Kindertelefoon bestaat dertig jaar

De Kindertelefoon bestaat dertig jaar. Maar nog steeds worstelen kinderen met dezelfde problemen: verliefdheid, vriendschap en seks.

De telefoon rinkelt bijna onophoudelijk in het kantoor van de Kindertelefoon in Amsterdam. Er zitten vier vrijwilligers aan de bureaus. Twee beantwoorden vragen via de computer, twee anderen staan de bellers te woord – thee en drop binnen handbereik.

‘Met de Kindertelefoon, hallo, met Anna.’

‘Ik ben verliefd op een jongen, maar nu heb ik gezoend met zijn beste vriend.’

‘Ik ben 12 jaar en wil mijn snor scheren, maar ik weet niet hoe dat moet.’

‘Mijn vrienden schelden me uit voor dikzak.’

‘Mijn leraar heeft mijn rekenmachine afgepakt.’

‘Ik heb ruzie gemaakt met mijn moeder en nu wil ik het liefst weglopen zodat ze ongerust wordt.’

Soms blijft het stil aan de andere kant van de lijn. ‘Anna’ (een schuilnaam, want bellen met de kindertelefoon is altijd anoniem) heeft geduld: ‘Wil je misschien iets vragen of vertellen? Je hoeft je naam niet te zeggen en wij vinden niet gauw iets gek. Kun je misschien even kuchen, zodat ik weet dat je er bent?’

Zelfs als uiteindelijk slechts onderdrukt geproest door de hoorn klinkt, blijft Anna vriendelijk. ‘Volgens mij ben jij niet helemaal serieus. Vind je het goed dat ik ga ophangen?’

Anoniem
Al dertig jaar kunnen kinderen via de Kindertelefoon anoniem en gratis met iemand praten over wat hen bezighoudt. ‘Luisterend oor, klankbord, steun in de rug, biechtvader’, somt Erik Ott, manager van de Amsterdamse Kindertelefoon, op. ‘We zijn experts in het voeren van gesprekken met kinderen. En ze weten ons te vinden voor van alles en nog wat.’

Er zijn 18 vestigingen van de Kindertelefoon door het land. Kinderen kunnen behalve bellen, ook berichten sturen via de website van de Kindertelefoon. De vragen komen op één plek binnen, en worden dan over de regio’s verdeeld. In Amsterdam behandelen ze 12 procent van alle vragen van kinderen. Dat doen ze met vier vaste krachten en zeventig vrijwilligers – die werken vijf keer per maand een dagdeel van drie uur.

Op 10 mei 1979 begon de Kindertelefoon op driehoog in de Egelantierstraat in de Jordaan, met twee bureaus, twee telefoons en een paar stoelen. Het motto was, getuige een sticker uit die tijd: ‘Vragen? Moeilijkheden? Bel de Kindertelefoon Amsterdam 020 - 224455.’ Kinderen konden twee uur per dag bellen.

Sorgentelefon
Een paar maanden eerder had in de Volkskrant een artikel gestaan over de Duitse Sorgentelefon: ‘De Duitse Bond voor de Kinderbescherming heeft thans in twintig steden deze zorgentelefoons geïnstalleerd, hetgeen zeker geen eenvoudige taak is. Een zorgentelefoon eist nogal wat psychologisch en pedagogisch geschoolde mannen en vrouwen, die bereid zijn hun vrije tijd op te offeren voor het vragende kind.’

Dit artikel vormde, volgens het eerste jaarverslag van de Kindertelefoon, de ‘directe aanleiding een dergelijke hulptelefoon voor kinderen in Nederland op te richten’.

In februari 1979 werd een advertentie geplaatst om vrijwilligers aan te trekken. Eisen die aan de toekomstige medewerkers werden gesteld waren:

  • Kunnen luisteren
  • Inlevingsvermogen in de wereld van het kind
  • Eigen normen en waarden kunnen relativeren
  • Kind als volwaardig cliënt zien
  • Zelfstandig kunnen werken
  • Flexibele en kritische houding

Denny Mouqué, nu communicatietrainer en mediator, was in 1979 nog studente orthopedagogiek. Zij reageerde op een advertentie in de krant en werd één van de initiatiefnemers van de Kindertelefoon.

‘We moesten alles zelf regelen: mensen, geld, een pand, telefoonaansluitingen, publiciteit. Met bijdragen van Kinderpostzegels en van Jantje Beton konden we beginnen. Later ging de gemeente ook meebetalen.

‘We zaten op één kamer in de Jordaan. Ik weet nog dat prinses Beatrix bij ons op bezoek kwam, maar in onze ruimte werd getelefoneerd en daar mocht niemand bij zijn. Toen hebben we haar op de gang ontvangen.’

Verliefdheid
Waar de kinderen over belden? Mouqué, uit haar hoofd: ‘Verliefdheid was een belangrijk onderwerp. En seksualiteit, natuurlijk. En problemen met ouders en pesten. Je had ook wel een grote groep fake-bellers. Maar daar waren we altijd heel vriendelijk en gedecideerd tegen, want die belden later vaak alsnog terug, als ze merkten dat je ze serieus nam.’

Wat ze zich nog heel goed herinnert: ‘Bij ons kwamen voor het eerst telefoontjes binnen over incest. Dat was schokkend. Die term werd in die tijd nog nauwelijks gebruikt. Wij dachten: is het wel waar, bestaat het wel? Daar hadden we het op verjaardagen echt over, zo geschokt waren we.

Bellen of chatten
Kinderen kunnen dagelijks van twee uur ’s middags tot acht uur ’s avonds bellen met de Kindertelefoon op nummer 0800 432. Het is gratis en anoniem.
Sinds 1 januari kan ook gratis worden gebeld met een mobiele telefoon. Via www.kindertelefoon.nl kunnen kinderen bovendien chatten met medewerkers van de Kindertelefoon.
De Kindertelefoon is een onderdeel van Bureau Jeugdzorg. Bij gesprekken waaruit blijkt dat de beller een heel ernstig probleem heeft dat acuut moet worden opgelost, kan de medewerker van de Kindertelefoon direct contact leggen met een medewerker van de crisisdienst van Bureau Jeugdzorg. Dat gebeurt alleen als de beller daarvoor toestemming geeft.Heel vervelende bellers, die de Kindertelefoon lastig vallen met neptelefoontjes, kunnen worden geblokkeerd, zodat ze tijdelijk niet opnieuw kunnen bellen.

]]>

‘Uiteindelijk is er naar aanleiding van onze gegevens verder onderzoek naar gedaan. Toen werd duidelijk wat een groot onbesproken probleem incest eigenlijk was. Dat hadden wij naar buiten gebracht. De Kindertelefoon is belangrijk geweest voor het doorbreken van dat taboe.’

Topdrie
In het jaarverslag 1979-1980 zijn de meest genoemde onderwerpen van de telefoongesprekken op een rijtje gezet. De topdrie: gezinsproblemen, problemen en vragen rond seksualiteit, verliefdheid en verkeringsproblemen. Dertig jaar later is de topdrie: seksualiteit, geweld (pesten, mishandeling, verkrachting) en emotionele problemen (verkering).

Er is in al die jaren dus niet heel veel veranderd: kinderen worstelen nog steeds met verliefdheid, vriendschap en seks. Opvallend is wel dat de gesprekken tegenwoordig veel vaker over geweld gaan. Die categorie stijgt nog steeds, zegt Erik Ott van de Amsterdamse Kindertelefoon.

Ott hoort verder van zijn medewerkers dat de aard van de gesprekken is veranderd in de loop der jaren. ‘Kinderen zijn mondiger geworden, soms ook brutaler. Ze kunnen heel dwingend zijn. Ze hebben de behoefte een snelle oplossing voor hun probleem te krijgen van de Kindertelefoon. Dat is een maatschappelijke trend: we willen bediend worden. Kinderen zeggen letterlijk: Jij moet het oplossen. Ik bel toch niet voor niks?’

Redder
Maar het idee achter de gesprekken is juist vanaf het begin geweest dat de vrijwilligers aan de telefoon niet de rol van redder op zich moeten nemen. Ott: ‘Dat kan helemaal niet, je kunt de problemen van een kind niet voor hem oplossen. We oordelen niet, maar we geven advies en proberen vooral te zoeken naar iets waarmee het kind zélf verder kan.’

Vrijwilligster Letty Langerhorst is aan het werk in Amsterdam. Zij heeft via de computer contact met Wim. Hij wordt gepest op school. Omdat hij flaporen heeft, noemen ze hem Dombo de Olifant.

Letty: ‘Wat doe je meestal terug?’

Wim: ‘Schoppen en slaan?’

Letty: ‘Helpt dat?’

Wim: ‘Nee’

Letty: ‘Heb je het geprobeerd te negeren?’

Wim: ‘Nee. Wat is dat?’

Letty: ‘Dat je ze geen aandacht geeft. Misschien houden ze dan op, omdat ze er niks meer aan vinden. Wil je dat proberen?’

Wim: ‘Ja. Dank je wel.’

Letty Langenhorst vertelt: ‘We zijn getraind in gesprekstechnieken, die gelden voor de telefoon en voor de chat. Het is belangrijk dat je tussendoor samenvat wat een kind heeft verteld en dat je veel open vragen stelt, zodat het gesprek niet doodbloedt.

‘In een ideaal gesprek maak je eerst contact, dan laat je het kind het verhaal vertellen. Daarna bepaal je samen met het kind een doel, en dat werk je verder uit. Vooral bij moeilijke gesprekken is het handig die kapstok in je achterhoofd te houden. Als je niet oppast, word je helemaal meegezogen en verlies je het overzicht.

Oplossen
‘Als iemand belt die steeds slaande ruzie heeft met zijn moeder, kan dat ene telefoontje met mij dat probleem niet voor hem oplossen. Dus ik zeg: Wat goed dat je belt. Wat zit je in een nare situatie. En dan ga ik doorvragen: Wat heb je zelf al geprobeerd om het te veranderen? Wat zou je anders kunnen doen? Met wie zou je er nog meer over kunnen praten?’

Haar collega Joanneke Labadie valt het op dat steeds vaker meisjes bellen die zichzelf beschadigen. ‘Anorexia en automutilatie, dat zijn echt problemen van deze tijd. Daar hadden we in mijn jeugd nog amper van gehoord.’

Langenhorst: ‘Soms vragen ze je of je hun pleegmoeder wilt worden. En of ze bij je langs mogen komen. Of ze vertellen over buitenaardse wezens, of ze willen een liedje zingen. Ik blijf in ieder geval zo lang mogelijk serieus tegen iedereen, hoe raar ze ook tegen je doen. Wat goed dat je belt, zeg ik dan. En: wat een originele vraag.’

Kindertelefoon is jarig. (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden