'Klagen was taboe in ons gezin'

Andries Knevel (49) is tv-presentator en EO-directeur. Hij groeide op in Bussum. Waar ooit het gymveld was van zijn school, staan nu de studio's waar hij zijn programma's maakt....

tekst caspar janssen ; fotografie irene van herwerden

Andries Knevel spreekt graag af in restaurant Jan Tabak, precies op de grens van Naarden en Bussum. Zowat zijn hele jeugd speelde zich af op het grondgebied van deze twee gemeenten, en hij woont er nog steeds. 'Jaja, ik zit midden in de postmoderne cultuur. Mijn hele leven al. Mijn jeugd heeft zich afgespeeld op grond die is gewijd aan het moderne medium.' Dat blijkt, als we even later in zijn 'reli-container', een ruime Chrys ler-stationwagen, de omgeving doorkruisen. Door de Kerkstraat in Bussum bijvoorbeeld. 'Hier stond de hervormde kerk, waar de eerste tv-studio, studio Irene, werd ondergebracht. Dat is een signaal, hoor. En toen de tv-studio eenmaal uit de kerk verdween, werd het gebouw afgebroken. Dat is ook een signaal. In mijn jeugd gingen we er weleens naar toe, want dan kon je Swiebertje en Pipo naar buiten zien komen. Het gebeurde allemaal in dat witte kerkje. Toen al, in mijn lagere schooljeugd, had ik iets met televisie. La ter, in de eerste twee jaar van mijn huwelijk, heb ik nog in een bovenwoning gewoond tegenover die tv-studio.'

Zijn vader groeide op in het Gooi. Groot vader Knevel was hier neergestreken nadat hij met zijn gezin was weggetrokken uit de streek tussen Nijkerk en Putten. Van we ge de armoede en werkloosheid in dat westelijke deel van de Veluwezoom. Zijn grootouders van moeders kant kwamen uit de bollenstreek, uit Lisse, ook uit een kerkelijk milieu. 'Dat geloof hebben ze hier voortgezet.'

Een orthodox christelijk gezin in het overwegend liberale Gooi. Christelijk gereformeerd, de zwaardere variant. 'Geen buitenkant, wel binnenkant. Mijn ouders pro -

beer den het geloof waar te maken in hun leven.' Grootvader was organist van de kerk en was er veertig jaar lang penningmeester. Ook Knevels moeder was kerkorganiste.

De kleine Andries ging braaf mee naar de kerk, maar eenmaal puber zei het geloof hem niets meer, zegt hij nu. 'Ik ging alleen maar mee naar de kerk om mijn ouders een plezier te doen. Zo is het mijn hele middelbare schoolperiode geweest. Ik ging ook van ca techisatie af. En ik ging, op mijn 18de, economie studeren in Amsterdam. Ik was hard bezig van mijn geloof af te vallen. Het was er niet meer.' Totdat, zo zei hij ooit, 'God opeens een aantal vragen in mijn hart legde'. Dat was in collegezaal 4A-00 van de Vrije Uni ver si teit. Hij werd daardoor 'compleet een ander'. Kort na Gods interventie stapte hij over op de studie theologie.

Hij groeide op in de T.B. Huurmanlaan 68, een bescheiden rijtjeshuis, pal tegenover de toenmalige, protestants-christelijke lagere school Timotheüs, die ook al is afgebroken. 'Alleen het hek staat er nog. En kijk, dat elektriciteitshuisje stond er toen ook al.'

Om de hoek het grasveldje waar de jonge Andries voetbalde met zijn broer en met vriendjes. Er is niets veranderd. Ook de oude kastanjeboom, waar ze de bal altijd, als Wim van Hanegem, omheen probeerden te krommen, staat er nog. 'Ik was als voetballer trouwens meer het type Paul Bosvelt.'

Op zijn 11de zag hij voor het eerst dat er iets mankeerde aan de gezondheid van zijn vader. 'Ik zag mijn vader hier op een avond de straat oversteken naar de school, voor een rapportvergadering. Ik dacht: wat loopt hij toch statig. Nog niet wetende dat hij toen al met zijn been liep te slepen.'

Zijn vader leed aan de progressieve spierziekte ms. 'Hij ging steeds een stukje achteruit, langzaam maar zeker werd hij invalide. Mijn ouders hebben alles geprobeerd om ons, mijn broer, mijn zus en ik, een zo normaal mogelijk leven te laten leiden. Maar toch: al in mijn jonge jeugd kon mijn vader niet meer met ons voetballen. Je vader gaat op je leunen. Letterlijk. Hij leunt op je, hij valt, je moet als jongen je vader optillen. Mijn vader was gemeente-ambtenaar en ik heb hem nog een tijd naar zijn werk gereden. Hij sleepte zich aan mijn hand naar het gemeentehuis. Toen dacht ik: het is normaal, het hoort erbij. Ik was de oudste, ik voelde die verantwoordelijkheid om het gezin, voorzover ik dat kon, draaiende te houden. Pas later besef je dat zoiets misschien wel veel invloed heeft op je leven.'

Ze hadden het thuis niet arm. Althans, andere kinderen uit buurten even verderop, hadden het veel slechter. Dus was klagen in het gezin Knevel taboe. 'Ach, zo eind jaren vijftig, begin jaren zestig was het leven eigenlijk voor iedereen sober. We hadden een kruidenier aan huis en die bracht een keer per week een fles cola. Die stond dan vier dagen in de kelderkast. Iedere dag ging ik even kijken of de fles er nog stond. En op zaterdagavond werd de fles cola plechtig geopend. Dat was dan het hoogtepunt van de week.'

'Door de bank genomen was ik een gehoorzame jongen', zegt hij, 'al was ik op de lagere school ook een vechtersbaas. Later, op de middelbare school, was ik niet zozeer opstandig, maar ik was wel gevoelig voor de verlokkingen van de buitenwereld. Pop muziek speelde daar een rol in. Daar stortte ik mij in de jaren zestig helemaal in. The Beatles, The Stones, The Kinks, The Beach Boys. Mijn ouders tolereerden dat. Ik denk dat ze dachten: dat gaat wel over. Ik weet nog wel dat het moeilijk was het eerste plaatje, Spie gelbeeld van Willeke Alberti, binnen te krijgen. Maar na Willeke Alberti kwamen de Stones er meteen achteraan. Nee, niet Sym pa thy for the devil, maar ik draaide wel Let's spend the night together op mijn kamertje. Mijn ouders hoorden wel gerampestamp, maar de teksten verstonden ze niet. Zelf dacht ik: lieve ouders, het is niet tegen jullie gericht, maar ik ga er in die zeventig jaar uithalen wat erin zit. Ik was dus bezig met verglijden. Het geloof paste niet meer in het referentiekader, het was een non-item ge wor-

den. Ik was niet anti, ik verzette me ook niet, ik was gewoon niks. En juist omdat mijn ouders er wijs mee omgingen, heb ik geen Maarten 't Hart-jeugd gehad.'

De jonge Knevel mocht dan wilde oprispingen hebben ('De meisjes trokken mij buitengemeen in mijn puberteit.'), toch kwam hij op zijn 17de al zijn huidige vrouw tegen, net als hij van keurige christelijk-gereformeerde huize. En eenmaal in die collegebanken kwam ook het geparkeerde geloof weer netjes terug.

Als hij er goed over nadenkt was eigenlijk zijn hele jeugd 'doordrenkt van televisie'. Zo zat hij op het christelijk lyceum in wat nu het tros-gebouw is. En op het voormalige gymveld bij de school maakt hij nu iedere dinsdag Het elfde uur. 'Ik weet nog dat ze toen op school zeiden: het gymveld gaat verdwijnen, daar komen studio's van de nts. Als ik daar nu diep in de grond boor, kom ik op mijn eigen zweet terecht.' In huize Knevel maakte het televisieapparaat zelf pas vrij laat zijn entree. 'Televisie werd ook bij ons toch wel als wat losbollig gezien.' Maar op een dag droeg Knevels broer het toestel eigenhandig het huis binnen. Sindsdien werden er bij de Knevels weinig woorden meer aan vuil gemaakt.

We passeren verpleegtehuis Naarderheem. 'Hier ben ik geboren', zegt hij. 'Een paar jaar geleden is het ziekenhuis dat hier stond afgebroken. Ook mijn drie kinderen zijn daar geboren. En het is heel sterk: mijn ouders wonen hier nu, in een aanleunwoning. Ik kom er dus nog regelmatig.'

Zijn vader is nu 84, bijna helemaal verlamd, maar nog steeds aanspreekbaar. 'Ik bewonder hem. Hij heeft al een jaar of zestig ms en ik heb nog nooit een klacht over zijn lippen horen komen. Datzelfde geldt voor mijn moeder die altijd in de verzorgende rol heeft gezeten. Een toonbeeld van moed en kracht. Ze hebben het lijden aanvaard. De vraag over de barmhartige God is nooit manifest geweest. De zwaarte van het lijden werd ook altijd afgemeten aan dat van anderen. Dan zeiden ze: ach, dit is nog wel te dragen.'

Vijf jaar geleden overleed zijn zus. Een enorme klap, zegt hij. 'Je kan het lijden niet ontlopen, zo blijkt wel. Mijzelf is niet veel ergs overkomen, maar ik denk weleens: je kunt beter zelf lijden dan dat je mensen van wie je houdt ziet lijden.'

Hij mag het graag zeggen: 'De ideale plek om op te groeien is de Westveluwe zoom.'

Als hij niet de zorg voor zijn ouders en schoonouders had, dan was hij allang vertrokken uit Bussum, beweert hij.

'Zelf ben ik er in het sociaal-liberale Bus sum se milieu goed doorheen gekomen, maar nu denk ik, als vader: het is heel wat om je kinderen in het Gooi te laten opgroeien. Het is een eeuwig dilemma waarmee je als ouder zit. Je kunt zeggen: als ze staande blijven in zo'n postmodern milieu dan zijn ze gewapend voor de toekomst. Aan de andere kant denk ik: een beetje meer bescherming gedurende de eerste zeventien jaar, iets meer gelijkgezinden in de omgeving, dat is niet slecht. En zo rigide is het op de West velu we zoom ook niet hoor. Nijkerk, Putten en Er me lo zijn heus niet meer dichtgeplakt met kranten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden