Kippenpijn

Beschouwing ZWAGERMAN kijkt

Kippenleed wordt anders ervaren dan dat van koeien, varkens en schapen. Hoe verbeeld je hun pijn zodat wij er een traan om laten?

Vorig jaar was het in de week voor Kerst vrijwel uitgestorven in Centre Pompidou in Metz. Op het Place d'Armes, terzijde van de kathedraal Saint Étiënne, was het echter overvol en schuifelde men op de pittoreske markt langs de houten kramen. In de tijdelijke dependances van de poeliers werd gepronkt met gevogelte, aan de poten hangend aan kleine haken of sierlijk gedrapeerd over de toonbank, met als blikvanger een aantal fazanten waarvan de nekken en kopjes bijna gracieus, als kwijnende ballerina's, richting de cliëntèle waren geplooid.


De kippen, hoenders, haantjes en fazanten waren vrijwel allemaal ongeplukt; de vederdossen waren dik, donzig en aaibaar. Het leek er bijna op dat het pluimvee een voorstelling gaf: dieren die hun dood acteerden.


De middenstand uit Metz had gevogelte uitgestald naar de compositorische maatstaven van kunstenaars als Alexander Adriaenssen en Jean-Baptiste Chardin. Met, toegegeven, dit verschil: dat op Adriaenssens Stilleven met dode vogels, uit de collectie van het Rubenshuis, de jachttrofeeën - onder meer een ijsvogel, een Vlaamse gaai, een specht en twee patrijzen, vogels die in de 17de eeuw bij de gegoede burgerij vaak op het men u stonden - allemaal ruggelings waren uitgestald.


Op de kerstmarkt in Metz lagen de fazanten op de buik, zodat ze er minder geslachtofferd uitzagen. Het leek alsof de dieren met afhangende halzen hun kopjes uit vermoeidheid hadden neergevlijd. Het gevogelte was niet geslacht, maar bezweken, een klantvriendelijk eufemisme.


Het rund- en varkensvlees was wél vakkundig in hompjes opgedeeld en herinnerde in tegenstelling tot het pluimvee in niets aan 'heel het dier'.


In Tommy Wieringa's boekenweekgeschenk Een mooie jonge vrouw herinnert de internationaal vermaarde viroloog Edward Landauer zich het ruimen van koeien, schapen en varkens als gevolg van virussen die in stallen rondwaarden. Die ruimingen leidden tot grote beroering onder de bevolking. Maar trof zo'n virus 35 miljoen kippen, dan werden die zonder veel ophef geruimd.


Wieringa schreef: 'Niemand liet een traan om die kippen. Met varkens en koeien was dat anders. De apocalyptische beelden van mannen in witte pakken die dode varkens en koeien in grijpers met vrachtwagens laadden, stonden veel mensen op het netvlies gegrift. Bij een uitbraak van een vogelgriepvirus werden alle kippen vergast, waarna slecht betaalde en nauwelijks geïnformeerde studenten of asielzoekers de stallen kwamen leegruimen.'


Landauers vijftien jaar jongere vriendin Ruth, sinds jaar en dag vegetariër, lokt een discussie met hem uit over de vergelijkbare gruwelpraktijken bij het doden van gevogelte, in het bijzonder kippen uit de immens grote kippenschuren.


Pijn lijden door dieren is volgens Ruth in Een mooie jonge vrouw één én ondeelbaar, en de pijn van het kuiken en de kip staat volgens haar niet lager 'genoteerd' dan dat van het weldoorvoede rund. Ruth vraagt op zeker moment aan Landauer: 'Weet jij wel wat pijn is? Echte pijn? Ik denk dat je dat niet weet, anders zou je niet door zo'n stal lopen (...).' Waarop Landauer een tegenvraag stelt: 'Wat is dan kippenpijn, volgens jou?' 'Angst en verwarring', antwoordde ze onmiddellijk.'


Er bestaat een schilderij waarop niet 'kippenpijn' maar wel 'eendenpijn' is te zien. Precies die door Ruth genoemde angst en verwarring zijn af te lezen uit de vreemde knik in de twee eendenlijven én in het ene glimwitte oog, de zwarte pupil weggedraaid, van een van beide eenden. De eenden op het schilderij worden in een oogwenk afgeschoten door een jager op zee. Het heet Right and Left (1909) en is van de Amerikaanse kunstenaar Winslow Homer (1836-1910).


Op een woeste zee en staand in een kleine boot lost, op het schilderij nauwelijks zichtbaar, een visser twee schoten; de kijker bevindt zich in zekere zin in het schootsveld. Homer maakt de afstand tussen toeschouwer en afgeschoten eenden kleiner dan die in werkelijkheid ooit kan zijn. Nooit kunnen wij op open zee zó nabij het afschieten van twee eenden zijn. De titel Right and Left verwijst natuurlijk naar de twee in doodsnood opfladderende eenden maar vermoedelijk ook naar het dubbelloops geweer waarmee de visser heeft aangelegd. Pow-wow. In één moeite door, in één adem.


Homer 'bevroor' het ogenblik van misschien luttele seconden tot een eeuwig moment waarop de twee eenden vlak boven de golven van de zee stuiptrekken. In Een mooie jonge vrouw ijlt Ruths vraag of hij wel weet wat pijn is nog een tijdje na bij Landauer. Hij vraagt zich af hoe je kunt weten of je daar gevoelige of ongevoelige receptoren voor bezit. 'Pijn was onmeetbaar', concludeert hij en om zich te ontdoen van verdere lastige gedachten, steekt hij er tegenover derden de draak mee, bijvoorbeeld wanneer hij tijdens de lunch op zijn werk zich bij collega's voegt, met een broodje fricandeau. Aan zijn collega's vraagt hij: 'Vinden jullie het goed als ik hier mijn broodje varkenspijn opeet?' Ironie als afweermechanisme.


Het ophokken, pijlsnel vetmesten en vervolgens ombrengen van kippen gaat onmiskenbaar vergezeld van maximale kippenpijn. De kippen worden uit hun kratten gehaald en ondersteboven aan hun poten aan slachthaken gehangen. Met een snelheid van ongeveer honderd dieren per minuut worden ze elektrisch bedwelmd. Dan: een kerf door de halsslagader. Daarna worden de kippen in een bak met kokend water gegooid, zodat de veren makkelijker worden losgeweekt.


In sommige slachthuizen wordt opzettelijk zwakke stroom gebruikt om de kip te bedwelmen. Een zwakke stroomstoot geeft minder bloeduitstortingen in het vlees. Het gevolg is dat de kans groter is dat het geëlektrocuteerde dier nog niet is overleden wanneer het in het bassin met kokend water belandt. De kip als kreeft.


In de tentoonstelling Meer macht in Museum de Fundatie in Zwolle, samengesteld door gastcurator Hans den Hartog Jager, is een video te zien van Hans van Houwelingen. De kunstenaar hield op zijn erf een aantal kippen met, zoals dat is gaan heten, vrije uitloop. Ze scharrelden rond en gingen dood wanneer het hun tijd was. Van Houwelingen filmde één van zijn kippen, 12 jaar oud, in het stervensmoment.


Het dier leunt met de kop op de tralies van de ren. Voor een laatste keer heft de kip de kop en spert de snavel wijd open. Op en rondom de oogkas kruipt klein ongedierte. Halverwege de video zijgt de kip ineen en stroomt lichaamsvocht uit de snavel. Het stromen zwakt af tot een gestaag gedruppel. De kop is inmiddels voorovergebogen en de snavel rust op een stukje groen tralie van de kippenren.


Van Houwelingens biokip is vele jaren ouder geworden dan de gemiddelde industriekip, maar sterft niettemin een bijzonder onzachte dood. Van Houwelingens video Biokip brengt de doodsstrijd én de pijn van 'zijn' kip ongemakkelijk nabij, zó nabij dat de verleiding groot is om te beweren dat je die pijn, voor wie de inspanning doet zich in te leven, bijna zelf ervaart. Of anders kun je je die ervaring zonder veel omwegen voorstellen.


Philip Roth publiceerde in 2001 de novelle met de ironische titel A Dying Animal. Ironisch, want het 'dier' dat tegen het einde van de novelle doodgaat -aan kanker - is net zo'n mooie jonge vrouw als uit de novelle van Wieringa, en is volgens de verteller, een bejaarde literatuurcriticus en docent letterkunde, een prachtig schepsel, een raspaardje, an animal dus, in de verlekkerde woorden van de bejaarde docent. Hij maakt haar mee in haar bijna laatste levensfase. Roth schrijft wat de docent meemaakte: 'Ik zag, veruiterlijkt, de doodsangst die haar lichaam voelde.' Exact hetzelfde zien we bij het sterven van Van Houwelingens biokip: een doodsangst die het lichaam voelt, veruiterlijkt. Fatale kippenpijn.


Joost Zwagerman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.