Klaar met borduren

De New Yorkse ontwerpster Susan Cianciolo keerde zich af van de modewereld, 'waar een hype een seconde duurt'. Haar werk is nu te zien in art space MU in Eindhoven....

Daags voor de opening ademt Susan Cianciolo's tentoonstelling een vreemde rust. Het is niet de multimediale chaos die je zou verwachten. Geen punk, eerder een archeologische overzichtsexpositie. De monitoren staan klaar voor Cianciolo's films. Elders moet nog een podiumpje gemaakt worden, waarop de kunstenares tijdens de opening van de expositie zal optreden met haar twee bands. 'Amateurbands', benadrukt ze. Met de ene maakt ze softe, akoestische muziek op oude oosterse instrumenten. In de andere band speelt ze samen met de New Yorkse fotograaf Mark Borthwick; de muziek omschrijft ze als 'abstract noise'.

Aan de muren van art space MU in Eindhoven hangen honderden snapshots van modeshows. Of misschien is fashion performances een beter woord, want van traditionele shows met catwalks en mooie modellen was zo te zien zelden sprake.

Elders in de ruimte hebben poppen minutieus met de hand bewerkte kleren aan. Een grof gebreid paar sokken zit niet ¿in maar en paar pumps. Een shirtje ligt verpakt in een met stof beklede houten doos; het uitpakken ervan is een performance op zich. Er hangt een bekende foto van de Britse popgroep Everything But The Girl, uit 1995; zangeres Tracey Thorn draagt een asymmetrische rode jurk van Susan Cianciolo.

Het zou te makkelijk zijn om Cianciolo af te doen als modeontwerpster, hoewel ze negen jaar geleden wel als zodanig doorbrak. 'Maar het was nooit eenduidig wat ik maakte: kunst of mode', zegt de 34-jarige Cianciolo. Ze is een week voor de opening met een groepje assistenten neergestreken in Eindhoven. Jetlag, griep, maar Cianciolo is op haar lome, dromerige manier in een opperbest humeur.

Ze was als kind al 'compleet gefascineerd' door mode, verslond de nummers van Vogue, maakte modetekeningen en ontwierp haar eigen kleren. Ze twijfelde lang of ze wilde schilderen of ontwerpen. Op haar 17de ging ze naar de Parsons School of Design in New York, afdeling mode. Ze kreeg na school een baan als assistent-ontwerper bij het New Yorkse glamourmerk Badgley Mischka. 'Aardige jongens, maar gruwelijk werk, met die enorme ladingen kleren die daar geproduceerd werden.' In 1995 nam ze ontslag en ging haar eigen collecties tonen.

In haar kledingstukken zaten honderden uren handwerk, en toch oogden ze slordig, onaf, soms groezelig. Een jurk van Cianciolo was als een project-in-wording, waar de draagster zelf ook een flinke hand in kon hebben. Mouwen en kragen konden eraf, applicaties en borduursels kon je er naar gelieven op aanbrengen. Er was al snel een woord voor gevonden: customizing. Cianciolo viel op in het verder nogal zakelijke modeklimaat van de jaren negentig.

Ongeveer tegelijk met Cianciolo brak haar halve New Yorkse vriendenkring door: filmer Harmony Korine, fotografen Terry Richardson en Mark Borthwick, tekenares Rita Ackermann en galeriehouder Aaron Rose, initiatiefnemer van Alleged Galleries in New Yorks hippe meat district, en al snel Cianciolo's echtgenoot.

Cianciolo presenteerde haar kleding in parkeergarages of op straat, op houten staketsels in plaats van op echte mensen, of de modellen lagen te slapen terwijl het publiek langsliep. 'Toen ik mijn eigen merk begon, was datgene wat voordien nog als mijn spagaat tussen mode en kunst voelde ineens voltrekt logisch. Alles viel op z'n plek.'

Met de verkoop van haar kleding ging het goed; Cianciolo had tientallen medewerkers, haar kleren hingen in topmodewinkels. Alles werd zo goed als handmatig gemaakt, wat een jurkje van Cianciolo bepaald duur maakte, al snel voorbij de duizend dollar. De schaalvergroting was, zoals bij elke ontwerper, geen onverdeeld genoegen. 'Ik had een studio in New York, een licentie in Italidistributeurs in Azin Amerika, en een advocaat die daar continu vechtend tussen zat.'

Ze werd omarmd door de moderne modepers en maakte kennis met het New Yorkse modesysteem 'waar een hype ongeveer seconde duurt', aldus Cianciolo, 'maar waar het tegelijk niet wordt gewaardeerd als je door wilt groeien'. Bijvoorbeeld: 'Ik borduurde veel, maar op een gegeven moment was ik met dat borduren wel klaar. Weinig mensen in de modewereld die dat begrepen. Ze verwachtten van mij gewoon jarenlang meer van hetzelfde, meer borduurwerk.'

De Amerikaanse Cianciolo paste eigenlijk beter bij de Europese avant-gardistische mode, van het Duitse duo Bless en de Britse Jessica Ogden, die ook weinig op hadden met glamour, en net zo lief hun stoffen bij de vuilnis vonden. Na zes jaar was Cianciolo het zat; ze stopte in 2001 met haar modeshows en sloot de studio, scheidde van haar man, verhuisde voor een jaar naar Londen. 'Dat ging niet vanzelf. Duizend uur therapie later. . .'

Al tijdens haar jaren als modeontwerper toonde Cianciolo haar werk in galeries en musea, en dat is ze sinds 2001 blijven doen. En het werkt goed: je ziet wel kleren ('mode blijft mijn voornaamste obsessie' aldus Cianciolo) maar je hebt niet het idee dat je naar een dode opstelling van

zit te kijken. Mode, of noem het kleding of kostuums, is haar uitgangspunt bij het maken van posche, dromerige films, installaties, exposities. 'Uiteindelijk komt alles als een collage bij elkaar. Zelfs de optredens met mijn bands gaan over de kleren die we op het podium aanhebben.'

Ze is opgelucht dat ze van dat ijzeren halfjaarschema van de mode af is. En de aandacht van de modepers kan ze ook missen als kiespijn, zegt ze. Maar toch stond ze een jaar geleden op het punt om haar modelabel te herlanceren. 'Er was nog zoveel aandacht voor mijn merk, zoveel vraag naar mijn kleren, en ik had twee zakenpartners ontmoet van wie ik dacht dat het met hen wel weer zou kunnen lukken.'

Het was op een middag, een week voor de shows, dat ze na een nacht doorwerken even een ommetje wilde maken. 'Even frisse lucht, de benen strekken, telefoontjes afhandelen.' Ze liep in Prospect Park in Brooklyn, New York. Ze had net een vriendin in Wisconsin aan de lijn toen ze van achteren werd gegrepen. Een man begon direct met een ketting op haar in te slaan. 'Bloody murder', kon ze nog roepen voordat ze haar telefoon liet vallen. De man bleef op haar intimmeren. Ze verloor bij vlagen het bewustzijn. 'Ik wist dat ik dood ging. Ik vroeg nog wat hij wilde, of hij m'n geld zocht of zo. Hij ging me verkrachten, zei hij.'

Cianciolo lag lang in het ziekenhuis. Het was niet duidelijk of ze een hersenbeschadiging had, of ze ooit nog zou kunnen lopen, of ze haar gezichtsvermogen terug zou krijgen. 'Het is best goed gekomen. Ik heb nu een mooie bril om te kunnen zien. Mijn geheugen is slecht, maar blijkbaar waren een boel dingen de moeite van het herinneren toch niet waard'

Cianciolo vertelt er vredig over, met een soort compassie, dankbaarheid. Haar aanvaller werd gepakt; Cianciolo was van achttien slachtoffers de enige die het kon navertellen en hem als dader kon identificeren.

Het klinkt absurd, maar ze noemt de aanval nu 'het mooiste dat me kon overkomen'. Ten eerste omdat ze diep in haar hart misschien helemaal geen zin had om haar modemerk weer te herlanceren, omdat haar werk weer af dreigde te dwalen in een ongewenste richting. Daar was na die aanval in het park geen sprake meer van. 'Het was een les. Ik moest mijn leven ineens compleet omgooien. Ik ben in alles wat ik doe veel bewuster geworden, veel gelukkiger. Ik voel me herboren, verlicht. Ik maak veel meer lol. Waarom zou ik mezelf nog kapot werken? Ik neem veel meer vrij, ga met vrienden lunchen, ik mediteer, ga een paar keer per week zwemmen. Mijn karakter is veranderd; ik wil genieten. Ik behandel mezelf als een prinkledingstukkenses.'

En dat is precies de uitstraling die ze nu heeft. Cianciolo oogt fragieler dan drie jaar geleden, maar gek genoeg ook groter, statiger, vrouwelijker, stralender. Ze heeft net twee grote tentoonstellingen in Japan achter de rug. Hierna wil ze een tijdje vrij nemen, om aan een boek te werken. 'Ik geniet veel meer dan vroeger van mijn werk.'

Er is geen sprake van dat ze ooit stopt met kleren maken, zegt ze. 'Al mijn werk draait om kleren.' Ze maakt nog kleding op bestelling; laatst heeft ze voor een Japanse verzamelaar een trui van collega's Bless gedeconstrueerd. 'Ik heb de stof verruerd en er een vest van gemaakt.'

Zelf verkleedt ze zich liefst drie keer per dag. Ze draagt veel Chanel, Marc Jacobs, Comme des Gars, Yamamoto; vandaag heeft ze een kleurige, folkloristische top van zichzelf aan, op een oude spijkerbroek. Haar handtas is een antieke Gucci, haar trenchcoat van United Bamboo. Kleren die ze van vrienden krijgt, en die ze net zo makkelijk weer weggeeft. 'Ik heb niks meer met materialisme', zegt ze. Ook niet met de onaantastbaarheid of museale waarde van mode. Ze had haar koffer iets te zomers ingepakt voor het Nederlandse klimaat, dus heeft ze de hele week in de kleren gelopen die vanaf vrijdag in de tentoonstelling te zien zijn; het beste bewijs dat haar werk een volstrekt persoonlijke uiting van mode is. 'Dat blauwe jasje uit mijn collectie van 1995 kwam heel nu goed van pas. Toch handig, dat ik altijd mijn eigen muze ben geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden