Klare taal gezocht

Zaalteksten in musea zijn bedoeld om bezoekers lekker te maken voor wat er te zien is, helaas gaat dat vaak mis.

Afspraak vooraf: wilt u de volgende zinnen helemaal uitlezen en de krant niet uit moedeloosheid, ergernis of nijd verfrommeld in de hoek gooien. Oké, fasten your seatbelts: 'De tentoonstelling [...] reflecteert op beelden en de voorwaarden van hun zichtbaarheid en circulatie. Startpunt is het aan diggelen slaan van een lcd tv beeldscherm - waarmee deze constructie zichtbaar wordt op het moment van de vernietiging. In dezelfde geest reflecteren veel werken op de materiële, politieke en technologische voorwaarden van zichtbaarheid - en onzichtbaarheid.'


Bent u daar nog? Mooi.


Bovenstaande tekst werd uitgeserveerd bij een tentoonstelling van de Duitse videokunstenaar Hito Steyerl in het Eindhovense Van Abbemuseum. En het aardige was: de zaaltekst hing er om u, de bezoeker, wijzer te maken waar het werk over ging. Wie de tentoonstelling heeft bezocht, zal er al snel achter zijn gekomen dat niet de tekst de video's verduidelijkte, maar juist andersom: het getoonde videowerk probeerde de tekst te verhelderen.


Ziehier in een notendop het euvel dat zich nog steeds veelvuldig in de Nederlandse musea en kunstcentra voordoet. Kunstinstellingen willen service bieden om kunst te verduidelijken aan een steeds groter wordend lekenpubliek. Maar het effect ervan is regelmatig contraproductief.


Kunst als een 'metafoor voor een onbereikbaar ideaal', als 'narratief subject van de geschiedenis' en 'denkmodellen, indicatoren en materiële voorstellen voor onze planetaire condities'. Kunstenaars die op zoek zijn naar 'spiritualiteit en verborgen motieven' en 'performatieve reflecties en interventies op een generatie van publieke artistieke processen' presenteren. Het zijn teksten die je vaak tegenkomt; een woordenbrij van een 'theoretisch' gehalte, waarbij zelfs de meest door de wol geverfde kunstcriticus zich achter de oren krabt.


Wat staat er eigenlijk? Voor wie is het bedoeld? Maar vooral: wie schrijft dit misdadig proza?


Lange tijd bepaalden de conservatoren niet alleen het artistieke programma, maar ook wat er in de museumzalen aan teksten te lezen was. In menig museum, zoals het Van Abbemuseum, is dat nog steeds het geval. 'Bij het kunstwerk leveren we droge informatie, overgenomen uit de collectiedatabank', legt Ilse Cornelis, senior adviseur marketing, communicatie en pers van het Eindhovense museum, uit. 'De naam van de kunstenaar, titel van het werk, jaartal, techniek, dat soort gegevens. Geen omschrijvend verhaal; geen interpretatie.'


De inleidende zaalteksten worden door de conservator aangeboden. Cornelis: 'Die hebben de neiging voor hun vakgenoten te schrijven. Niet altijd even toegankelijk. De communicatieafdeling herschrijft het, desgewenst, om het leesbaar en duidelijk te maken. Maar het veto ligt uiteindelijk toch bij de conservator.'


Volgens Cornelis is het dikwijls een kwestie van onderhandelen. Wikken en wegen. Ook omdat het publiek van het Van Abbe grotendeels uit hoger opgeleiden bestaat, terwijl het museum ook de 'gemiddelde bezoeker' wil bedienen. Maar ja, die Steyerl-zaaltekst was inderdaad geen succes, vindt ook Cornelis. 'We staan niet bekend als het makkelijkste museum. En niet alles wat we tonen is voor iedereen bedoeld, maar natuurlijk moet het wel toegankelijk worden verteld. Soms slagen we daarin. Soms blijven het miskleunen.'


Strikte regels voor stijl, lengte, woordkeuze of lettertype heeft het Van Abbemuseum niet. Het Rijksmuseum wel. Wim Pijbes, directeur van onze 'nationale schatkamer' is duidelijk: tekstbordjes bij het kunstwerk moeten van afstand te lezen zijn, een contrastrijke achtergrondkleur hebben, niet meer dan zestig woorden bevatten en geen jargon.


Pijbes wil dat de bezoeker beter gaat kijken; niet dat hij de kennis van de conservator krijgt opgespeld. Dus niet: 'Dit stilleven van Heda heeft een pendant in het Prado.' Wel: 'Ik zie een jonge vrouw die haar kousen uittrekt.' Wie de eindverantwoordelijke is voor dit soort beslissingen in het Rijksmuseum? Pijbes: 'Ik. Conservatoren willen natuurlijk veel vertellen. Met als gevaar dat de teksten groter worden dan het schilderij.'


De hiërarchische opstelling van Pijbes, als alleenbeslisser, is opmerkelijk. Het belang van de afdelingen kunsteducatie en publieksbegeleiding is de laatste jaren groter geworden. Kan ook niet anders. Werd in de jaren zestig en zeventig de kiem gelegd voor kunsteducatie vanuit idealistische, sociale motieven - kunst toegankelijk maken voor een breed publiek - nu heeft het ook een financieel argument. Musea moeten bezuinigen; inkomsten van bezoekers worden belangrijker.


Reden waarom de macht van de heren en (vooral) dames van de publiciteitsafdeling is toegenomen - ook buiten hun eigen vakgebied. Tentoonstellingen worden niet meer alleen door de artistieke staf bedacht. De medewerkers 'publiek en educatie' denken mee, soms vanaf het begin.


In het Dordrechts Museum (een van Nederlands toegankelijkste musea als het om de leesbaarheid van teksten gaat) kan de betrokkenheid zo ver gaan dat de educatieafdeling conservatoren een bepaalde selectie van kunstwerken afraadt. 'Omdat het soms niet werkt', zoals Emmeline Nijsingh van de dienst educatie uitlegt. 'Dan doen we suggesties om een tentoonstelling in de keuze van werk publieksvriendelijker te maken.' Voor de komende zomer organiseert het Dordrechts Museum zelfs een expositie, Graag Gezien, die enkel door de afdeling educatie en publieksbegeleiding is samengesteld. Er komt geen conservator aan te pas.


Cultuuradviseur Johan Idema bespeurt die veranderende rolverdeling ook. Maar, voegt hij eraan toe, 'je moet als educatiemedewerker wel van goeden huize komen om een conservator te overtuigen. Je bemoeit je toch met zijn vakgebied. Daarbij is de educatiedienst ook zelf een deel van het probleem. Ook die ziet niet altijd dat iets onleesbaar is.'


Idema onderzoekt al geruime tijd hoe bezoekers beter en intensiever bij kunstwerken kunnen worden betrokken. 'Een museum dat gericht is op ingewijden kan specialistischer zijn in zijn taalgebruik. Als je een publiekstaak hebt, moet het toegankelijk zijn.'


Conservatoren vallen volgens Idema al snel terug op abstract kunstjargon: art speak. Curatorentaal. 'Ze doen het uit routine, gewenning. Een moeilijke tekst is voor veel curatoren makkelijker te produceren. Maar wat bedoelen ze met zinnen als: 'Dit kunstwerk stelt vragen over de globalisering'? Als bezoeker blijf je nog steeds in het ongewisse om welke 'vragen' het gaat. Curatoren willen serieus worden genomen. Ze hebben een angst dat het jip-en-janneketaal wordt.'


'Het is ook een duivels dilemma voor wie je schrijft', vult Pijbes aan, 'voor experts, scholieren of families met kinderen. Ik benijd de musea voor moderne en hedendaagse kunst niet, met al hun abstracte kunst. Daar is visueel niet veel aan te beleven. Wel intellectueel. Ik acht het niet uitgesloten dat je daarover toch helder kunt schrijven, maar het heeft doorgaans een hoog abracadabra-gehalte. Daar ben ik allergisch voor.'


Het Van Abbe is zich ondertussen ervan bewust geworden dat de inleiding bij de Hito Steyerl-expositie over het randje van de leesbaarheid ging. Het museum heeft zich, volgens Ilse Cornelis, de kritiek aangetrokken van Volkskrant-recensente Sacha Bronwasser, die schreef over 'de tenenkrommende introductietekst, kennelijk bedoeld om de niet-ingevoerde bezoeker af te schrikken'.


Cornelis: 'Wij dachten daarna ook: o jee, wat staat er precies? Nu hebben we de tekst herzien. De letters voor een nieuw bord zijn besteld. We gaan het binnenkort ophangen. Zaalteksten zijn bedoeld om bezoekers lekker te maken voor wat er te zien is. Maar als critici die al niet kunnen lezen, dan is er wat grondig mis.'


Zo moet het


'Havens met Hollandse wolkenluchten. Als kind al roeide Van Mastenbroek met potlood en tekenboek door de havens van Rotterdam.' Wie zo de tekst bij een schilderij begint, heeft de kijkers op zijn hand. In dit geval: De vaart te Zwartewaal, een zonovergoten waterlandschapje uit 1907 van de schilder Johan Hendrik van Mastenbroek in het Dordrechts Museum. Het museum besloot in 2010, na een ingrijpende verbouwing, de tekstbordjes korter en aantrekkelijker te maken. Met succes. 'Om iemand goed te laten kijken heb je geen zwaarwichtige terminologie nodig', laat het museum desgevraagd weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden