Klasse foto's

Julian Germain komt binnen met een grote camera, zet de kinderen neer en maakt een foto. 481 keer is dat zo gegaan, in klaslokalen overal ter wereld. Vanaf morgen te zien in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam.

Soms zaten er wel zeventig kinderen in een klas. Soms telde een hele school slechts vijftien leerlingen. Voor sommige scholen reed hij kilometers door de bergen van Jemen, andere lagen bij wijze van spreken om de hoek, in zijn thuisland Engeland. Hij sleepte lampen met zich mee en zware generatoren.


'Het is niet zomaar even gepiept, zo'n foto maken', zegt fotograaf Julian Germain (50). Hij is een paar dagen in Rotterdam, om te overleggen over zijn tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum en om de eerste tentoonstellingsprints te controleren.


'Ik kom binnen met lichten en een grote camera. En ik neem de tijd. Ik zorg dat iedereen op de goede plek zit, dat geen enkel kind achter een ander verstopt zit. Dan leg ik uit dat de belichtingstijd vrij lang is en dat ze klaar moeten zijn. Ik wil dat ze niets anders doen dan 'klaar zijn'. Ik leg uit dat als ze bewegen, ze kunnen verdwijnen in het beeld. En dat dat zonde zou zijn. Dan wacht ik. En zij wachten. En we wachten allemaal op elkaar. En dan - ktshh - neem ik de foto.'


481 keer is dat zo gegaan, in Jemen, Nederland, Spanje, Nigeria, Peru, Taiwan, de Verenigde Staten, Engeland, Saoedi-Arabië, Hongarije, Japan, Argentinië, Brazilië, Katar, Bahrein, Duitsland, Bangladesh, Ethiopië, Rusland en Cuba. 481 keer schroefde Julian Germain zijn grote 5x4 camera ('een prachtig, exotisch uitziende machine uit begin jaren zeventig') of zijn digitale Hasselblad ('een lelijke sportauto') op het statief en monsterde hij door de lens wat hij zag.


Kwam het lokaal zelf, met al zijn posters, schoolborden, klokken, tekeningen, boeken en letterkaarten zo goed in beeld of moest hij de camera nog iets hoger opstellen? Niet té hoog, in godsnaam niet te hoog, want dan kreeg je van die 'verschrikkelijke vertekende hoeken' en hield de foto op met 'echt' lijken. Waren alle gezichtjes zichtbaar, ook dat van het zeventigste kind achterin? Verdween de ene leerling niet stiekem achter de andere, was het niet alsof dat ene meisje daar achteraan uit het hoofd van die jongen voor haar leek te komen?


Dan liep hij door de klas, schikte, schoof een beetje met tafels en stoelen. Zei tegen de kinderen dat ze hun kauwgom beter konden uitspugen.


'Ik zei tegen hen: Wanneer je kauwt, beweegt je mond. Dat ziet er raar uit op de foto, en ik wil niet dat je er raar uitziet. Ineens bedacht ik dat het wél leuk zou zijn wanneer één van hen een grote bel zou blazen op het moment dat ik de foto nam. Maar dat werkte niet, want toen het erop aankwam kreeg die jongen het door de spanning niet voor elkaar. Bovendien draaide iedereen zijn hoofd om naar hem te kijken. Moest ik al die hoofden weer terugdraaien.'


Want dat iedereen in de camera moest kijken, stond voor Germain al snel vast. Hij houdt ervan om door fotoboeken te bladeren met groepsportretten. 'Zoiets kan behoorlijk dwingend zijn, al die mensen die naar jou kijken.' Hij liet zich inspireren door de Peruaanse fotograaf Martín Chambi, die in de jaren twintig 'prachtige' portretten maakte van soms wel tweehonderd mensen. 'Zijn foto's zijn ontzettend vermakelijk. Hoe dééd hij dat in vredesnaam? Het is zo uitdagend, ik raakte erdoor gefascineerd.'


Een vooropgezet plan was er niet, laat staan dat Germain wist dat hij zo veel klassenportretten zou maken. Maar nadat Germain in 2004 de opdracht had gekregen Noord-Oost Engeland te bezoeken en daar foto's te maken, ging het eigenlijk vanzelf. Zijn eigen dochters gingen rond die tijd ook voor het eerst naar school, dat hielp mee.


Hij begon te mijmeren over de functie van een school, over die dagen vroeg in ieders leven waarin 'bepaalde leraren, lessen, klaslokalen, huiswerk, proefwerken, vrienden, vijanden, het uniform, tassen, boeken, enthousiasme, verveling, momenten van trots en succes, van schaamte en falen enzovoort, allemaal vervlochten zijn met de ingewikkelde zaken van de wijde wereld buiten de schoolhekken en de fysieke kenmerken van het opgroeien'. Zo schreef Julian Germain het uiteindelijk in het voorwoord van zijn boek Classroom Portraits 2004-2012, waarin een groot deel van die 481 foto's werd opgenomen. Want die eerste reeks van zes Engelse foto's groeide uit tot een enorm, wereldwijd project, dat Germain er niettemin - nou ja, niet eventjes bij deed, maar dat vooral in het begin toch werd gevoed door toevalligheden. Na die zes Engelse scholen kwamen er nog een paar scholen in andere delen van Engeland bij en toen hij daarna naar Argentinië moest voor het geven van workshops, fotografeerde hij de schoolklassen daar in één moeite door. En toen hij naar Brazilië ging voor een ander project, dacht hij... - en zo begon het. Willekeurig.


Maar ja, met de geleidelijke groei van de fotoreeks ontstond ook een knagend gevoel. Noem het de fotografische wil om min of meer compleet te zijn, noem het politieke correctheid. 'Op een dag keek ik naar mijn foto's en dacht: Hmm, het is wel een beetje raar dat er geen klassenportretten uit Afrika tussen zitten. Misschien moet ik een manier vinden om naar Afrika te gaan zodat ik dat hokje tenminste kan afvinken, want nu is het ... verkeerd.' Dus vond Julian Germain een manier om naar Afrika te gaan. En naar het Midden-Oosten. En naar Japan. Totdat hij kon zeggen: 'Oké, zo is het goed.'


Julian Germain (donker haar, dito baard en wonderlijk lichte blauwe ogen) is de man van de extraatjes. Altijd geweest, al vanaf het moment dat hij in 1990 zijn eerste boek uitbracht. Steel Works. Consett, from steel to tortilla chips ging over de teloorgang van de staalindustrie in Durham, in het noordoosten van Engeland. Germain combineerde daarin zijn eigen documentairefoto's met gevonden foto's: snapshots uit familiealbums van de staalwerkers en oud werk van een fotojournalist van de lokale krant. De Engelse taal heeft daar zo'n mooie term voor: vernacular photography.


Tegenwoordig kun je haast geen fotoboek openslaan of je stuit op een verzameling anonieme amateurfoto's die de maker van het boek in een mottige hutkoffer onder de vloer van zijn overleden achternicht vond, maar destijds was het nieuw. Germain was, samen met de Amerikaanse fotograaf Susan Meiselas, een van de eerste documentairefotografen die het deed, en met succes. Later, in 2005, paste hij de methode opnieuw toe in zijn blij makende bestseller For every second you are angry you lose sixty seconds of happiness. Daarin legde hij het simpele leven van een oude Engelse man, Charles Albert Lucien Snelling, vast en wisselde zijn eigen foto's af met de opnamen van Charlie, een tuinder met gevoel voor kleur en compositie.


Genereus, noemt Germain die werkwijze. Hij gebruikt het woord vaak tijdens het gesprek. 'Ik wil altijd zoveel mogelijk meegeven. Met vernacular photography kun je een extra inhoudelijke laag toevoegen aan je eigen werk. Het is aanvullende informatie, die de situatie vanuit een andere kant belicht en het publiek meer kan vertellen.'


Inmiddels heeft hij het gevoel dat hij niet meer met dat gevonden materiaal kan aankomen ('Iedereen doet het. Mensen zouden potdomme zelf weer eens wat foto's moeten nemen!'). Bovendien probeert hij graag nieuwe dingen uit. Daarom richtte hij zich in zijn schoolklassenproject naast fotografie op film (in het Nederlands Fotomuseum is een aantal korte filmopnamen te zien, waarover Germain niet te veel kwijt wil vanwege het verrassingseffect). En op zelfgemaakte vragen die Germain aan alle schoolkinderen voorlegde - 'Wat is je favoriete les?', 'Geloof je in God?', 'Vind je het leuk om gefotografeerd te worden?'- en die verwerkt werden in tabellen en grafieken.


Die verwerking was een 'nachtmerrie', vertelt Germain, maar hij is blij dat hij het heeft gedaan. 'Een foto vertelt veel, maar lang niet alles. Er is altijd nog een berg méér informatie en daar ben ik altijd in geïnteresseerd geweest. Het is mijn sterke punt én mijn zwakheid, want die interesse leidt tot bruikbare theorieën, maar ook tot ambiguïteit.'


Waarvan akte, want er zijn genoeg mensen in Germains omgeving die hem ten zeerste hebben afgeraden de tabellen op te nemen in zijn boek en de tentoonstelling. En misschien hadden ze gelijk, want het zijn uiteindelijk de foto's (en de films) die het meest aanspreken omdat er zoveel op te zien is. Maar behalve genereus is de Britse fotograaf blijkbaar ook behoorlijk koppig. De tabellen zijn gebleven.


Net als de foto's die net even afwijken van de rest. En daarvoor geldt dan weer: godzijdank. Het zijn foto's die buiten werden gemaakt, zoals een beeld uit Jemen, waar het adembenemende landschap belangrijker lijkt dan de schooljongens die er in opgesteld staan. Of een foto van een school in Nigeria, waar kinderen buiten spelen en op de achtergrond geiten rondscharrelen. Ze leiden ertoe dat de typologische reeks af en toe wordt onderbroken. Dat ze niet zo streng is als bijvoorbeeld de fotoseries van industriële bouwwerken die de Duitse fotografen Bernd en Hilla Becher in de jaren zeventig maakten en waarin alle gebouwen keurig netjes eindeloos op dezelfde manier zijn geordend.


'Soms moet je gewoon een beetje meebuigen met wat je tegenkomt', zegt Julian Germain. 'Ik vond het zonde om die landschappen niet te gebruiken en alleen die klaslokalen te fotograferen. Ik hou ervan wanneer er nog een beetje van de wereld buiten de school te zien is. En als je flink inzoomt kun je nog steeds alle gezichten van de kinderen zien. Dit soort beelden openen je blik, ze tonen je iets anders. Ze moesten er gewoon bij.' En met die koppigheid kunnen wij alleen maar blij zijn.


Julian Germain. The Future is Ours/ Classroom Portraits 2004- 2012. Van 2 juni tot 2 september.

Géén pamflet

Classroom Portraits is geen politiek project, zegt Julian Germain nadrukkelijk. Het gaat niet over rijk versus arm, over privéschool versus staatsschool, zoals nu actueel is in Engeland. Desalniettemin heeft Germain persoonlijk een uitgesproken politieke mening. 'Ik leef in een droomwereld. Ik vind het zonde dat een kind dat later monteur wil worden al vroeg wordt gescheiden van het kind dat wiskunde wil studeren. Ze zouden samen in de klas moeten zitten. Anders is het goed mogelijk dat ze elkaar later alleen nog tegenkomen wanneer de wiskundige zijn auto moet laten repareren.'

'Deze foto wijkt af van de rest. Maar het kon niet anders. Dat stenen gebouwtje daar vooraan, met die diepe afgrond ernaast, is de hele school. En daarbinnen was het stikdonker. Ik kon geen generator meenemen naar boven, want er kunnen geen auto's komen. Alle bergen in Jemen zien er zo uit, als een soort omgekeerde hoorns, en helemaal op de top, létterlijk op de top, liggen dit soort dorpen. En je ziet: we zaten midden in een wolk. Als die wolk er niet was geweest, had ik een weids uitzicht gehad. Ik dacht: ben ik verdomme helemaal omhoog geklommen, kan ik niks zien. En bovendien: de school was net uit. Ik heb de foto toch gemaakt. En ja, hij is anders dan de rest, en misschien wat verwarrend. Maar móói. Ik wilde hem er gewoon bij hebben.'


'Het was oorspronkelijk niet mijn idee om naar scholen voor gehandicapte kinderen te gaan. Maar hiervoor werd ik uitgenodigd en dan is het onbeleefd niet te gaan. Ik had een geweldige dag. Het was ontroerend mensen te fotograferen die geen visueel besef hebben. Ik probeerde ze uit te leggen wat een foto is, maar ja, voor hen is dat een plat stuk papier. Dus ik vertelde dat het een soort plattegrond van de ruimte was, met hen erin. En ik zei - dat vond ik zelf wel goed bedacht eigenlijk - dat het nemen van een foto zoiets was als het openzetten van de deur, waarna de wind binnenkomt, de deur weer dicht gaat en de wind stopt. Vooral het eind was geweldig: de kinderen wilden mijn camera ontmoeten. Ze kwamen naar voren en voelden eraan en openden de sluiter, want die maakt zo'n mooi geluid. Het was prachtig.'


'Jonge kinderen zijn helemaal moeilijk te regisseren. Je probeert hun aandacht te krijgen, veel meer kun je niet doen. In deze Engelse klas was ik aan het proberen de boel te stroomlijnen en plotseling zag ik achterin een jongetje dat op zijn gezicht aan het tekenen was. Ik dacht: dit is ge-wel-dig, jij moet naar voren komen. Ik wil er zeker van zijn dat jij zo op de foto gaat. Het was geluk, maar volgens mij heb je dat geluk als fotograaf zelf in de hand. Want als ik daar niet was geweest en als hij niet zo lang verveeld had moeten wachten, had hij het waarschijnlijk nooit gedaan.'


Het boek Classroom Portraits van Julian Germain (plm. 210 pagina's) verschijnt bij Prestl Verlag en kost € 59,95. ISBN 978-3-7913-4748-6

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden