Kirsten Wild gaat voor goud op de WK baanwielrennen: 'Ik hou van het spelletje'

Van Kirsten Wild wordt de komende dagen veel verwacht op de WK baanwielrennen in Apeldoorn. Haar erelijst is lang. Zelf blijft ze bescheiden. 'Ik word nogal eens groter gezien dan ik in werkelijkheid ben.'

Kirsten Wild in een gang van de wielerbaan in Alkmaar. 'Je rijdt eigenlijk alleen maar finales. Het is telkens erop of eronder.'Beeld Jiri Buller

Ze fietst altijd wat in de schaduw van renners als Marianne Vos, Anna van der Breggen en Annemiek van Vleuten, maar Kirsten Wild (35) heeft een lange erelijst. Vooral op de baan is de Zwolse grootverdiener van eremetaal. Op de WK in Apeldoorn, van woensdag tot en met zondag in Omnisport, kan ze voor eigen publiek laten zien hoe goed ze eigenlijk is.

Baan of weg?

'Moeilijke vraag. Ik vind baanwielrennen echt leuk om te doen. Ik hou van de sfeer, met het publiek dichtbij, ik hou van het spelletje. Je rijdt eigenlijk alleen maar finales, het is telkens erop of eronder. Je bent je eigen baas. Op de weg is er een ander spel belangrijker en dat is dat van de ploeg, dat ligt me ook. Maar ik ben vooral een sprinter en dan vallen veel koersen weg. Op de baan kan ik altijd meedoen.'

Parijs of Apeldoorn?

'Apeldoorn deze week is natuurlijk geweldig. Je rijdt voor eigen publiek, voor veel mensen die ik ken. Zo'n groot podium, zo dichtbij, dat komt niet al te vaak voor. Ik ben de baan gewend, dat is ook fijn. Maar ik kies toch voor Parijs. Daar, in Saint-Quentin- en-Yvelines, haalde ik in 2015 mijn eerste wereldtitel, op de scratch. Het is mijn enige tot nu toe. Veel mensen denken dat ik al vaker wereldkampioen ben geweest. Ik word nogal eens groter gezien dan ik in werkelijkheid ben.

'Er zijn meiden die al zes wereldtitels hebben of vier keer olympisch kampioen zijn geworden. Ik ben niks, daarbij vergeleken. Maar het zal ermee te maken hebben dat ik vaak meedoe voor de prijzen. Ik ben altijd wel voorin te vinden en geregeld tweede geweest. Soms scheelde het maar zo'n stukje. Natuurlijk baal je dan, maar in het baanwielrennen is veerkracht belangrijk. De volgende dag moet je er weer staan.'

Scratch, madison, puntenkoers of omnium?

'Allemaal onderdelen die ik leuk vind. Maar de puntenkoers is wel heel gaaf. Er zit alles in. Sprints, uithouding, tactiek. Ik rijd dit programma in Apeldoorn, de WK zijn hét doel dit jaar. Nee, ik geloof niet dat het te zwaar is, ik heb het vaker gedaan. Wat zou je dan moeten laten schieten? Het omnium en de koppelkoers ofwel de madison zijn olympisch, dat zijn de zwaartepunten op vrijdag en zaterdag. De scratch op donderdag gaat me niet opbreken. De puntenkoers is zondag. Ik ben er toch.'

Almelo of Zwolle?

'In Almelo ben ik geboren en opgegroeid. Ik kom uit een degelijk gezin, we gingen altijd op vakantie met de caravan. We waren sportief - mijn twee broers fietsten en voetbalden - maar het was nooit topsport. Mijn ouders vonden het eerst maar niks dat ik wedstrijden ging rijden. Ik stapte op mijn 12de op een racefiets en werd lid van De Zwaluwen en later van Ruiten Drie, daar zat mijn vader bij. Ik bewaar er eigenlijk alleen maar goede herinneringen aan. Het voelt bijna als verraad, maar het wordt Zwolle. Daar woon ik al twaalf jaar, mijn vriend komt er vandaan. Het is nu mijn thuis.'

Marianne Vos of Leontien van Moorsel?

'Ze zijn allebei boegbeelden van het vrouwenwielrennen, maar laat het dan Marianne zijn. Zij is zo ontzettend goed en tegelijkertijd altijd respectvol naar iedereen; niet dat Leontien dat niet is. Haar ken ik vooral als mijn voormalige ploegleider bij AA Drink. Daar heb ik veel geleerd. Ze is in opspraak geraakt, ja (oud-wielerarts Peter Janssen betichtte Van Moorsel van dopinggebruik - red.), maar ik heb er niet zo'n mening over, ik heb me niet in de details verdiept. Wat zij als wielrenner heeft gepresteerd, blijft gewoon heel knap.'

Tom Dumoulin of Dylan Groenewegen?

'Ja, Dylan. Ik ben een sprinter, net als hij. Het is super om te zien hoe goed hij het doet met zijn ploeg. Toms resultaten zijn fantastisch, het is ook een aardige vent, maar Dylan staat dichter bij me. Ik ken hem al als klein mannetje. Zijn zus Maxime fietste in dezelfde ploeg als ik, ze was een groot talent, totdat ze fysieke klachten kreeg. Dylan kwam vaak kijken. Hij is nu een echte kerel geworden.'

Sproeten: leuk of liever niet?

'Als ik gevallen ben en een schaafwond heb opgelopen, zijn mijn sproeten verdwenen. Hier, kijk mijn elleboog. Beetje gek, vind ik. Maar ze zitten me niet in de weg. Ze horen bij mij. Ik had vroeger meer moeite met mijn rode haar. Er waren van die pesterijtjes. Hé rooie, spring eens op groen! Mijn moeder zei altijd: je hebt geen rood haar, het is kastanjebruin.'

Schijnwerpers of de luwte?

'Dat is een beetje een gekke vraag. Het is wat de media ervan maken, toch? Dat heb je niet in de hand. Andere meiden rijden fantastisch en verdienen de aandacht. Ik ben niet iemand die zegt: hé, ik ben er ook nog. Ik had het er laatst nog over met iemand: fiets je voor de erkenning of het resultaat? Ik fiets toch echt voor het resultaat. Ik fiets niet om bekend te worden. Maar het is natuurlijk zo dat als je in beeld komt, de sponsor ook tevreden is. Dan komt er meer geld beschikbaar en kan ik weer beter van mijn sport leven. Zo werkt het nu eenmaal.'

Tokio 2020 of de gymzaal?

'Ik ga nu voluit voor de WK. Natuurlijk denk ik soms aan de Olympische Spelen. De droom is er altijd, maar tot nu toe lukte het niet. In Londen zou ik alles goed doen en werd ik zesde, in Rio wilde ik vlammen; weer zesde. Ik heb toen gezegd: ik ga nog een keer. Het omnium is veranderd, de tijdrit over 500 meter is eruit, dat is mijn voordeel. De koppelkoers is erbij gekomen, dat is interessant. Maar het is nog zo ver weg. Nee, terug naar de gymzaal is geen schrikbeeld, ik heb al eerder les gegeven. Ik zal heus nog een keer iets in die richting gaan doen, maar het is nu niet aan de orde. Alleen als ik er deze week niet meer aan te pas kom, als iedereen me voorbij rijdt, dan ga ik er misschien eens over nadenken.'

Kirsten Wild komt in Apeldoorn uit op vier onderdelen. Daarmee rijdt ze van de Nederlandse deelnemers het zwaarste programma.

Scratch
Het vrouwenpeloton rijdt een afstand van 10 kilometer. Wie het eerste over de streep komt, is de winnaar.

Madison/koppelkoers
Twee renners wisselen elkaar af. Wild rijdt met Amy Pieters. De vrouwen leggen 120 ronden af, bij elkaar 30 kilometer. Elke tien ronden wordt gesprint om punten: 5 voor het eerste koppel, 3 voor de tweede, 2 voor de derde en 1 voor de vierde. In de laatste ronde is de puntentelling verdubbeld. Wanneer een koppel het peloton inhaalt, wordt dat beloond met 20 punten.

Puntenkoers
Vrouwen rijden 25 kilometer. Net als in de koppelkoers wordt om de tien ronden gesprint voor de punten. Ook de telling komt overeen.

Omnium
Hierin worden op één dag vier onderdelen afgewerkt: scratch, puntenkoers, de temporace over 7,5 km, waarin elke ronde één punt is te verdienen, en de afvalkoers, waarin telkens de renner die als laatste de streep passeert, moet stoppen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden