Kinshasa wordt 'progressief'

De nieuwe, 'progressieve' machthebbers in Kinshasa treden hard en meedogenloos op. Niemand heeft controle over de soldaten, vaak Tutsi's, 'vreemdelingen' die de stad niet kennen....

FRED DE VRIES

Zelden was een saaie persconferentie zo interessant. In een kille zaal van Hotel Intercontinental zitten drie vertegenwoordigers van Laurent Kabila's Alliantie van de Democratische Krachten voor de Bevrijding van Congo (AFDL). Op 17 mei veroverde de AFDL Kinshasa. Maar verder weten we eigenlijk nog maar weinig van deze losse coalitie van Mobutu-opposanten. 'Progressieven' noemen ze zichzelf. Ze zullen die aanduiding vanavond herhaaldelijk gebruiken. 'De wereld bestaat uit progressieven en reactionairen.'

Ze zitten mooi op leeftijd naast elkaar. Links zit de 29-jarige, net benoemde minister van Buitenlandse Zaken, Bizima Karaha. In het midden de wat oudere minister van Informatie, Raphael Ngenda. En rechts de nog oudere, kale gouverneur van Katanga (het voormalige Shaba), Gaétan Kakukdji, familie van president Kabila.

De persconferentie gaat over de overgangsregering van Congo, voorheen Zaïre, die de nacht ervoor is gevormd. Maar daarover is die nacht alles al gezegd, inclusief verklaringen waarom de in Kinshasa zeer populaire oppositieleider Etienne Tshisekedi niet in die nieuwe regering zit. Toch blijven we. Want het gebeurt niet zo vaak dat de AFDL met de pers praat.

Minister Karaha voert vooral het woord, afwisselend in het Frans en het Engels. Hij hekelt de reactionaire krachten. Dat is het type mensen die zijn AFDL per se niet bij een nieuwe regering wil betrekken. Bedoelt hij Tshisekedi? En komt er nu al een botsing tussen Tshisekedi en Kabila? Een minzaam glimlachje speelt rond Karaha's mond. 'Ik denk niet dat het tot een botsing zal komen. Als dat toch gebeurt, is dat omdat meneer Tshisekedi een reactionair is.' Hij kijkt de zaal in. 'Maar de man is een progressief, dus er komt geen botsing.' Dan blijft het minzame lachje even hangen en krijgt iets wreeds: 'Niemand zal ons onze revolutie afnemen. Met hen die dat proberen, zullen we afrekenen.'

In die twee afgemeten zinnetjes openbaart zich het keiharde gezicht van de AFDL, dat de Tutsi's binnen de alliantie hebben gekopieerd van hun nestor, de Ugandese president Museveni, en diens leerling, de Rwandese vice-president Kagame. Ze blijven beminnelijk zolang dat uitkomt. Maar iedere bedreiging wordt zonder pardon in de kiem gesmoord. Museveni deed dat, Kagame doet dat, de AFDL zal dat ook doen.

Gouverneur Kakudji behoort tot een ander kamp binnen de alliantie. Een gesoigneerd heer die graag zijn welbespraaktheid, zijn jarenlange verblijf in België en zijn kennis van het Frans etaleert. Zijn antwoorden lijken uren te duren. Journalisten die twee keer hetzelfde vragen, worden met dédain terecht gewezen: 'Maar meneer, spreekt u zo slecht Frans dat ik het steeds moet herhalen?'

Tot ook Kakudji zijn geduld verliest. In zijn provincie Katanga zou een decreet zijn uitgevaardigd dat vrouwen verbiedt om in minirokken en strakke broeken te lopen. Ook in Kinshasa heeft het nieuwe gezag reeds woorden van dergelijke strekking geuit. Op de Congolese televisie wordt vrouwen aangeraden zich degelijk te kleden en de verleidelijke rondingen ruim te bedekken. Al dat gepronk met lichaamsdelen zou de toch al gigantische prostitutie alleen maar verder in de hand werken.

Kakudji ontkent dat er sprake is van zo'n decreet. Kortaf: 'Ca n'existe pas.' Een Italiaanse journalist roept dat hij ervan getuige is geweest dat een vrouw op de straten van Kinshasa van haar broek werd ontdaan, waarna het kledingsstuk in brand werd gestoken. 'Niemand staat boven de wet', bitst Kakudji terug. Einde gesprek.

Nieuws leverde ze niet op, maar de persconferentie heeft wel twee onaangename kanten van de 'progressieve alliantie' getoond: arrogantie en militarisme.

De nieuwe machthebbers hebben hun intrek genomen in Hotel Intercontinental, waar tot voor kort de oude machthebbers de staatskas opsoupeerden. De veiligheidsmaatregelen zijn bijzonder streng. Alle bezoekers worden bij de deur gefouilleerd en met metaaldetectors betast. Iedereen die niet aantoonbaar iets in het hotel te zoeken heeft, wordt de toegang geweigerd.

Buiten staan dag in dag uit kuddes hoopvollen tevergeefs bij de bewakers te bedelen om binnengelaten te worden voor een audiëntie bij de AFDL. Binnen wachten immers contracten en aanstellingen. Daar lopen de nieuwe notabelen rond met hun mobiele telefoons, vergezeld van zwaar bewapende soldaatjes, die soms per ongeluk een handgranaat door de marmeren gang laten stuiteren.

Naarmate de dagen vorderen verschijnen er steeds meer Tutsi's in het hotel. Zij vormen zowel in politieke als in militaire zin de kern van de AFDL. De bevolking van Kinshasa noemt hen 'Rwandezen' of 'buitenlanders'. 'Kabila is aan de macht gekomen dankzij de Rwandese soldaten. Het hele Tutsi-probleem is nu vanuit Rwanda naar Kinshasa gekomen. Dat probleem moet snel worden opgelost', waarschuwt een Afrikaans diplomaat.

Op straat zeggen de Kinois (de inwoners van Kinshasa) dat ze in de stad veel Rwandese soldaten hebben gezien. Maar ook Angolezen, Zambianen, Ugandezen, Sudanezen. 'Zaterdag, toen ze Kinshasa innamen, was het een bevrijdingsleger, nu zijn het al bezetters', klaagt een student. 'Het probleem met de nieuwe machthebbers is dat zij Kinshasa niet kennen. Het zijn buitenlanders of mensen die heel lang geleden gevlucht zijn.'

De arrogantie van de AFDL is niet sympathiek, wel begrijpelijk. Het is een defensieve tactiek van mensen die zich in Kinshasa buitenstaander voelen. Het is bovendien de enige manier voor de nieuwe machthebbers om het hoofd te bieden aan de onmogelijke taak die hun te wachten staat: een land besturen ter grootte van West-Europa, zonder infrastructuur, vol economische en politieke eilanden die nagenoeg autonoom handelen. Lubumbashi, Goma, Bukavu, Kisangani, Mbuji-Mayi, Kinshasa, Bandundu, allemaal eilanden. Daartussen is jungle.

De Poolse journalist Ryszard Kapuscinski schreef in zijn boek The Soccer War: 'Gandhi had er twintig jaar voor nodig om zijn invloed in heel India te vestigen. Lumumba probeerde het in Congo in een half jaar. Absoluut onmogelijk.' Kabila heeft niet van Lumbumba geleerd. Ook hij wil al na zes maanden aan de slag. En dat terwijl Congo er na 32 jaar Mobutu vele malen slechter aan toe is dan toen Lumbumba in 1960 premier werd.

We lopen over grijs zand en resten plastic door Linguala, een oude volkswijk iets buiten het centrum van de stad, ver van de kalasjnikovs en de arrogantie van Hotel Intercontinental. Hier stinkt het anders. De geur van het borrelende open riool is bijna ondraaglijk. Gabriel Bosenge kijkt verbaasd. Het valt nu juist mee, vindt hij.

De 29-jarige student woont acht jaar in Kinshasa. Hij is geboren in het dorp Moongo in Equateur, de provincie waar ook president Mobutu vandaan komt. Gabriels vader heeft tien kinderen en een plantage. Iedere maand stuurt hij zakken bananen per schip naar Kinshasa, die Gabriel daar dan verkoopt om zijn studie te bekostigen. Wegen tussen Kinshasa en Moongo zijn er niet. Communicatie tussen vader en zoon gaat via de Duitse missionarissen, die af en toe op de boot een brief uit Moongo meenemen. Het is heel lang geleden dat er brieven of bananen uit Moongo in Kinshasa zijn aangekomen.

Gabriel is getrouwd en heeft een kind, maar daarvoor is in zijn huisje geen plaats. Hij woont met zijn broer en zus in twee vertrekken op een erf met nog drie huizen. De huur bedraagt 40 dollar per maand. Zelfs op het erf zijn er tribale problemen. De buren waren Tutsi's. Die zijn eind vorig jaar gevlucht, toen alle Tutsi's uit Kinshasa werden verjaagd.

Gabriels 23-jarige werkloze broer Botoli, woont pas sinds vorige maand bij hem in. 'Vertel je verhaal, petit', beveelt hij Botoli. Die vertelt hoe heel Moongo op de vlucht sloeg toen Kabila's strijders daar begin april aankwamen. De ouders vluchtten zoals de meeste dorpelingen de bush in. Botoli wist op een boot naar Kinshasa te springen. Hij weet niet waar zijn ouders zijn, en zij weten niet waar hij is.

De boot van Botoli werd bij het plaatsje Buende aangehouden door gewapende regeringssoldaten die ook op de vlucht waren. Zo'n zestig van hen voeren mee. 'Er zaten ook twintig meisjes aan boord. Die werden iedere dag door de soldaten verkracht. En iedere keer als de boot ergens aanlegde, plunderden de soldaten de boel.' Botoli lacht zenuwachtig. Gabriel toont weinig medelijden met de meisjes. 'Ze weten dat ze een risico nemen.'

De nacht van 16 mei, toen de mannen van Kabila Kinshasa veroverden, brachten Gabriel en Botoli elders door. Zodra ze schoten hoorden, klommen ze over het muurtje bij de latrine. 'Een van de redenen dat ik vluchtte', vertelt Gabriel, 'was dat ik net als de president uit Equateur kom. En ik had dit in mijn kast.' Hij staat op, loopt naar de slaapkamer en komt terug met een batik-overhemd met daarop een foto van Mobutu en de tekst 'Batika Papa Marechal'. Dat droeg hij toen de ex-president eind verleden jaar na maanden in Europa terugkeerde naar Kinshasa. Duizenden Kinois, gestoken in gratis uitgedeelde Mobutu-kledij, verwelkomden toen Mobutu. Gabriel was erbij. 'Soms moet je namaakliefde tonen', zegt hij. 'Oh, denkt u dat ik het shirt maar beter kan verbranden?'

Gabriels huis werd de nacht van de machtsovername geplunderd, net als het huis van zijn mobutistische overburen. Zijn televisie en zijn stereo-installatie werden meegenomen. Maar nu staan ze er weer. 'Een buurtbewoonster had een van de plunderaars herkend. Die is opgepakt door de AFDL. Hij heeft daarna al zijn vrienden aangegeven.' Het ging om tien man. Drie van hen zijn door de AFDL doodgeschoten. 'Dat waren plunderaars die zich tegen hun arrestatie verzetten', zegt Gabriel.

Overdag is Kinshasa wel weer een normale stad. Afgelopen maandag gingen de scholen open. Het verkeer is al net zo chaotisch als tevoren. De markten draaien op volle toeren. De nieuwe soldaten houden zich zolang het licht is gedeisd. Ze wekken dan absoluut niet de indruk van een bezettingsmacht. 's Avonds is het anders. Dan blijft iedereen thuis. Dan zijn de straten uitgestorven en heersen de geweren en de angst.

Er zijn in Kinshasa geen gevangenissen meer, geen rechtspraak, geen politie. De militairen van de AFDL zijn nu de wet. 'Ze spreken recht op hun eigen manier', zegt Omekongo Kitoko, president van de mensenrechtenorganisatie HBM. 'Er worden mensen geëxecuteerd. En mensen die met Mobutu hebben samengewerkt worden mishandeld en bestolen. Niemand heeft controle over de AFDL-soldaten die 'rechtspreken'. Zelfs een 15-jarige kan uitmaken of je doodgaat of blijft leven. Er is nog geen hiërarchie. Het gaat om groepjes soldaten die zelf beslissen wat ze doen.'

HBM noteert klachten, schrijft samen met andere mensenrechtenorganisaties rapporten en probeert de nieuwe autoriteiten aan te spreken op mensenrechtenschendingen. Zonder veel succes.

Een knappe, goedgeklede jonge vrouw komt het HBM-kantoortje binnen. Fife Weya heet ze. Haar vader werkte in het paleis van Mobutu. Hun huis is sinds de machtsovername al twee keer leeggehaald door soldaten van de AFDL. Haar broers zijn geslagen. En papa's Mercedes is meegenomen. Het zijn de jonge jongens uit de buurt die de nieuwe soldaten vertellen wie er met Mobutu heeft samengewerkt.

De AFDL heeft een telefoonlijn in het leven geroepen voor mensen die zijn lastiggevallen of wier bezittingen gestolen zijn. Fife belde. De AFDL zei niets voor haar te kunnen doen. 'De lijst was te lang.'

Het kan erger. We gaan op bezoek bij Lazare Butadulwa, ooit leraar Engels, nu een man met een kapot overhemd en een opgestroopte broek die overleeft door op zijn erf maniok tot meel te malen. Voor we praten moet we eerst in gebed; Lazare's broer Vena is door de AFDL geëxecuteerd.

Vena was een soldaat van het regeringsleger. De dag dat de AFDL Kinshasa binnentrok meldde hij zich, zoals de meeste regeringssoldaten, vrijwillig bij de AFDL om zijn wapen in te leveren en daarna weer een burgerbestaan te leiden. 'Ze wilden weten of hij nog andere militairen kende die hun wapen wilden inleveren', vertelt Lazare.

Vena nam twee AFDL-jongens mee naar een vriend, maar die bleek zijn wapen al eerder te hebben afgegeven. De AFDL'ers raakten geïrriteerd. Ze raakten nog geïrriteerder toen bleek dat een andere vriend van Vena, die er al de hele tijd bij was, ook een wapen had en daar niets over had verteld. Vena en zijn vriend werden vastgebonden en moesten tegen een muurtje hurken. De vriend wist zich los te wurmen en verdween in de meute die zich inmiddels rond de twee mannen had verzameld. De soldaten van de AFDL begrepen dat ze niet zomaar in de menigte konden schieten. Toen werd de gehurkte Vena maar met kogels doorzeefd.

Ook het militarisme is te begrijpen. De veiligheidssituatie in Kinshasa is nog verre van volmaakt. 's Nachts weet niemand wie wie is. De AFDL heeft geen eenduidig uniform. Ex-regeringsmilitairen die zich hebben verschuild, hebben ook nog steeds uniformen en maken de boel 's nachts onveilig. In vele wijken wordt nog geplunderd en gemoord. De AFDL hoopt door keihard optreden, naar Rwandees voorbeeld, de orde te herstellen. Dat daarbij slachtoffers vallen, moeten de Kinois maar voor lief nemen.

Toch, ondanks alle arrogantie, het militarisme en de angst, overheerst in Kinshasa voorlopig nog de hoop. 'We moeten de AFDL de tijd geven', vindt Gabriel. 'We moeten niet te snel de straat opgaan om tegen Kabila te demonstreren.'

Voor het eerst in jaren durven de Kinois weer te dromen van een toekomst die uit iets meer bestaat dan overleven. Gabriel droomt: 'Ik wil goed werk, een auto, de mogelijkheid tot communicatie, de middelen om mijn broer te helpen.' Onze 50-jarige taxichauffeur Mathieu droomt: 'Ik wil weer normaal op straat kunnen lopen en drie keer per dag kunnen eten. Nu eet ik alleen 's avonds.' Gabriels kennisje, de 22-jarige prostituee Odette die even is komen buurten, droomt: 'Ik wil mijn school afmaken en dan een opleiding voor stewardess volgen.'

En haar strakke, sexy outfits blijft ze gewoon dragen. 'Dat hoort bij de vrijheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden