Kitekick

Een hechte club solisten, dat zijn de kitesurfers die drie, vier dagen door de branding razen - als de wind maar meewerkt. Een echte kiter, eentje van de harde kern, is een doorzetter en zegt nóóit 'kitesurfer'.

'De windvooruitzichten voor woensdag zijn vooralsnog goed. Het weer kan een beetje herfstachtig zijn. Zal er vanavond een mailtje uitgooien of er voor die dag animo is', stuurt kitesurfer Thijs Mak (24) met zijn mobiel. We proberen een afspraak te maken voor een avondje kiten. Maar dat laat zich niet zomaar plannen. Zoals Thijs schrijft: 'Alles is afhankelijk van de wind.'


De volgende ochtend, een hoopgevend berichtje: 'Ik zou morgen even vasthouden, want op het KNMI staat dat het vanuit het zuiden gaat opklaren. We gaan rond zessen weg, richting Oostvoorne of Kijkduin. Zorg voor eten en warme kleding.' Oostvoorne of Kijkduin? Dat is nogal een verschil. Kunnen ze nu niet alvast beslissen waar ze naartoe gaan? Nee, laat Thijs weten. Het liefst kiezen ze zo laat mogelijk hun bestemming, afhankelijk van de wind.


Op de ochtend van de afspraak ligt Nederland onder een loodgrijs, druppelend wolkendek. Zouden ze het afblazen? Daar verschijnt opnieuw een berichtje. 'Wij gaan erheen. De wind is hard. Als je de zon in de gaten houdt, kun je zelf beslissen.'


Om zeven uur staan ze op het strand van Kijkduin, het zuiden van Den Haag. Het opengescheurde wolkendek toont een zonsondergang uit het boekje. Het waait inderdaad hard. Over het strand een waas van stuifzand. Praten kan alleen op stormvolume. Op de golven staan schuimkoppen van heb-ik-jou-daar.


De drie jongens lijken een beetje beduusd. Met toegeknepen ogen turen ze naar de golven en de kites die daaroverheen scheren. Ze schatten de windkracht. 'Zes ofzo', zegt Gilbert Smink (24). Thijs denkt minstens zeven. 'Acht misschien?', mompelt Mika Bots (19), gebogen over zijn tas met materiaal.


De drie wonen in hetzelfde Delftse studentenhuis. 'Mika, is dit niet te hard voor jou?', vraagt Gilbert half plagerig, half serieus. In tegenstelling tot zijn huisgenoten, die als puber al onder een vlieger over het water vlogen, kite Mika pas een jaar. 'Te hard?' Na een laatste korte blik op de golven, begint hij vastberaden zijn kite klaar te maken. De rest volgt zijn voorbeeld.


Vanaf dat moment is alles routine: het omhoogsjorren van het harnas, de constructie waarmee de kitesurfer vastzit aan zijn vlieger, het uitrollen en opblazen van de kite, het vastklikken van de bar, het stuurmechanisme. Om te voorkomen dat de kite zelfstandig een ommetje door het luchtruim maakt, bedekken ze de uiteinden na het opblazen met zand. Zekeren, heet dat. Her en der op het strand zijn soortgelijke clubjes neergestreken, losjes gegroepeerd rondom een eenzaam verkeersbord: 'Pas op: Kitesurfers.'


Als iemand het over kitesurfen heeft , weet je zeker dat hij niet kitesurft, zegt Gilbert. 'Wij hebben het over kiten en kiters.' Hij is als eerste klaar met omkleden en begint de lijnen af te rollen.


Mika en Thijs testen de wind nog eens. Hangend aan de kite maken ze sprongen over het strand. Soms worden ze meters meegesleurd. Thijs heeft een te grote kite meegenomen, constateert hij. Eigenlijk zou een kleinere beter zijn met deze storm. Maar hij besluit dat het kan. Inmiddels zijn er nog twee vrienden gearriveerd: Frank Schoenmaker (24) en Suzanne Kuipers (25), de enige vrouw die zich met dit weer op de Kijkduinse baren waagt. Een voor een trekken ze elkaars vliegers uit het zand. Dan scheren ze alle vijf over de golven, behendig lijnen van anderen ontwijkend, zwarte silhouetten tegen de ondergaande zon.


Tien jaar geleden was een kitesurfer een zeldzaamheid op de Nederlandse stranden. Nu hoeft er maar een briesje op te steken, of ze rukken in kuddes op naar de kustlijn. Badplaatsen als Scheveningen, IJmuiden en Wijk aan Zee zijn veelbezochte 'spots', maar binnenwater als de Zeeuwse Brouwersdam, Oostvoorne en Strand Horst, bij Ermelo, zijn het populairst.


Kitesurfen is de snelstgroeiende Nederlandse watersport. Naar schatting zijn er 15 duizend Nederlandse kitesurfers. Tien jaar geleden waren dat er 'niet meer dan tweeduizend', schat Ben Pilgram, penningmeester van de Nationale Kitesurf Vereniging (NKV). Het aantal leden van de vereniging, 2800 op dit moment, groeit met twintig procent per jaar.


'Kiten is veel in de media', verklaart Jelle Schöttelndreier (49) van kiteschool Safety First de populariteit van de sport: 'De laatste jaren zie je veel hippe reclames en filmbeelden met kiters. De sport ziet er spectaculair uit, daarom willen veel mensen het proberen.' Die grote groei begon in 2005, het jaar dat een nieuwe generatie veilig materiaal op de markt kwam.


De Bretonse broers Dominique en Bruno Legaignoux, al vanaf de jaren tachtig bezig met het ontwerpen van materiaal voor kitesurfers, brachten de Bow Kite op de markt. Een kite met opblaasbare randen en stompe hoeken. In tegenstelling tot de oudere C-kite, is deze vlieger ook bij harde wind goed onder controle te houden. De toegenomen veiligheid trok blijkbaar veel aspirant-kiters over de streep.


Wie wil leren kitesurfen, doet er goed aan les te nemen. Dat staat in grote, al dan niet knipperende letters te lezen op alle kitesites en kitefora die internet rijk is. Een groeiend aantal beginners geeft gehoor aan die oproep en schrijft zich in voor een een-, twee- of driedagencursus. Het aantal Nederlandse kitescholen is de afgelopen vijf jaar haast vertienvoudigd.


Wie zijn dat, die duizenden nieuwbakken kiters? Vooral mensen tussen de 25 en 45 jaar, met genoeg geld voor een uitrusting en een auto. Kiten is niet goedkoop. Een volledige uitrusting kost ongeveer 2500 euro. Op marktplaats ben je de helft goedkoper uit, maar dan nog is het veel geld.


Het grootste gedeelte zijn gelegenheidskiters of 'mooiweerkiters', schat Schöttelndreier. Maar 10, hoogstens 20 procent van de mensen die kiteles nemen, gaat serieus door met de sport, schat hij. De harde kern bestaat uit een paar duizend man. 'Om goed te leren kiten, moet je echt een volhouder zijn.'


Mika, Thijs en Gilbert rekenen zichzelf tot die groep. In de weekends geven ze les, in Oostvoorne, de bakermat van de Nederlandse kitesurfcultuur. Hier begon pionier Harry Vogelenzang tien jaar geleden de eerste Nederlandse kiteschool, Kitesurfschool.nl. Vanwege de gelijkmatige wind, het ondiepe, golfloze water, is Oostvoorne een goede beginnersstek. Op zondagen is het er vaak zo vol beginners, dat ervaren surfers de plek angstvallig mijden.


Kitesurfschool Nederland is inmiddels één van de zeven scholen in Oostvoorne. Dat is veel, zegt Daan Hartge Van Kitesurfschool SkyLimit, onlangs gefuseerd met Kitesurfschool.nl. 'Scholen praten erg negatief over elkaar. Op deze manier maken we elkaar kapot, in plaats van samen de sport sterker te maken.'


Welke kiter je ook aanspreekt: als het imago van de sport ter sprake komt, schiet hij of zij direct in de verdediging. Kitesurfen staat te boek als een extreme sport: spectaculair, maar gevaarlijk. Als media de afgelopen jaren aandacht besteedden aan de sport, was dat meestal vanwege een ongeluk. Per jaar valt er in Nederland gemiddeld één kitedode. Niet meer dan bij sporten als zeilen en windsurfen.


'Omdat de sport nieuw is, worden de ongelukken aangedikt', vindt Hartge. Ook Janneke Stokroos van de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij (KNRM), is niet van mening dat kitesurfen veel riskanter is dan soortgelijke sporten. Reddingswerkers vissen regelmatig kitesurfers uit zee, maar datzelfde geldt voor windsurfers en kanoërs.


De Kijkduinse kiters vinden dat de gevaren van hun sport door de media worden overdreven. Volgens Suzanne bestaan er twee soorten brokkenkiters: mensen die niet weten wat ze doen en zelfoverschatters. 'Slufterhufters', noemt Thijs die laatste categorie: mannen die al jaren rondvaren op bekende kitespots, zoals de Zeeuwse slufter, nabij de Brouwersdam. Mannen die zich daar koning voelen en, naar de mening van de jongens, weinig tot geen rekening met medesurfers houden.


Zichzelf vinden ze dan wel geen slufterhufters, maar als kiters van het eerst uur bezien ook zij de groei van hun sport met argwaan. 'Het wordt veel te vol op het water', klaagt Frank 'Eigenlijk is het heel dom dat we lesgeven', vindt Gilbert. Hij klaagt over de toegenomen regelgeving. Laatst had hij nog een boete aan zijn broek omdat hij, per ongeluk, een natuurgebied binnen kitete. 'Opeens komen overal regels voor: waar je wel en niet mag varen, dat je een diploma moet hebben om te mogen lesgeven. Dat soort dingen.'


De grote drukte tempert hun enthousiasme niet. Als de wind het wil, staan ze `s zomers drie avonden per week op het water. Soms vier. Vorig jaar hebben ze een GoogleGroup opgericht waarop tientallen vrienden en kennissen zijn aangesloten. Wie zin heeft om te kiten, of een auto tot zijn beschikking heeft, post een berichtje en wacht de respons af.


Ze passen hun sociale leven aan op het kiten, 's zomers in elk geval. 'Mensen weten dat ik afspraken af kan zeggen als er wind staat', zegt Frank. Daar moeten hun niet-kitende vrienden maar mee leven. Kiten is een solosport, vinden ze alle vijf. Tenminste, grotendeels. 'Het is in elk geval geen teamsport', zegt Suzanne. 'Voor de gezelligheid alleen ga je niet kiten.' Gilbert vindt dat die gezelligheid er misschien niet is op het water, maar wel op het strand. 'Daar is toch een soort kitecultuur.'


Mika zou niet graag in z'n eentje kiten. 'Dat is toch saai? Op het water kijk ik altijd naar de trucs van anderen. En als je zelf vette trucs doet, krijg je respect van anderen, dat is leuk.'


Thijs, zachtjes: 'Mika doet mij altijd na en dat wil hij dan laten zien.' Mika stompt Thijs in de zij, vriendschappelijk.


Een woensdagavond als deze benutten ze ten volle. Ze vliegen, maken sprongen van tientallen meters ver en vijf meter hoog. Dat het zo hard waait vinden ze jammer, omdat je dan minder trucs kunt doen.


De wetenschap dat er een Volkskrant-fotografe in de branding staat, nodigt uit de manoeuvres zo dicht mogelijk bij de kust uit te voeren. Frank landt een keer op het strand. Op die manier breken kitesurfers de nodige armen en benen. Nu niet, gelukkig. Pas als het laatste snippertje zon in de zee is gezakt, strompelen ze klappertandend naar de auto's.


Op naar het bord bewaarde pasta in de koelkast. Onderweg gaat het over de aanstaande trip naar Marokko. Thijs, Gilbert en Mika hebben met twee anderen een Volkswagenbusje aangeschaft. Er gaan vijf mensen mee, twaalf kites, vijf kiteboards en drie surfplanken.


Wat maakt kiten leuk? Op die vraag heeft niemand de hele avond nog antwoord gegeven.


De kick, denkt Mika.


Dan is het even stil.


Thijs haalt zijn schouders op. 'Vliegen, dat wil iedereen toch?'


-----------------------------


Kite-uitrusting

De uitrusting van een kitesurfer bestaat uit vijf basisonderdelen: een kite, een halvemaanvormige vlieger, een board (ook hiervan bestaan verschillende varianten), en een bar, een stuur dat aan de touwen van de kite bevestigd zit. De kitesurfer draagt een wetsuit met daaroverheen een harnas, een korte broek van stevig materiaal waarmee de surfer zich aan de bar vastklikt. Het dragen van een helm is niet verplicht.


-----------------------------


Wedstrijden

In Nederland worden pas twee jaar kitewedstrijden gehouden. De verwachting is dat het aantal wedstrijden en evenementen de komende jaren zal toenemen. Wereldwijd bestaat er al langer een kitecompetitie. In 2009 werd de Nederlander Kevin Langeree (1988) wereldkampioen.


-----------------------------


Kite-disciplines

Gevorderde kiters kunnen kiezen uit verschillende disciplines. Bij course racing gaat het erom zo snel mogelijk een bepaald parkoers af te leggen. Wave riding is het bedwingen van golven in de branding. Freestylers maken zo spectaculair mogelijke sprongen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.