo Rossi, Mario Botta en James Stirling en Herman Hertzberger.


In Nederland werden de afgelopen jaren, toevallig of niet, twee nieuwe gebouwen opgeleverd die opvallende gelijkenis vertonen met Kahns werk: het Huis van Cultuur en Bestuur in Nijverdal van Claus en Kaan, en het Scheringa museum in Opmeer, ontworpen door Herman Zeinstra. Hoe lieten zij zich inspireren?


Claus en Kaan kijkt voor hun ontwerpen veel naar de geschiedenis van de architectuur. Wat Felix Claus fascineert aan Kahn is het gebruik van pure architectonische middelen: schaal, licht, materiaal, structuur. 'Daarmee geeft hij een bijna transcendente kwaliteit aan ruimten, die het monumentale van zijn werk verzacht. Het is heel moeilijk over te brengen, maar waanzinnig effectief om te ondergaan.'


Net als Kahn wil hij ook 'dicht bij de directe zeggingskracht van de ruimte blijven'. Bovendien werd voor het Huis van Cultuur en Bestuur een bepaalde monumentaliteit gevraagd; het gebouw is publiek en huisvest diverse functies. Claus: 'We gebruikten de gewelfde structuur van Kahns Kimbell Art Museum om een verbindend en duidelijk leesbaar, openbaar interieur te maken. De bakstenen materialisatie van de Exeter bibliotheek vormde de inspiratie voor de krachtige - en betaalbare - uitstraling.'


Ook Herman Zeinstra keek bij het ontwerpen van het Scheringa Museum naar het Kimbell Art Museum in Texas. 'Ik ben al 74 en opgegroeid in de tijd dat het modernisme zijn bestaansrecht begon te verliezen', vertelt Zeinstra. 'Dus ging ik op zoek naar iets anders, naar elementen waaraan je kunt vasthouden. Zo kwam ik terecht bij Kahn. Meer dan om zijn vormentaal gaat het mij om zijn principes. Elk gebouw heeft een bestaansreden omdat het onderdak verleent aan een functie. Kahn gaf gebouwen bestaansrecht. Dat deed hij met de elementen die intrinsiek bij het bouwwerk horen: constructie, ruimtelijke werking, compositie. Alles hangt met elkaar samen. Zo heb ik het ook geprobeerd te doen. Daarbij kwam: ik wist dat mijn opdrachtgever van baksteen hield.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden